You are here

Initiatieven als de PhD-cup of het universiteitsmagazine HENRI, tonen aan dat wetenschapscommunicatie steeds belangrijker wordt voor universiteiten. Toch is het niet voor elke wetenschapper even gemakkelijk om zijn onderzoek op korte tijd bevattelijk uit te leggen. Toch wordt dit in toenemende mate verwacht omdat wetenschap met belastinggeld gefinancierd wordt. Maar moet de wetenschap eigenlijk wel verantwoording afleggen? En moet ze überhaupt iets opbrengen? We spraken erover met professor Ann Dooms, decaan Eric Jespers en wetenschapsfilosofe Karen François.

Science communication is timeless, says science philosopher Karen François. While professor Ann Dooms can explain her research in accessible terms to a general audience, for dean Eric Jespers it’s more complicated. His more abstract work in algebra isn’t easily quantified and for the time being has no everyday applications – yet it’s essential for science, Dooms and Jespers agree. They believe in science for science’s sake, purely out of curiosity and not because it necessarily leads to immediate profits or practical applications.

Tekst: Ebe Daems / Foto: Saskia Vanderstichele

 

Ann Dooms is een graag geziene spreker: ‘Ik werk als wiskundige onder meer op schilderijen en dat prikkelt de nieuwsgierigheid. Door gedigitaliseerde versies ervan in een wiskundig kader te plaatsen, leerden we de computer afwijkingen in die schilderijen op te sporen.’ Zo hielp Dooms met haar team een eeuwenoud mysterie oplossen over het Lam Gods van de gebroeders Van Eyck: in het schilderij wordt een boek afgebeeld, waarvan de tekst niet leesbaar was door de vele craquelures. Dankzij de wiskundige toepassingen konden die gedetecteerd en weggewerkt worden en ontdekten de kunsthistorici dat het om een tekst van Thomas van Aquino ging.

 

Je passie niet kunnen uitleggen is frustrerend

Bij het werk van Ann Dooms kunnen we ons makkelijk iets voorstellen: van forensische technieken op schilderijen tot het versleutelen van data op het internet. Het werk van Eric Jespers daarentegen is moeilijker te bevatten omdat zijn onderzoek in de algebra veel abstracteris: ‘Tegenwoordig moet iedereen zijn onderzoek kunnen uitleggen aan een zo groot mogelijk publiek, maar dat is niet evident. Zelfs aan collega’s in hetzelfde departement krijg ik mijn werk moeilijk uitgelegd’, zegt Jespers.

En dat ligt niet aan een gebrek aan communicatieskills bij professor Jespers. Abstractere wiskunde blijkt gewoon ontzettend moeilijk bevattelijk te maken, zo bleek op de laatste editie van de jaarlijkse VUB-conferentie BIMS, Beautiful Impact of Mathematics in Society. Daar ging Toon Verlinden van The Floor is Yours, een bedrijfje dat onderzoekers ondersteunt in de communicatie over hun onderzoek, de uitdaging aan om het werk van een doctoraatsstudent in de wiskunde uit te leggen. ‘Hij moest toegeven dat hij voor het eerst op een gebied stuitte waarvoor hij niet zomaar kon inspringen, want hij kreeg het onderzoek niet geëxpliceerd. Om wiskunde uit te leggen, moet je publiek een volledig nieuwe taal van concepten en symbolen leren voor je dieper kan graven’, zegt Dooms.

 

Dat ook The Floor is Yours wiskundig onderzoek niet helder kreeg, was een teleurstelling voor Jespers: ‘Ik hoopte dat het zou lukken, want daar had ik zelf ook van kunnen leren. Het is frustrerend dat ik met mijn passie bezig ben, maar het aan weinigen kan uitleggen.’

Tegenwoordig moet iedereen zijn onderzoek kunnen uitleggen aan een zo groot mogelijk publiek, maar dat is niet evident. Zelfs aan collega’s in hetzelfde departement krijg ik mijn werk moeilijk uitgelegd.
-
Eric Jespers

Eeuwenoude wiskunde vindt vandaag pas toepassing

Toch zien Dooms en Jespers tal van redenen om aan wetenschapscommunicatie te doen. Enerzijds om te tonen dat ze niet in een ivoren toren zitten, maar ook om budget te krijgen voor onderzoek. ‘Je loopt het risico dat degenen die het hardst roepen, met alle subsidies gaan lopen en dat je als wiskundige overal naast grijpt omdat je je onderzoek niet uitgelegd krijgt’, zegt Dooms. ‘Het is daarom belangrijk dat de publieke opinie en de overheid mee zijn met je verhaal.’

 

Tegelijk schuilt daarin ook een addertje onder het gras: ‘Je riskeert dat beleidsmakers enkel het onderzoek gaan steunen dat ze zelf begrijpen of dat snel resultaat oplevert’, zegt Jespers. Ook Dooms maakt die bedenking: ‘Je moet binnen een legislatuur van een regering op tafel leggen wat je hebt uitgevonden en wat ermee gebeurd is. Als je dan bedenkt dat heel wat wiskundige problemen pas na driehonderd jaar hun toepassing vinden, dan moeten we erover waken dat dit de financiering niet bedreigt.’

 

‘Eigenlijk vatte Lieven Scheire het mooi samen in de Laatste Show: “Wiskunde staat driehonderd jaar voor op de maatschappij”. En dat klopt’, zegt Jespers. ‘Ann gebruikt in haar onderzoek voortdurend wiskunde die honderden jaren geleden uitgevonden werd, maar die toen geen praktisch nut had. Niemand had toen kunnen bedenken waartoe die formules ooit zouden kunnen dienen.’ Zo berust RSA-encryptie, het systeem waarmee je veilig kan communiceren met je bank voor online betalingen, op het ontbinden in priemgetallen en de Kleine Stelling van Fermat. ‘Die ontstond honderden jaren geleden uit wiskunde als spel en uit pure interesse,’ zegt Dooms.

 

Op alles een economisch winstmodel gaan toepassen zou dus een hypotheek leggen op onze toekomst: ‘Had men dat tweeduizend jaar geleden toegepast, dan liepen we nu nog steeds in de bossen te jagen’, zegt Jespers. We hebben er dus alle belang bij de wetenschap om de wetenschap, puur uit nieuwsgierigheid en zonder dat het per se onmiddellijk winst of praktische toepassingen moet opleveren, te blijven steunen. [Lees verder onder de foto]

Wetenschapscommunicatie kan studenten warm maken voor wiskunde

Het winstmodel en de zucht naar kwantificeerbare resultaten hebben nog een kwalijk neveneffect: ‘Als ministers het hebben over de studiegebieden waar geld zit, dan zit wiskunde daar niet tussen. Studenten kiezen onder andere daardoor amper nog voor wiskunde en meer dan zestig procent van de wiskundeleerkrachten kreeg geen wiskundige opleiding. Degenen die toch veel wiskunde kregen, zoals burgerlijk ingenieurs, raden hun beste leerlingen dan ook weer aan om voor burgerlijk ingenieur te studeren. Een vicieuze cirkel dus’, zegt Dooms.

 

Jespers stelt het nog scherper: ‘We zitten met een regelrecht sociaal drama in Vlaanderen en men heeft het nog niet eens door. Vorig jaar hebben we aan de Vlaamse universiteiten amper leraars wiskunde opgeleid en die trend is al decennia bezig. Terwijl iedereen het erover eens is dat we meer technologie en dus meer wiskunde nodig hebben, blijven de aantallen al jaren dalen. Vlaanderen en België zijn daarin echt een uitzondering in vergelijking met andere landen.’

 

Wetenschapscommunicatie kan dus ook een belangrijke rol spelen om mensen te enthousiasmeren en toekomstige studenten aan te trekken. ‘Hoewel het niet voor elke wetenschapper haalbaar is zijn onderzoek uit te leggen, moet iedereen toch op zijn minst zijn vakgebied kunnen situeren’, zegt Dooms. ‘Als ik over mijn onderzoek vertel, dan toon ik wat ik met wiskunde doe, maar niet hoe ik dat juist doe. Ik probeer mensen warm te maken voor wiskunde en hen te teasen zodat ze meer willen weten. In plaats van heel mijn onderzoek uit de doeken te doen, is mijn kernboodschap: wiskunde is plezant en mooi en je kan er ontzettend veel mee doen. Zo hoop ik ook weer meer studenten aan te trekken.’

Je riskeert dat beleidsmakers enkel het onderzoek gaan steunen dat ze zelf begrijpen of dat snel resultaat oplevert.
-
Eric Jespers

Karen François: wetenschapscommunicatie sinds de oudheid

Hoewel vaak de indruk heerst dat wetenschapscommunicatie samen met sociale media en het internettijdperk opkwam, is niets minder waar. Dat weet wetenschapsfilosofe Karen François. ‘In de oudheid had je Socrates al die in Athene rondliep en mensen aan de hand van de socratische vraagstelling bevroeg over allerlei thema’s, waaronder wiskunde. Ik denk ook meteen aan de traditie van de wetenschapssalons in de 18de eeuw. Die werden door de Britse schilder Joseph Wright of Derby vereeuwigd in prachtige schilderijen: bijvoorbeeld An Experiment on a Bird in an Air Pump, waarin men het concept van de luchtledige ruimte demonstreerde: men stak een vogeltje in een glazen buis en pompte daar vervolgens de lucht uit’, zegt François.

 

‘Er is dus altijd wetenschapscommunicatie geweest, maar de reden waarom het vandaag hoog op de agenda staat, is ten eerste dat we met kritische burgers te maken hebben die dus logischerwijs willen weten wat er met overheidsgeld gebeurt. Ten tweede is onze samenleving steeds meer geletterd en gedigitaliseerd. De kennisgroei is enorm. Mensen moeten zichzelf voortdurend onderwijzen en wetenschapscommunicatie is daar een middel toe.’

 

De link tussen wetenschap en de belastingbetaler die vraagt naar de return van zijn investering is dus wel relatief nieuw. Maar net als Jespers en Dooms ziet ook François dat men steeds vaker redeneert vanuit een economisch model dat haaks staat op fundamenteel onderzoek: ‘De vraag naar de relevantie en mogelijke toepassing gaat in tegen het principe van fundamenteel onderzoek. Vooral wiskunde en filosofie, die geen directe toepassingen kennen binnen dat marktmodel, worden hierdoor ingeperkt. Fundamenteel onderzoek zou zich eigenlijk niet moeten verantwoorden, want het is wetenschap om de wetenschap zelf’, zegt François.