You are here

Op dinsdag 2 mei 2017 verhinderden tegenbetogers, voor het merendeel extern aan onze universiteit, staatssecretaris Theo Francken een lezing te houden op onze campus. De ironie was dat dit gebeurde op de vooravond van de dag van de vrijheid van pers en meningsuiting. Als organisator van Difference Day, een jaarlijks event in Bozar gewijd aan de vrijheid van pers en meningsuiting, tweette ik toen dat ik hoopte dat Francken ooit terug zou keren naar de campus om er zijn lezing te houden. Dat gebeurt nu dinsdag aanstaande.

 

Vandaag 15 mei publiceert De Morgen eveneens een opiniestuk van Caroline Pauwels, waarin ze de beslissing verdedigt om Theo Francken uit te nodigen op de VUB. Dat artikel kunt u hier lezen. 

Een universiteit is de plaats waar zonder vooroordelen moet worden gedacht, waar vrijuit kan worden gesproken en waar ruimte is voor woord en tegenwoord, op basis van feiten en argumenten. Het debat uit de weg gaan – of erger: verhinderen - met wie ons niet zint, ervaar ik als een kortzichtige manier om met andersdenkenden om te gaan. Het is pas door ideeën met elkaar te laten botsen, dat we tot betere inzichten komen en groeien als mens.

 

Een universiteit is de plaats waar zonder vooroordelen moet worden gedacht, waar vrijuit kan worden gesproken en waar ruimte is voor woord en tegenwoord, op basis van feiten en argumenten.
-
Caroline Pauwels, rector

Ik maak me ernstig zorgen over die vrijheid van meningsuiting. Niet alleen in de pers of in de culturele sfeer. Ook in de academische wereld, onder vrienden of familie, zie ik de geesten zich sluiten. Mensen zoeken vooral meningen op die hun gelijk bevestigen en trekken het bestaansrecht van andere meningen in twijfel. Dat is een kwalijke ontwikkeling.

 

Mensen zoeken vooral meningen op die hun gelijk bevestigen en trekken het bestaansrecht van andere meningen in twijfel. Dat is een kwalijke ontwikkeling.
-
Caroline Pauwels, rector

Waar dat kan toe leiden zien we in Hongarije, waar president Orban de in Boedapest gevestigde Central European University wil sluiten, omdat ze een laatste vrijplaats voor het denken is. We zien dat in het Turkije van Erdogan, waar journalisten en academici worden opgesloten omdat ze het aandurven de heersende ideeën in vraag te stellen. We zien het in Iran, waar onze VUB-collega Ahamadreza Djalali in onmenselijke omstandigheden in eenzame opsluiting langzaam wegkwijnt, omdat de gezaghebbers zijn vrije geest vrezen.

 

Toen een collega-rector in Madrid, een Catalaan nota bene, me toevertrouwde dat hij aan zijn universiteit geen debat over de Catalaanse kwestie durfde te organiseren, uit vrees voor represailles van deze of gene zijde zag ik hoe dichtbij het komt. Naast openlijke censuur is ook zelfcensuur een sluipend gif voor het vrije denken.

 

Als rector word ik herhaaldelijk gevraagd, ja zelfs onder druk gezet, om een of ander debat aan onze universiteit niet te laten doorgaan. Het woord verbieden valt nog net niet: een Palestina-week, een debat over pedofilie, een lezing van een politicus … De gemakkelijkste manier is hierop in te gaan. Controverses uit de weg gaan. Ni vu, ni connu. Ik beken dat die vragen mij soms ‘s nachts het slapen beletten, maar ik probeer vast te houden aan een voor mij heldere lijn: het garanderen en respecteren van het open debat en van het vrije denken.

 

Ik begrijp waarom soms van die lijn wordt afgeweken. Het gebrek aan sympathie voor de zaak of de persoon die spreekt. Maar dat lijkt me een zeer hellend vlak. De schrik om degene die je graag ziet, te zien of horen schofferen. Ook een hellend vlak. Het gevoel tegemoet te moeten komen aan de grieven van groepen die vroeger werden miskend en nu hun plaats opeisen. Evenzeer een hellend vlak. De vrees dat geldschieters de geldkraan dichtdraaien. Een heel slecht argument, lijkt me dat.

 

Ik kan me meer aansluiten bij de overweging een debat niet te laten doorgaan, omdat je geen vertrouwen hebt in de omstandigheden waaronder het zal plaatsvinden. Een debat heeft inderdaad maar zin als verschillende stemmen aan bod kunnen komen en als de opruiende en polariserende taal afwezig is. Maar een reden om ze te verbieden, is dat zeker niet.

 

Een debat heeft inderdaad maar zin als verschillende stemmen aan bod kunnen komen en als de opruiende en polariserende taal afwezig is. Maar een reden om ze te verbieden, is dat zeker niet.

Hoe vaker ik al die redenen – en er zijn er nog meer - op een rijtje zet, hoe scherper ik aanvoel dat het verdedigen van de vrijheid van pers, van meningsuiting en van onderzoek vandaag urgent is.

 

De universiteiten moeten hun rol als vrijplaats vrijwaren. Wanneer universiteiten de vrijheid van mening en debat zelf niet verdedigen, wie zal de universiteiten dan verdedigen wanneer zij het zwijgen worden opgelegd?

 

Wanneer universiteiten de vrijheid van mening en debat zelf niet verdedigen, wie zal de universiteiten dan verdedigen wanneer zij het zwijgen worden opgelegd?

Caroline Pauwels
Rector Vrije Universiteit Brussel
Oprichter Difference Day ‘Speek freely, listen respectfully, different opinions matter’