You are here

Tijdens de boeklancering van Homo Roboticus in de Brusselse Munt sloeg de toekomst ons gade in een barokke sofa: een blonde robotvrouw glimlachte je tegemoet. Ze zag er zo levensecht uit, dat je er haast ongemakkelijk van werd. Hoe mensachtig moet een robot zijn om het verschil te maken? Verzoenen we ons gemakkelijker met robots als ze meer op ons lijken? Of vinden we robots die teveel aan onszelf doen denken net griezelig en missen ze daardoor hun doel?

 

Tekst door Jens Meijen

 

Heel wat robots worden ontworpen om sociale contacten te leggen met mensen. Ze kunnen bijvoorbeeld autistische kinderen leren hoe ze beter omgaan met prikkels en sociale interacties. Voor deze kinderen maken sociale robots echt het verschil. Zulke robots bouwen is moeilijker dan het lijkt. Een van de grootste problemen bij robots die met mensen moeten omgaan is immers de uncanny valley, of ‘Griezelvallei’. Als robots steeds menselijker worden, bereiken ze op een gegeven moment een punt waarop ze ronduit griezelig zijn. Met andere woorden: mensachtige robots doen ons ongemakkelijk voelen omdat ze wel het menselijke nabootsen en benaderen, maar nooit exact hetzelfde zijn.

 

Lees verder onder de afbeeldingen.

Half mens, half robot?

Enkele decennia geleden mochten we al juichen wanneer een robot met een grijparm blokjes kon verplaatsen of simpele zinnen kon produceren, terwijl ze ons tegenwoordig al doen nadenken over wat het precies betekent om mens te zijn en een bewustzijn te hebben. Als we succesvol willen samenleven met robots, moeten we ons mens-zijn ook herdenken. Hoe meer de technologie vooruitgaat, hoe vager de grens tussen mens en robot. Of beter gezegd: hoe duidelijker het wordt dat mens en robot samen op één spectrum staan. Is een mens met een prothese ­of een hersenimplantaat deels een robot? Is een robot met vlezige lichaamsdelen of met emoties gedeeltelijk mens?

 

Het ziet ernaar uit dat we in de toekomst steeds meer zullen samenwerken en socializen met robots die mensen imiteren, en dan is het allerminst handig als we voortdurend kippenvel krijgen van de lege blik van onze gesprekspartners. De robotrevolutie komt er met rasse schreden aan. Hoe sneller we leren wennen aan onze robotvrienden en -vriendinnen, hoe beter.

 

Lees meer over de relatie tussen mens en robot in het boek Homo Roboticus.

"Robots zijn de toekomst"

Hoe ziet de toekomst eruit volgens robotfans?

Experten zijn klaar voor de robotrevolutie

Over Jens Meijen
Jens (23) werd drie jaar geleden de eerste Jonge Dichter des Vaderlands. Ondertussen schrijft hij voor Humo, De Morgen en De Bezige Bij en is redacteur van het literaire tijdschrift Dietsche Warande en Belfort. Hij ging voor ons naar Homo Roboticus in De Munt pende deze bedenkingen neer.