You are here

Ontwikkelingssamenwerking is geen thema in de aanloop naar 26 mei. Vreemd, vinden de vijf Vlaamse rectoren. Grote uitdagingen zoals migratie en klimaat kunnen we alleen globaal aanpakken.

 

Dit artikel verscheen eerder op standaard.be (+) en nemen we integraal over.

 

Vandaag reiken de vijf Vlaamse universiteiten elk een eredoctoraat uit aan een persoon die zich verdienstelijk maakte binnen het domein van de universitaire ontwikkelingssamenwerking. We lauweren vijf experts uit het Zuiden die elk een uitzonderlijke maatschappelijke impact hadden in hun land of regio, of zelfs mondiaal. Ze hebben het verschil gemaakt met concrete wetenschappelijke realisaties, zoals Nteranya Sanginga, Jean-Jacques Muyembe Tamfum, José Ramón Saborido Loidi en Clarice Garcia Borges Demétrio, of als rolmodel, zoals Leymah Gbowee.

Al twintig jaar lang tonen de Vlaamse universiteiten, met de ondersteuning van hun koepelorganisatie Vlaamse Interuniversitaire Raad-Universitaire Ontwikkelingssamenwerking, hoe ontwikkelingsproblemen doeltreffend kunnen worden opgelost door internationale wetenschappelijke samenwerking, die wordt aangedreven door het engagement van veel academici uit Vlaanderen en het Zuiden.

 

Globale visie, lokale aanpak
Met de Sustainable Development Goals (SDG’s) als kader en in het licht van globale uitdagingen zoals armoede, migratie, klimaat en wereldwijde conflicten, worden de universiteiten niet alleen uitgedaagd om hun studenten te vormen tot wereldburgers die kritisch en veerkrachtig in het leven staan, maar ook om mondiaal hun maatschappelijke
verantwoordelijkheid op te nemen. Dat doen ze door een sleutelrol op te nemen in onderzoek en innovatie en door te zoeken naar duurzame antwoorden op globale en lokale maatschappelijke uitdagingen.

 

De grote verdienste van de SDG’s is dat ze erkennen dat we veel maatschappelijke uitdagingen niet langer kunnen beschouwen als ‘problemen in of van ontwikkelingslanden’. Die problemen, en de oorzaken ervan, zijn mondiaal, we delen dus ook de verantwoordelijkheid ervoor. We moeten internationaal samenwerken om oplossingen te bedenken, vanuit een globale visie en met een lokale aanpak.

 

De uitdagingen zijn zo groot dat we alle mogelijke expertise maximaal moeten bundelen, over disciplines, universiteiten, landen en continenten heen. Problemen die de kwaliteit en duurzaamheid van het leven beïnvloeden, krijgen een plaats op onze onderwijs- en onderzoeksagenda. We zoeken vanuit onze internationale solidaire partnerschappen naar oplossingen die technisch haalbaar en wetenschappelijk onderbouwd, maar ook sociaal en internationaal rechtvaardig zijn. Bovendien is het onze taak om te maken dat onderzoeksresultaten worden vertaald naar concrete toepassingen en aangepast beleid, zowel in Vlaanderen als in de rest van de wereld. Ook de jongeren wijzen ons vandaag op onze verantwoordelijkheid voor de mondiale ontwikkelingsproblematiek.

 

Binnenlandse migratieagenda’s

De laatste jaren werd aanzienlijk bespaard op de federale middelen voor ontwikkelingssamenwerking, ook op die voor universitaire ontwikkelingssamenwerking. Heel vreemd eigenlijk, in tijden waarin de maatschappelijke uitdagingen almaar globaler, alomvattender en urgenter zijn geworden. De afgelopen jaren heeft er binnen nogal wat landen een evolutie plaatsgevonden: ze stellen ontwikkelingssamenwerking meer en meer ten dienste van de economische belangen, het buitenlandbeleid en de geopolitiek. Ze koppelen ontwikkelingssamenwerking bovendien steeds vaker aan het migratiebeleid, en maken de ontwikkelingsdoelen ondergeschikt aan de binnenlandse migratieagenda’s. Hetzelfde staat te gebeuren voor de klimaatuitdagingen.

 

Ontwikkelingssamenwerking is een grote afwezige in het politieke debat in de aanloop naar de verkiezingen. Wij vragen de overheid om het gekrompen budget voor ontwikkelingssamenwerking opnieuw op te trekken (we zitten ver van de ambitie van 0,7 procent van het bbp) en het vast te leggen bij de aanvang van de nieuwe regeerperiode. We vragen niet alleen aan de federale overheid, maar ook aan de andere overheden in België én de EU, dat er in totaal meer middelen voor ontwikkelingssamenwerking vrijkomen, zowel vanuit het beleidsdomein ontwikkelingssamenwerking, als in alle andere beleidsdomeinen. Elk beleidsdomein wordt geconfronteerd met uitdagingen waarvoor het internationaal moet samenwerken.

 

We zien dat de overheidsmiddelen voor het wetenschapsbeleid steeds vaker naar specifieke doelstellingen vloeien, zoals het klimaat of migratie. Dat zit er ook aan te komen voor ontwikkelingssamenwerking. Maar ontwikkelingsmiddelen moeten ‘vrij’ blijven. Uiteraard mogen ze naar het klimaat- en migratieonderzoek gaan, maar ze moeten ook inzetbaar blijven voor andere prangende ontwikkelingsproblemen. De kracht van wetenschap en innovatie: jazeker. Maar dan moet er wel voldoende budget tegenover staan.

 

Herman Van Goethem, rector UAntwerpen
Luc Sels, rector KU Leuven
Rik Van de Walle, rector UGent
Caroline Pauwels, rector VUB
Luc De Schepper, rector UHasselt