You are here

Sinds het vicerectoraat Innovatie & Valorisatie in 2015 werd opgericht gaat het voor de wind met het aantal spin-offs. Mede met de hulp van de operationele dienst TechTransfer zijn er al 40 opgericht, waarvan enkele bijzonder succesvol zijn. Maar anders dan de naam doet vermoeden, begeleidt TechTransfer ook onderzoeksgroepen uit de humane en sociale wetenschappen. En dat verdient wat meer aandacht vinden vicerector Hugo Thienpont en directeur TechTransfer Sonja Haesen.

 

Lees ook: Van student naar spin-off. Hoe doe je dat eigenlijk? In gesprek met de oprichters van unicorn Collibra.

 

“We moeten hard werken om niet alleen extern bekendheid te geven aan de VUB en haar activiteiten, maar ook intern om te laten weten dat we een brugfunctie tussen universiteit en maatschappij vervullen. Dankzij het vicerectoraat Innovatie en Valoriosatie hebben we veel meer zichtbaarheid gekregen. Europa en de Vlaamse en Brusselse overheid hebben veel middelen vrijgemaakt voor de vertaling van onderzoek in toepassingen”, zegt Sonja Haesen.

Innovatie & Valorisatie omvat toegepast onderzoek en het vermarkten ervan, er zijn zo’n 30 mensen actief op centraal niveau. Het vicerectoraat telt drie afdelingen: TechTransfer, de filantropische fondsenwerving Foundation en het Crosstalks netwerk. Een 20-tal mensen houdt zich specifiek bezig met valorisatie van onderzoek, de transfer van onderzoeksresultaten naar bedrijven of andere actoren en het oprichten van spin-offs.

 

Zou het kunnen dat woorden als ‘bedrijven’ en ‘vermarkten’ bepaalde onderzoeksgroepen afschrikken?

Professor Thienpont: “We ondersteunen geen bedrijf door een spin-off op te richten. Je valoriseert erdoor je kennis. Het onderzoek waar de belastingbetaler voor betaald heeft, en alle nieuwe dingen die een positieve impact op de maatschappij kunnen hebben, die probeer je op een of andere manier aan de man te brengen, te vermarkten. Dat lijkt een heel lelijk woord maar is het niet. Want als er iets is wat jij wilt voor je gezondheid, voor je vrije tijd, dan wil je dat iedereen dezelfde kans heeft om dat te kunnen kopen, dat het op de markt beschikbaar is. De beste mogelijkheid om dat te doen is om dat vanuit de universiteit te spin-offen. De hier ontwikkelde kennis wordt dan economisch en maatschappelijk gevaloriseerd. En een deel van de gecreëerde winst wordt geherinvesteerd in onderzoek en innovatie.”  

 

Hoe maak je van onderzoekers ondernemers?

Sonja Haesen: “We organiseren al meer dan 20 jaar startersseminaries, jaarlijks in twee heel intensieve blokken. Daarbij richten we ons naar onderzoekers, mensen die doctoreren of net hebben gedoctoreerd. We maken hen duidelijk dat je als onderzoeker nog heel wat andere competenties moet ontwikkelen of aantrekken om een bedrijf te runnen. In de ‘Advanced Startersseminaries’ gaan we nog dieper in op het starten en leiden van een bedrijf.” “Daarnaast zijn er nog de cursussen in de curricula van de ingenieurs en handelsingenieurs over ondernemerschap”, vult professor Thienpont aan. “Die zijn complementair aan wat TechTransfer biedt. Onze onderzoeksgroepen gefinancierd door het Industrieel Onderzoeksfonds vormen de kern van het innovatiegebeuren. Die hebben elk een roadmap, een meerjarenplan voor hun groei. De IOF’s worden meestal begeleid door een business developer. Die kijkt binnen zo’n groep of er mogelijkheden zijn voor spin-offs. Als dat zo is, komt TechTransfer in beeld.”

Het onderzoek waar de belastingbetaler voor betaald heeft, en alle nieuwe dingen die een positieve impact op de maatschappij kunnen hebben, die probeer je op een of andere manier aan de man te brengen, te vermarkten.
-
Hugo Thienpont

Wie financiert de IOF’s?
“De Vlaamse overheid heeft daar middelen voor vrijgemaakt”, legt Sonja Haesen uit. “Om die middelen te verdelen tussen de universiteiten, kijkt men naar het aantal spin-offs dat we oprichten, hoeveel licentieovereenkomsten we afsluiten, hoeveel octrooien we indienen en toegekend worden, hoeveel samenwerkingsovereenkomsten met de industrie er zijn en hoe goed we scoren in EU-samenwerkingsprojecten. Dat zijn allemaal criteria gericht op toepassingen van onderzoek. Om voor IOF-financiering in aanmerking te komen, kunnen onderzoeksgroepen kandideren op basis van hun roadmaps, hun visie op lange termijn naar toepassingsgericht onderzoek. Uiteraard willen we investeren in de juiste groepen, zodat we goed scoren op die vijf criteria en zo ons aandeel in het Vlaamse landschap laten stijgen. Want de andere universiteiten zitten ook niet stil, die willen ook hun aandeel vergroten. Sinds het Industrieel Onderzoeksfonds in 2004 in het leven werd geroepen, is de output van de verschillende universiteiten enorm vooruitgaat.”

 

In hoeverre is de VUB mede-eigenaar van een spin-off?

Sonja Haesen: “Wanneer je met een product op de markt komt dan kan je dat niet meer vanuit de universiteit doen. Wij kunnen niet produceren, geen productaansprakelijkheid nemen. We kunnen alleen inspanningsverbintenissen aangaan, maar geen resultaatsverbintenissen. Bij een licentie blijft het eigendom bij de universiteit en het bedrijf krijgt, tegen een vergoeding, het gebruiksrecht. Een andere mogelijkheid is dat we het hele verhaal overdragen aan het bedrijf en daar een vergoeding voor krijgen. Veel spin-offs zijn in het begin niet zo kapitaalkrachtig, dan kan het niet anders dan dat we daar een aandeel in nemen. Maar geen enkele universiteit mag meer dan 49% van de aandelen in een spin-off bezitten. Dat willen we ook niet, onze taak is niet om bedrijven te runnen.” Professor Thienpont: “Je krijgt in bepaalde gevallen aandelen ter compensatie van wat je als universiteit hebt ingebracht. Als een bedrijf het goed doet, stijgen die aandelen in waarde en komen de centen terug naar de VUB.”

 

Verloopt de financiering altijd via fondsen?

Sonja Haesen: “Soms verloopt de oprichting van een bedrijf met eigen kapitaal, maar de meesten zoeken hun geld via venture capital funds, startersfondsen dus. BI³ was daar een voorbeeld van, nu is er het Qbic-fonds. De universiteit zelf steekt in principe geen geld in een bedrijf. Onder uitzonderlijke omstandigheden kan dat wel gebeuren, bijvoorbeeld wanneer de onderzoeksgroepen daar zelf reserves voor hebben. Onze bedoeling is in de eerste plaats om onderzoeksresultaten naar de markt te laten vloeien en in dat voortraject wordt veel geïnvesteerd. Zoals in de opbouw van een octrooiportfolio. We zijn onze onderzoekers systematisch aan het leren dat je eerst een octrooi of patent moet nemen en daarna pas publiceert. Dan ben je ten minste eigenaar van het idee en krijgt dat ook waarde.” [Lees verder onder de foto]

Professor Thienpont: “Wanneer we een aantal bedrijven afspinnen en onze kennis overdragen, dan weten we dat een aantal spin-offs niet zal vliegen, en een aantal wel een succes zullen zijn. Een deel van die return gaat terug naar de organisatie van de VUB en een deel naar de onderzoeksgroep. Want die ligt aan de basis van het hele verhaal, en verliest uiteindelijk ook zijn vorsers.”

 

Binnen de VUB werden er een 40-tal spin-offs opgericht, waarvan nog 3/4 actief is.

Professor Thienpont: “We gaan niet voor de kwantiteit maar voor robuustheid en kwaliteit. We zijn daarvoor bij de andere universiteiten gekend. Kijk naar Collibra, die als eerste unicorn 1 miljard dollar waard was, dat heeft nog niemand ons nagedaan. Wat we doen, doen we goed. Er zijn ook andere, die het ook zeer goed doen.

 

Participeren bedrijven in een VUB spin-off?

Sonja Haesen: “Nee, en dat wil je ook niet als start-up.  Het zet je meteen vast, dan moet je werken volgens de visie van die grote partner.“Het gebeurt wel dat grote bedrijven een start-up willen opkopen vanwege hun competitieve technologie, en ze die daarom uitschakelen. Of ze willen een complementaire technologie in huis. Dat laatste is trouwens vaak een exit strategie voor spin-offs. We kregen in het verleden de vraag van Solvay en van Janssen Pharmaceutica om spin-offs te laten incuberen in hun omgeving.”

 

Professor Thienpont: “Ook dan was het antwoord: opletten! Je begeeft je dan in het hol van de leeuw, enkel als het duidelijke voordelen voor je bedrijf geeft moet je het overwegen.”

We zijn onze onderzoekers systematisch aan het leren dat je eerst een octrooi of patent moet nemen en daarna pas publiceert. Dan ben je ten minste eigenaar van het idee en krijgt dat ook waarde.
-
Sonja Haesen

Sonja Haesen: “Een spin-off is ook heel speciaal, het onderscheidt zich van elk ander startend bedrijf. Ten eerste is er heel veel onderzoek aan voorafgegaan, met belastinggeld. Dat maakt dat je een heel enthousiast team van onderzoekers hebt die verder kunnen werken met hun onderzoeksresultaten en die ineens een carrièrewending voor ogen hebben om met een hele nieuwe doorbraak te komen.”

 

Professor Thienpont: “De universiteit biedt een zekere vorm van veiligheid en geborgenheid; je weet dat je hier nog gerust een paar jaar door kunt werken terwijl de sprong die je maakt naar dat bedrijf dan alles of niet is. Dat is ook een van de redenen waarom sommige spin-offs nooit het levenslicht zien, omdat sommige van die vorsers bewust de sprong niet durven wagen.”

 

Hoe vaak wordt hier de deur platgelopen?

Sonja Haesen: “Er is een ommekeer, de mentaliteit is gewijzigd. Meer en meer onderzoekers vinden de weg naar ons.”

 

Professor Thienpont: “Daar zijn we heel blij mee: aan innovatie doen of zelf een bedrijf opstarten vanuit de universiteit was vroeger not done. Dankzij het werk van TechTransfer is er een bewustzijn ontstaan dat een onderzoeker meer moet doen dan publiceren, dat er manieren zijn om je kennis naar de markt te brengen. Het is de volgende stap naar innovatie, het overbruggen van de valley of death tussen onderzoek en product. Het is niet omdat je vandaag een mooie demonstrator hebt dat er ook een product is. Dan begint het werk pas. Als ik vandaag voordrachten geef aan beleidsmakers moet ik hen duidelijk maken dat de universiteit niet meer de plek is waar men louter fundamenteel onderzoek doet maar ook toegepast onderzoek, vaak samen met de industrie om onze economische welvaart te garanderen. Het is een andere vorm van academia meets society. Ik zie dat als de plicht van een universiteit. Je hoort mij niet zeggen dat fundamenteel onderzoek niet belangrijk is, dat daar niet in geïnvesteerd zou moeten worden. Maar wij hebben mogen surfen op een nieuwe golf die de Vlaamse overheid en de Europese Unie net op tijd heeft gelanceerd. Het heeft de VUB en de onderzoeksgroepen geen windeieren gelegd.” [Lees verder onder de foto]

 

Ligt de nadruk bij TechTransfer niet te veel op technologie?

Sonja Haesen: “We moeten de humane en sociale wetenschappen overtuigen dat er ook voor hen begeleiding wordt aangeboden. Er is een apart VUB-project in het kader van het ASP Op weg naar 2030 waarbij een business developer, Jessica Hekking, specifiek voor humane en sociale wetenschappen werd aangesteld. Daar zijn andere financieringskanalen vanuit de overheid en een andere vorm van begeleiding voor. We hebben gemerkt dat er voor nadenken over sociaal ondernemerschap, een andere taal nodig is en we beter moeten aanvoelen wat de wensen en behoeften zijn.”

 

Professor Thienpont: “We willen met de aanstelling van die business developer een versnelling hoger schakelen. Maatschappelijke, sociale valorisatie wordt even belangrijk, zo niet belangrijker, als de economische. Het uiteindelijke doel is om die twee samen te brengen. Zodanig dat technologische onderzoeksgroepen ook het maatschappelijke aspect meenemen. Je ziet dan ook steeds meer multidisciplinaire onderzoeksgroepen, ook bij het IOF waar men de technologie gaat inzetten om maatschappelijke problemen op te lossen.”

 

Er is sprake van een nieuwe, humane spin-off?

Sonja Haesen: “Er is sociologisch onderzoek dat al jaren bezig is en nu evolueert in een spin-offdossier. Ik mag er nog niet meer over vertellen, ik wil hen de scoop geven. En er zitten er meer in de pipeline.”

 

Professor Thienpont: “We hopen dat het heel mooie voorbeelden worden die hun collega’s zullen stimuleren. Zodat er ook meer middelen in de humane en sociale wetenschappen kunnen komen. Want daar zit veel potentieel.”

 

Sonja Haesen: “Humane spin-offs blijven over het algemeen wat onder de radar en hebben over het algemeen ook minder geld voor labo-infrastructuren en dergelijke nodig.”

 

Professor Thienpont: “Ze hebben geen 10 tot 20 miljoen venture kapitaal nodig zoals een biotechnologische of farma spin-off. Er zijn op dit ogenblik mooie incentives in de humane en sociale wetenschappen. Dat willen we verder in de kijker zetten. Zodat er meer evenwicht ontstaat en we niet enkel als techneuten weggezet worden. Het is onze taak om de universiteit iets minder wereldvreemd te maken. En ervoor te zorgen dat we een broeihaard zijn van positieve ideeën die de maatschappij kunnen verbeteren. Er wordt hier zoveel kennis gecreëerd die, als ze niet via een spin-off naar buitengaat, anders nooit het daglicht zou zien. Dan is dat a waste of money en talent.”

 

Lees ook: Van student naar spin-off. Hoe doe je dat eigenlijk? In gesprek met de oprichters van unicorn Collibra.