You are here

Van Hagen legt verschillende tegenstrijdigheden vast. Allereerst heeft het aanbieden van een laatste maaltijd aan een persoon die veroordeeld is om te sterven iets heel paradoxaals. Het is de allerlaatste mogelijkheid voor een persoon om te eten en markeert tegelijkertijd de aanstaande executie van die persoon. Het aanbod van een maaltijd naar keuze is een daad van ‘barmhartigheid’ van de instelling die op het punt staat je leven te nemen en de aanvaarding van dit aanbod onderstreept dit ook.

 

Verder is het nuttigen van de laatste maaltijd een enorm eenzame daad, in tegenstelling tot de geïnstitutionaliseerde en gedwongen gemeenschappelijkheid van de gevangenis. Maar het betekent ook een kort moment van zeggenschap. Wanneer een laatste maaltijd wordt aangeboden, kunnen de veroordeelden zelf een maaltijd kiezen. Dit staat dan weer haaks op het normaal gezien gedwongen samen nuttigen van maaltijden in de gevangenis, waar elke gevangene hetzelfde voedsel eet, op hetzelfde moment, in dezelfde ruimte, in hetzelfde uniform. Die individuele keuze van voedsel maakt hen weer tot ‘echte mensen’.

 

Het geval Lawrence Brewer vertelt dat die vrije keuze ook zijn grenzen heeft. Lawrence Brewer’s keuzemaaltijd op de dag voor zijn executie in Texas op 21 september 2011 bestond uit: ‘twee kipschnitzels, een triple-meat bacon cheeseburger, gebakken okra, een pond barbecue vlees, drie fajitas, een ‘meat lovers’ pizza, een bak ijs en pindakaasfudge met  een topping van gemalen pinda’s’. Maar hij at deze maaltijd niet: Dit werd als zo’n provocerende daad beschouwd dat senator John Whitmire aandrong op een verbod op de vrije keuze van de laatste maaltijd. Sindsdien mogen veroordeelde gevangenen in Texas geen speciale maaltijd meer aanvragen.

 

Van Hagen onderzocht naast de verschillende keuzes die gemaakt worden en de boodschappen die daar soms in verborgen lijken te liggen ook nog het sterk symbolisch karakter van de laatste maaltijd in de christelijke religie en stipt een aantal de overeenkomsten en verschillen aan.  Zowel de veroordeelde gevangenen als Jezus kennen het tijdstip en de plaats van hun dood. Beiden eten ook niet meer met het doel het lichaam te voeden, het voedsel is ontdaan van zijn natuurlijke doel en is louter symbolisch. Maar Christus had wel keuzevrijheid met betrekking tot de maaltijd, de setting en zijn gezelschap. De veroordeelden blijven onderworpen aan de instelling: noch het tijdstip noch de plaats van hun maaltijd is discutabel.

 

Onderzoek van master studente Eline van Hagen, in samenwerking met professor Harry West van de Universiteit van Exeter, winter 2017 en gepresenteerd tijdens de conferentie Food in Prison, september 2018.

 

Lees meer:
De Standaard:
“Een verjaardagstaart met zeven roze kaarsjes” (+)