You are here

Uit een studie van de onderzoeksgroep Zorg rond het Levenseinde (VUB-UGent) blijkt dat in 6 op de 10 overlijdens door euthanasie een palliatieve zorgverlener betrokken is bij het besluitvormingsproces en/of de uitvoering van euthanasie. Het onderzoek toont verder aan dat de euthanasiepraktijk en de palliatieve zorgpraktijk elkaar allerminst uitsluiten in Vlaanderen. Palliatieve zorgverleners worden, ongeacht hun persoonlijk standpunt over euthanasie, frequent geconfronteerd met de euthanasiepraktijk.

 

Professor Kenneth Chambaere: “In het internationale euthanasiedebat wordt vaak gesteld dat euthanasie onverenigbaar is met goede palliatieve zorg en er dus geen deel van kan uitmaken. In Vlaanderen, waar euthanasie wettelijk mogelijk is sinds 2002, heeft de Federatie Palliatieve Zorg Vlaanderen het standpunt onderschreven dat euthanasie deel uitmaakt van palliatieve zorg.”

 

Een grootschalige populatiestudie van de onderzoeksgroep Zorg rond het Levenseinde van de Vrije Universiteit Brussel en de Universiteit Gent heeft voor het eerste de betrokkenheid van palliatieve zorg in de Vlaamse euthanasiepraktijk in kaart gebracht. De onderzoeksgroep voerde een studie uit bij artsen van een representatieve steekproef van bijna 7000 overlijdensattesten in Vlaanderen in 2013.

 

“De resultaten tonen aan dat palliatieve diensten erg betrokken zijn in de zorg van een aanzienlijk deel van de mensen die euthanasie aanvragen. Daarenboven wordt bij een meerderheid van degenen die euthanasie vragen het euthanasieverzoek ook ingewilligd, waarbij palliatieve zorgverleners vaak betrokken zijn bij de euthanasieprocedure, zowel bij de besluitvorming als bij de uitvoering van euthanasie”, verklaart onderzoekster Sigrid Dierickx.

 

Van de 3751 geanalyseerde sterfgevallen was voor 55.7% het overlijden verwacht en werd er geen euthanasieverzoek geuit. Er waren 415 personen (6.0%) met een euthanasieverzoek waarvan voor 349 personen (4.6%) het euthanasieverzoek ingewilligd werd. Veertien procent van de personen die gebruik maakten van een dienst palliatieve zorg uitte een euthanasieverzoek. Personen met een euthanasieverzoek hadden een grotere kans om palliatieve zorg te krijgen (70.9%) dan personen van wie het overlijden verwacht werd zonder euthanasieverzoek (42.5%). De meest frequente redenen voor de artsen om geen palliatieve zorg in te schakelen bij personen met een euthanasieverzoek waren dat de palliatieve en ondersteunende zorgnoden al voldoende werden aangepakt door de bestaande zorg (56.5%) en dat de patiënt geen palliatieve zorg wilde (26.1%). De kans dat een euthanasieverzoek werd ingewilligd verschilde niet naargelang de betrokkenheid van palliatieve zorgdiensten in de levenseindezorg. In 59.8% van de overlijdens door euthanasie was een palliatieve zorgverlener betrokken bij het besluitvormingsproces en/of de uitvoering van euthanasie. Deze betrokkenheid was hoger in ziekenhuizen (76.0%) dan thuis (47.0%) of in woonzorgcentra (49.5%).

 

 “In tegenstelling tot het internationale meerderheidsstandpunt rond palliatieve zorg en euthanasie is deze hoge betrokkenheid een goede zaak voor de patiënt. De palliatieve zorgverleners zijn namelijk levenseinde-experten en zijn het best geplaatst om bepaalde wettelijke criteria, vooral over onlenigbaar en ondraaglijk lijden, te toetsen.”, besluit professor Chambaere.

 

Lees hierover meer in:
De Morgen“Euthanasie en palliatieve zorg gaan hand in hand”
De Standaard“Euthanasie en palliatieve zorg gaan hand in hand”
Het Laatste Nieuws“Euthanasie en palliatieve zorg gaan hand in hand”
Gazet van Antwerpen“Euthanasie en palliatieve zorg gaan hand in hand”