You are here

Feiten doen er niet meer toe, emoties des te meer. Dat komt door politici als Donald Trump, maar ook door ons zoekgedrag en gebruik van sociale media. Wat betekent dit voor de wetenschap, die zich toch beroept op feiten? Is het post-factum een bedreiging voor de wetenschap, of is het niet meer dan een modewoord? VUB bracht vier experten samen. Ze zijn somber.

 

Op zaterdag 22 maart houden wetenschappers wereldwijd een science march. Ook in Brussel komen wetenschappers op straat. Deze mars voor wetenschap is de eerste stap van een wereldwijde beweging om de vitale rol die wetenschap speelt in onze samenleving te beklemtonen. Doe mee en kom naar het Albertinaplein.
Op woensdag 3 mei - de internationale dag van de persvrijheid - organiseert VUB samen met tal van brusselse partners voor de derde keer op rij Difference Day. Dit jaar is het thema: de waarheid over fake news. Schrijf je in en kom naar Bozar.

 

Alternatieve feiten: die term om allerlei onwaarheden te vergoelijken had recht uit George Orwells ‘1984’ kunnen komen, een roman uit 1949 over macht en propaganda. Toch is hij van heel recente makelij, geuit door een van de medewerkers van de Amerikaanse president Donald Trump. Vanuit het Witte Huis worden allerlei van zulke ‘alternatieve feiten’ verspreid, over bijvoorbeeld de grootte van het publiek tijdens de inauguratie in Washington. Media reageren onthutst over zo’n openlijk creatief omgaan met de waarheid, en spreken over ‘post-truth’. Maar hoe nieuw is dat precies? Politici die creatief omspringen met feiten en complottheorieën die erin gaan als zoete koek bestaan tenslotte al veel langer. We leggen het voor aan vier specialisten, die ook kijken naar wat ‘alternatieve feiten’ betekenen voor de wetenschap, die zich beroept op feiten. 

Ik denk dat we nog maar aan het begin van post-truth zitten
-
Rob Heyman

“Ik verwijs graag naar het boekje van Darrell Huff uit 1954”, zegt wetenschapsflosofe Karen François: “How to Lie with Statistics. Statistieken en cijfers lijken objectief, maar toen al wisten ze dat je er perfect mee kan liegen, door een redenering om te keren, door een correlatie in een causaal verband te veranderen, door grafieken te vervormen of uit te vergroten. Post-truth is dus niet nieuw, wel de mate waarin het voorkomt. In 2016 heeft het enorme proporties aangenomen. De fact-checking website PolitiFacts heeft de speeches van de Amerikaanse presidentskandidaten geanalyseerd. Van Trumps uitspraken kon amper 4 procent gecatalogeerd worden als ‘true’ en nog eens 11 procent als ‘mostly true’. Bij Clinton ging het respectievelijk om 25 procent ‘true’ en 26 procent ‘mostly true’. Er wordt dus pertinent gelogen in politieke campagnes en Trump doet dat onwaarschijnlijk flagrant.”

 

“Dat heeft te maken met zijn kenmerkende persoonlijkheid”, zegt sociaal psycholoog Frank Van Overwalle. “Zijn ego komt op de eerste plaats, hij aanvaardt geen kritiek en vaart altijd tegen anderen uit. Hij begaat stommiteiten en de mensen zien dat. Zelfs zijn ministers hebben uitdrukkelijk

verklaard dat ze zich aan de wet gaan houden. Dat men dergelijke personen in bescherming neemt, is een typisch fenomeen, maar hoe lang lukt dat? Trump is een brokkenpiloot. Als zijn omgeving vindt dat hij te ver gaat, dan komt het tot een conflict en is een impeachment mogelijk.” “Spektakel wint het van inhoud”, vult expert in sociale media Rob Heyman aan. “En allerlei algoritmes zwengelen dat verder aan.” Van Overwalle: “Trump kristalliseert de post-truth maatschappij.” Heyman: “We bevinden ons allemaal in een flterbubbel: op het internet zitten we met gepersonaliseerde omgevingen, die op basis van ons gedrag en onze interesses bepalen wat we te zien krijgen en wat we niet te zien krijgen. Wat we weten van de realiteit dus. Een voorbeeld is Google. Als jij en ik iets opzoeken op Google, dan krijgen we allebei een ander resultaat.”

“Daarbij komt dat zoekmachines en sociale media commerciële doeleinden hebben. Google moet ons relevante inhoud voorschotelen om te voorkomen dat we switchen naar een andere zoekrobot. Facebook wil ons vooral zo lang mogelijk blootstellen aan reclame. De inhoud die maakt dat we op Facebook blijven hangen is echter niet de meest gezonde voor ons als kritische mensen. Dat zie je ook op krantenwebsites. Bij de top vijf van meest gelezen artikels vind je zelden politieke hangijzers, die ons moeten aanbelangen, maar vooral sensatie die inspeelt op ons brein. Informatiejunkfood.”

 

“Sociale media moeten dat ‘plakkerige nieuws’ waaraan iedereen blijft hangen, wel verspreiden om in de markt te blijven. Ze willen zoveel mogelijk de aandacht blijven opeisen. Dan maakt het niet uit hoe gortig of slecht de berichtgeving is. Algoritmes kunnen vooralsnog geen valse inhoud herkennen. Valse inhoud is bovendien vaak heel spectaculair, waardoor het nieuws trending wordt en niemand zich nog afvraagt of het waar is of niet. Iedereen wil het eerst lezen en delen.”

Mensen zien hun omgeving als waarheid. Pas later gaan ze de addertjes onder het gras zien
-
Frank Van Overwalle

Iets anders is volgens klimaatwetenschapper Philippe Huybrechts de ‘ontkenningsindustrie’ die bewust twijfel wil zaaien over, in zijn vakgebied, de klimaatverandering door menselijke invloed. “De tactiek is dezelfde die gebruikt werd om het verband te ontkennen tussen roken en longkanker, tussen uitlaatgassen en zure regen, tussen de spuitbussen en het gat in de ozonlaag… Belangrijk daarbij is cherrypicking: in de literatuur op zoek gaan naar tegenstrijdigheden, zaken subtiel verdraaien, onzekerheden enorm uitvergroten… Terwijl er onder klimaatwetenschappers al twintig jaar geen discussie meer bestaat.”

 

Hier is volgens hem echt sprake van post-truth, maar ook van een achterhoedegevecht, dat in de VS nog steeds plaatsvindt. “De media hebben een nefaste rol gespeeld door een natuurwetenschappelijk probleem politiek te framen. Klimaatverandering werd voorgesteld als: je kan ervoor zijn of je kan ertegen zijn. Je kan er een mening over hebben. Maar daar ging het helemaal niet over. Doordat men voortdurend het debat wilde organiseren, raakte het evenwicht zoek. 99,90 procent van de wetenschappers had een bepaalde opinie, terwijl amper vijf of zes mensen twijfel zaaiden. Toch werden die laatsten er altijd bij gesleurd.”

 

Waarin ligt de aantrekkingskracht van een fout idee? Waarom willen mensen bijvoorbeeld per se geloven dat er een verband is tussen vaccinaties en autisme?

 

Van Overwalle: “Vanuit de psychologie weten we al veel langer dat niet alleen feiten maar ook veel andere zaken mensen beïnvloeden. Emoties, expertise, overeenstemming met anderen spelen allemaal een rol. Zelfs de hoeveelheid aan argumenten, ook als die inhoudelijk niet zo sterk zijn. Mensen percipiëren hun omgeving en nemen dat aan als waarheid. Pas later gaan ze de addertjes onder het gras zien. Dat vraagt extra cognitieve arbeid. Je kan mensen dus gemakkelijker verleiden met eenvoudige waarheden.”

 

François: “Mensen vormen hun overtuigingen niet louter op basis van rationele argumenten. Zelfs als twee partijen tegenover elkaar gaan zitten en al hun rationele argumenten op tafel leggen, kunnen ze elkaar daarom nog niet overtuigen.”

 

Huybrechts: “Mensen geloven niet graag dat de mens verantwoordelijk is voor de klimaatopwarming vanwege de enormiteit van het probleem. De enorme verandering die op ons afkomt, daar wil je je nog het liefst voor verbergen. Je denkt meteen dat dit onze welvaart, ons comfort en ons welzijn ingrijpend gaat aantasten. Dan geloven we nog liever dat het niet waar is.”

 

Van Overwalle: “Dat heeft te maken met hoe het brein werkt. Het brein is gemaakt om zich stap per stap aan te passen aan de werkelijkheid. Als je plots geconfronteerd wordt met een werkelijkheid die onbevattelijk is, dan zeg je: nee, dat kan niet.”

 

François wijst erop dat de media hun macht positief kunnen aanwenden om het tij van alternatieve feiten te keren. “President Obama heeft daar in zijn afscheidsspeech nog toe opgeroepen.”

 

Van Overwalle: “Er moet een nieuw evenwicht komen, zeker in de sociale media. Kranten zijn ook maar een bepaalde macht geworden door hun harde werk en overtuigingskracht. Zou er met de nieuwe sociale media ook geen dergelijk proces komen, door kritiek van buitenaf maar ook omdat mensen al dat getwitter beu zijn?” 

Wetenschap heeft altijd gebalanceerd in een politiek en religieus debat
-
Karen François

Heyman: “Dat is wel heel optimistisch. Van reality tv werd ook gezegd dat we die beu gingen worden, maar daar heb ik nog niets van gemerkt. Voor radio bestond, luisterden mensen probleemloos naar lezingen van vier uur. Nu mag je al blij zijn als je vijf minuten aandacht krijgt. Er is een probleem met de hoeveelheid informatie die op ons afkomt en de korte aandachtsspanne die we nog hebben. Hetzelfde gesprek als we nu hebben was er ook toen televisie opkwam: alles moet korter, oppervlakkiger, sensationeler. Maar die pendel is nog nooit teruggezwaaid. Wie kan het nu nog opbrengen om artikels van drie pagina’s te lezen?”

 

“Hoe meer spectaculaire onwaarheden op het internet worden gezet, hoe langer het ook duurt om bij de saaie waarheden te komen. Amusing ourselves to death, noemt Neil Postman dat. Hij waarschuwt voor de hoeveelheid rommel die we verwerken, waardoor geen tijd meer overblijft voor het belangrijke of noodzakelijke nieuws. Ik ben er niet zo zeker van dat dat voorbijgaat. Ik denk eerder dat we nog maar aan het begin van post-truth zitten.”

 

Hoe hoger opgeleid de bevolking, hoe minder die vatbaar is voor vals nieuws, zou je denken, maar dat blijkt niet het geval.

 

Van Overwalle: “Hoe hoog je ook opgeleid bent, emoties blijven hetzelfde.”

 

François: “Hoger opgeleiden zijn zich er hoogstens meer van bewust dat wat ze denken mee ingegeven is door emotie. Daardoor kunnen ze eventueel bijsturen. Maar dat wil niet zeggen dat we enkel op basis van rationele argumenten denken. Onze manier van redeneren is een iets complexere zaak.”

 

Groot-Brittannië heeft genoeg van experts, zei een belangrijk Brits politicus in de aanloop naar het brexitreferendum. Ook in de VS zit iedereen die tot de intellectuele “elite” behoort meer en meer in het verdomhoekje. Ziet u daarin een bedreiging voor de wetenschap?

 

François: “Niet meer dan vroeger. De omgeving is niet altijd zo vriendelijk geweest, van bij het prille begin. Kijk maar naar de godsdienstwaan bij de overgang naar de Moderniteit; de processen tegen Galileo, de brandstapel in Rome voor Giordano Bruno,die stelde dat er niet één zonnestelsel maar verschillende zijn. Het eerste boek van Descartes uit 1628, ‘De regels die het verstand moeten leiden’, heeft hij nooit gepubliceerd, de tijd was er niet rijp voor. Men heeft het manuscriptje na zijn dood in zijn binnenzak gevonden. Wetenschap heeft altijd gebalanceerd in een politiek en ook een religieus debat en dat zal niet veranderen. Populisten zullen nooit onze mening vragen, want daar hebben ze geen nood aan. En zolang Trump er niet in slaagt universiteiten op te doeken zal het wetenschappelijk onderzoek doorgaan.”

 

Huybrechts: “Wetenschappelijke inzichten komen niet tot stand per referendum. De invloed op de wetenschappelijke praktijk is beperkt. Als ik kijk naar mijn branche: de manier waarop wij met klimaatmodellen omgaan, satellietbeelden interpreteren, dat opschrijven op een manier die wetenschappelijk verifeerbaar is, peer review…dat komt op geen enkele manier onder druk door wat in de media verteld wordt.” 

Ik weiger in een debat te zitten met ontkenners, omdat je die daardoor legitimiteit geeft.
-
Philippe Huybrechts

“Natuurlijk is intimidatie gebruikt als tactiek. In de VS hebben wetenschappers voor congressional hearings moeten verschijnen en fraudeonderzoeken op hun dak gekregen. Een controverse kan de manier waarop de fnanciering tot stand komt beïnvloeden. Daar zijn enkele bekende voorbeelden van. In Australië heeft de conservatieve regering een bekend klimaatinstituut opgedoekt. Tegelijk heeft de controverse rond klimaatverandering net tot meer fnanciering geleid.”

 

Van Overwalle: “Zelfs in de politiek zie ik een tegenbeweging. Minister van Volksgezondheid De Block hamert altijd op ‘evidence based’ beleid. Ze streeft ernaar om beslissingen te nemen op basis van wetenschappelijke inzichten. Sommige politici doen het op dat vlak heel goed.”

 

Hoor ik u nu zeggen dat de wetenschap nauwelijks lijdt onder het post-truth klimaat?

Heyman: “Dat de wetenschap de dans ontspringt, daar ben ik het niet mee eens. De algoritmes waarover ik het had, spelen ook in de wetenschap een rol. De VUB – ikzelf trouwens ook – gebruikt Google Scholar om online journals te raadplegen. De algoritmes hebben dus een invloed op de opzoekingen die we doen. En net als bij journalisten moeten onze artikels wel gelezen worden. Impactfactoren bepalen hoe belangrijk we zijn. De evaluatie van funding en projecten wordt ook meer en meer gedelegeerd aan algoritmen. Via Google Scholar bepalen die wie wat van ons leest. Dat bepaalt dan weer wie ons citeert, en wie ons citeert bepaalt onze impactfactor. We zijn daar nog erger in dan gewone burgers, die geen publicatiedruk ervaren.”

 

Van Overwalle: “Als we bezorgd zijn, is dat niet in de eerste plaats voor de wetenschap, maar wel voor de maatschappij.”

 

Huybrechts: “Bij het aanpakken van het klimaatprobleem hebben we 20 jaar vertraging opgelopen. De consensus onder wetenschappers nu was er 20 jaar geleden ook al.” François: “Het fenomeen post-truth kan ook een belangrijke rol spelen bij populisme en totalitarisme en daar is het aan de wetenschappers om de vinger aan de pols te houden.”

 

Hoe moeten we omgaan met onwaarheden in het publieke debat?

 

François: “Hoe dan ook hebben we als wetenschappers de fundamentele taak minstens te proberen om foutieve communicatie recht te zetten.”

 

Huybrechts: “Zelf heb ik altijd geweigerd om in een debat te zitten met een ontkenner, omdat je die daardoor legitimiteit geeft, alsof er nog een andere kant van de medaille is. Wel heb ik in interviews altijd geprobeerd waanideeën en slechte argumenten te ontkrachten. Maar nooit rechtstreeks. Als wetenschapper ben je ook niet altijd getraind om dat goed te doen. We zijn in de eerste plaats opgeleid om met peers te communiceren, niet met het grote publiek.”

 

François: “Daarom is het jammer dat een vak als argumentatietheorie geen sokkelopleiding is voor elke eerste bachelor. Zelf ga ik in de dagelijkse omgang altijd in tegen argumenten die geen steek houden, net zoals ik tegen racisme inga. Ik kan het niet laten.”

 

Heyman: “We dragen allemaal een verantwoordelijkheid. Telkens als we een bericht ‘leuk’ vinden, helpen we het verder verspreiden. Terwijl we eerst moeten nagaan of het waarachtig is of niet. Eigenlijk hebben we te veel menselijke verantwoordelijkheid naar algoritmes geoutsourcet. Daar moeten we ons vragen bij stellen. De nieuwsverspreiding door robotten laten doen, wat zijn de voor- en de nadelen daarvan? Hoever kunnen we daarin gaan? Als een politieke drukkingsgroep massaal een bericht op Facebook verspreidt en leuk vindt, dan pikt het algoritme dat op als een trend en trends worden versterkt. Daar zijn we ons maar beter van bewust. Wie zijn die groepen? Is nieuws georkestreerd of is het echt? Je krijgt een valse neutraliteit, waarover transparantie moet komen. Die ontbreekt nu volledig, zodat we er ook niet kritisch over kunnen zijn.”