You are here

Minister-president Jan Jambon (N-VA) zal zelf het departement cultuur beheren. Dat nieuws wordt in de sector ontvangen als een voorzichtige belofte om kunst en cultuur voortaan prominente aandacht (en middelen) te geven. Dat moet ook wel, gezien de ronkende woorden over de Vlaamse culturele identiteit in het regeerakkoord.

 

Dit opiniestuk verscheen eerder op demorgen.be (+).

 

Het is niet de eerste keer dat een minister-president zich profileert op cultuur. Luc Van den Brande, de christendemocratische minister-president van de eerste ‘Vlaamse regering’, zette vanaf 1992 resoluut in op cultuur als hefboom voor de constructie van Vlaanderen en de Vlaamse identiteit. Hij riep het systeem van de ‘culturele ambassadeurs’ in het leven, kunstenaars en kunstorganisaties die het merk Vlaanderen moesten uitdragen in het belang van de economie en de Vlaamse natievorming. Kunstenaars waren argwanend, maar hadden de centen nodig. Ze stapten dan maar mee in een arbitrair systeem waar ze zich voor een politieke kar lieten spannen.

De vervlechting van Vlaams cultuurbeleid met natievorming gaat zelfs nog verder terug in de tijd. De liberale cultuurministers Karel Poma en Patrick Dewael tapten in de jaren 80 uit hetzelfde vaatje. Toen de leider van het Festival van Vlaanderen, Jan Briers senior, de slogan ‘De prinsen van de muziek’ lanceerde, wilde hij het verre muzikale verleden van Vlaanderen koppelen aan het heden. Zijn verhaal rammelde aan alle kanten, maar was politiek exploiteerbaar.

Jambon zal alleen het vertrouwen van de sector kunnen winnen als er boter bij de vis komt.

Karel Poma sprak destijds over de ‘ambassadoriale’ rol van het Festival van Vlaanderen. Patrick Dewael ging de romantische toer op: “In dit land, geprangd tussen Maas en Noordzee, werd de polyfonie geboren. Dat gebeurde in een tijdperk waarin de naam Vlaanderen op zichzelf reeds als een klok door het Avondland galmde. Dit is niet het festival van een stad, maar van een ganse natie. Vlaanderen leeft weer.”

 

Vandaag gaat de regering-Jambon een stap verder in het gebruik van cultuur als instrument van de Vlaamse natievorming. Ditmaal is het menens. De geschiedenis van het bijna-onafhankelijke Vlaanderen moet met deze Vlaamse regering beginnen. Kunstenaars moeten de nieuwe natie bezingen en symbolisch bekrachtigen. Alleen leert die geschiedenis ook dat slogans over identiteit en Vlaams meesterschap weinig hebben bijgedragen tot de culturele bloei die we vandaag beleven. De culturele emancipatie van Vlaanderen ging pas echt van start toen slogans en halve maatregelen werden ingeruild voor een duidelijk decretaal kader dat een gelijk speelveld en relatieve stabiliteit creëert, en dankzij investeringen in infrastructuur op internationaal niveau.

 

Zorgwekkend is dan ook dat er opnieuw zal gemorreld worden aan het Kunstendecreet, terwijl de onvrede in de kunst- en cultuursector niets te maken heeft met de geest van dat decreet, maar met het gebrek aan financiële middelen. De afgelopen vijf jaar heeft de Vlaamse regering, samengesteld door dezelfde partijen als de nieuwe, in de sectoren van kunst en cultuur al veel zwaarder bespaard dan in andere sectoren. Jambon zal alleen het vertrouwen van de sector kunnen winnen als er boter bij de vis komt.

Met een focus op de grote instellingen dreigen alle 'grassroots' culturele initiatieven in de kiem gesmoord te worden.

In het nieuwe regeerakkoord zullen de grote instellingen de leiding krijgen over de ontwikkeling van jong talent. Dat behoort vandaag de facto reeds tot hun opdracht. Het valt echter te vrezen dat er een nieuwe partijdigheid of willekeur dreigt te ontstaan in de ondersteuning van nieuwe initiatieven. Met een focus op de grote instellingen dreigen alle ‘grassroots’ culturele initiatieven in de kiem gesmoord te worden.

 

De regelrechte aanval op het sociaal-cultureel werk baart nog grotere zorgen. Sociaal-cultureel werk houdt de vinger aan de pols van de samenleving. Dit is de voedingsbodem bij uitstek van een effectief participatiebeleid en een voorwaarde voor de ontwikkeling van nieuw talent en het detecteren van nieuwe maatschappelijke noden.

 

We zijn vandaag een creatieve regio. Rubens en Brueghel zijn werelderfgoed. Gebruik hen en de artistieke talenten van vandaag voor het internationale imago van ons land, maar span ze niet voor een ideologische en Vlaams-identitaire kar die niets te maken heeft met de inhoud en de kwaliteit van hun werk.

 

Francis Maes (hoofddocent musicologie, UGent) en Katia Segers (hoofddocent communicatiewetenschappen VUB en Vlaams Parlementslid voor sp.a) zijn de auteurs van Het Festival van Vlaanderen als actor in cultuur.