You are here

Het is intussen weer allemaal achter de rug, maar dit stukje kreeg vorm terwijl the most wonderful time of the year onbeschaamd om zich heen greep. Een paradoxale periode van oprechte introspectie en ontmoeting in een ietwat kunstmatig gezellige sfeer. Waarna zich het voorspelbare schouwspel van goede voornemens en beste wensen voltrok. Men kan op dit alles met een meewarige blik terugkijken. Maar beantwoordt iets zo persistents, ondanks de ambivalentie, niet ook aan een diep menselijke drang? Meer dan ooit tevoren misschien.

 

Is onze alma mater bovendien niet de ideale plek om het hele jaar door, wars van elke commerciële logica, aan die nood aan verbinding, want daar gaat het over, te werken? In een maatschappij die steeds meer van haar burgers verleidt of dwingt om zich verder op zichzelf terug te plooien, zijn wij geen uitgelezen vrijplaats om de fundamenten van een warme gemeenschap opnieuw te verstevigen? Samen met onder meer cultuurhuizen vormen wij van nature immers het (veilige) kruispunt of de (vreedzame) arena waar diverse gezindten elkaar nieuwsgierig mogen besnuffelen en beschaafd bekritiseren.

 

Onze oorspronkelijke corebusiness sluit daar inderdaad naadloos bij aan: de wijde wereld onbevangen exploreren  in al zijn facetten en veelbelovende jonge mensen onbaatzuchtig helpen op hun weg naar de volle wasdom. Beide hoekstenen van elke aanvaardbare toekomst zijn uitgesloten zonder toegewijd en taboeloos samenwerken. Maar te veel bijkomstigheden, alweer onder druk van die geatomiseerde samenleving, hebben ons recentelijk van deze centrale taken afgeleid. We spanden daarbij menige koets voor het paard.

 

De universiteit moet daarom niet enkel “bij de tijd” zijn, ze moet ook “tegen de tijd” durven ingaan. Niet door de klok terug te draaien, wel door op een hedendaagse manier vast te houden aan de kern van haar bestaansreden. Joke van Leeuwen, alumna van de VUB en auteur van een fijnzinnig en veelzijdig oeuvre, schreef recentelijk over België als haar land van aankomst, een halve eeuw terug. Ze zingt daarbij een ode aan de frisse ontdekking en de gulle leerkracht. De jeugd, zo stelt ze, vormt de bodem van de rest: “Als je negatieve tendensen in onze maatschappij wilt keren, moet je beginnen bij die beginnende mens.”

 

Bart van Kerkhove is professor Wetenschapsfilosofie.