U bent hier

Het Vrije Woord praat met Caroline Pauwels over haar visie op een vooruitstrevende, humanistische universiteit in een grootstedelijke context.

Caroline Pauwels is sedert het begin van het academiejaar 2016-2017 de nieuwe rector van de Vrije Universiteit Brussel. Zij volgt Paul De Knop op, die de universiteit sinds 2008 door vaak woelige wateren loodste. Caroline Pauwels is professor communicatiewetenschappen en is sinds 1989 verbonden aan de vakgroep communicatiewetenschappen van de VUB. Zij is ook sinds 2000 directeur van het onderzoekscentrum voor media, communicatie en informatietechnologie iMinds-SMIT. Zij is de elfde rector van de universiteit en pas de tweede vrouwelijke rector, na historica Els Witte (1994-2000).

 

Een interview door Gert De Nutte in Het Vrije Woord van Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging, december-januari-februari 2016-2017.

 

Het Vrije Woord praat met Caroline Pauwels over haar visie op een vooruitstrevende, humanistische universiteit in een grootstedelijke context. En over vrouwen in de academische wereld, natuurlijk. Het gesprek met de nieuwe rector van de Vrije Universiteit Brussel vindt plaats twee weken voor de officiële aftrap van het nieuwe academiejaar. Op de vraag of ze er helemaal klaar voor is, antwoordt ze volmondig en met het aanstekelijke enthousiasme dat haar eigen is ‘ja’, met de nuancering dat het tegelijk toch nog wel een stap in het onbekende is en dat er zonder enige twijfel en ondanks de goede overdracht een bijzonder complexe opdracht op haar afkomt.

 

Caroline Pauwels: “De meeste rectoren die ik heb gesproken vertellen me toch dat je een jaar nodig hebt om echt goed zicht te krijgen op een en ander en ik zal die periode dus zeker ook gebruiken om me echt grondig in te werken.”

 

Het Vrije Woord: ”Je hebt inmiddels sedert je verkiezing in het voorjaar al een aantal wellicht heel intensieve voorbereidende maanden achter de rug. Kijk je er nog op dezelfde manier tegenaan?”

 

Caroline Pauwels: “Je krijgt meer zicht op de complexiteit maar toch ook op de ongelooflijke opportuniteiten. Heel wat andere rectoren en oud-rectoren hebben me bevestigd dat deze periode eigenlijk de mooiste van hun carrière was, ook al was het niet iedere dag een feest, en zo voel ik het ook aan. Het is een ontzettend mooie en veelgelaagde opdracht die op je afkomt, want je moet nadenken over onderwijs én onderzoek én de wereld waarin we leven én vooral ook over mensen, want daarover gaat het toch in eerste en laatste instantie. Ik ben dus inderdaad wel verrast door de vele dimensies van het verhaal, maar zoals collega Herman Van Goethem van de Universiteit Antwerpen het recent verwoordde, het is allemaal werkelijk waanzinnig interessant.”

 

Gender

Het Vrije Woord: “De rechtstreekse aanleiding voor dit interview is, uiteraard naast de start van het academiejaar en jouw start als nieuwe rector, het thema van dit Vrije Woord, dat gewijd is aan de genderproblematiek, met onder meer specifieke aandacht voor de situatie van de vrouw anno 2016. Je bent rector en je bent een vrouw. Dat is misschien minder evident dan het eigenlijk lijkt. Je bent de tweede vrouwelijke rector van de VUB, na Els Witte, en je bent ook in het huidige universitaire landschap de tweede vrouwelijke rector, naast Anne De Paepe in Gent. Denk jij dat een vrouwelijke rector als leidinggevend academicus een andere kijk heeft op de universiteit, mogelijk andere accenten legt, andere prioriteiten vooropstelt?”

 

Caroline Pauwels: “Ik denk dat het misschien een beetje clichématig is om te veronderstellen dat je als vrouw andere visies zou hebben, omdat je in eerste instantie toch wel aantreedt als wetenschapper en ik denk dat mannen en vrouwen er zich op dezelfde manier van bewust zijn waar het bij een universiteit om draait. Dat neemt niet weg dat vrouwen wellicht op bepaalde vlakken een eigen benadering zullen hebben, maar wat ik los van dat genderaspect vooral belangrijk en interessant vind, is de trouwens wetenschappelijk aangetoonde vaststelling dat een grotere diversiteit rond de tafel leidt tot een betere besluitvorming. Je moet leren luisteren naar elkaar en daarvoor is die diversiteit ontzettend belangrijk. Er zal ook wel een vrouwelijke ‘touch’ zijn in die zin dat vrouwen zich wellicht meer bewust zullen zijn van aspecten als gezinsdruk, balans tussen werk en privé, enzovoort. Maar ook op dat vlak is de maatschappij geëvolueerd, want mannen voelen die gezinsdruk vandaag ook en houden daar meer dan vroeger het geval was rekening mee. Ik ben dus zeker voor vrouwen aan de onderhandelingstafel en op dat vlak hebben we aan de universiteiten nog een hele weg te gaan. Aandacht voor diversiteit heeft ook indirect heel wat impact: je zag bijvoorbeeld dat na de invoering van het stemrecht voor vrouwen ook de mannen andere thema’s op de politieke agenda plaatsten en andere accenten begonnen te leggen, zoals gezondheidszorg, onderwijs, enzovoort.”

“Veronderstellen dat je als vrouw andere visies zou hebben, is clichématig”

Het Vrije Woord: “Hierbij aansluitend: er is in recente tijden heel veel kritiek op het managementdenken, de marktgerichte evolutie, de commercialisering zelfs waaraan ook de academische wereld niet meer lijkt te ontsnappen. Is het een cliché om dan te veronderstellen dat een vrouwelijke aanpak meer op de mens en minder op de cijfers – de financiën, de publicaties en citaties, de rankings… – zou focussen? Of is er gewoon ook geen ruimte voor een ‘zachte’ strategie?”

 

Caroline Pauwels: “Ik verwijs hier graag opnieuw naar mijn gesprekken met de rector van Antwerpen, die eigenlijk dezelfde accenten legt als ik. We komen weliswaar allebei uit de ‘humane wetenschappen’, wat mogelijk ook een impact heeft op je visie en benadering, maar het blijkt inderdaad wel dat over alle faculteiten heen en in alle universiteiten wordt vastgesteld dat er wel degelijk erg veel druk gezet wordt op onze onderzoekers en docenten. Anderzijds stellen we toch ook vast dat universiteiten vandaag op een veel professionelere manier worden geleid, met onder meer veel aandacht voor een goed onderbouwd hr-beleid. Dat concurrentiële managementdenken is niet alleen typerend voor bepaalde professionele segmenten, waartoe dan ook de academische wereld behoort, maar kadert vandaag in een algemeen maatschappelijk model dat ook in andere sectoren mogelijk tegen een limiet aanloopt, wat zich dan uit in symptomen als burn-out, depressies, langdurige arbeidsongeschiktheid, enzovoort. Hoe dan ook, je kunt er niet omheen dat de druk op onze academici inderdaad erg hoog is. Van hen wordt eigenlijk verwacht dat zij beantwoorden aan competentieprofielen die hoge eisen stellen op zowel het gebied van onderzoek, als van onderwijs én maatschappelijke dienstverlening, en dat is natuurlijk allesbehalve evident. We zoeken dus eigenlijk naar uitzonderlijke talenten, maar we moeten er ook rekening mee houden dat mensen niet alleen verschillende competenties hebben en zelf verschillende accenten willen leggen, maar bijvoorbeeld ook in de loop van hun carrière die accenten wel eens willen verleggen. Om een voorbeeld te geven: er zijn Nobelprijswinnaars die aangeven dat ze in het huidige ‘meet’-systeem onmogelijk de resultaten hadden kunnen bereiken waarvoor ze hun onderscheiding hebben ontvangen. Daar moeten we ons dus ook wel van bewust zijn. Hoewel er dus ook vandaag zeker nog ruimte moet blijven voor fundamenteel wetenschappelijk onderzoek, moeten we streven naar een goed evenwicht tussen fundamenteel, strategisch en toegepast onderzoek – onderzoek zien ‘landen’ in een toepassing is immers ook fantastisch. Vergeet bijvoorbeeld niet dat Google ontstaan is vanuit het onderzoek van twee doctoraatsstudenten! We moeten er in ieder geval over waken dat we onze onderzoekers en docenten goed ondersteunen, dat we de vele en strenge evaluaties van zowel publicaties als onderwijs – en die een vrij recent gegeven zijn – niet altijd als ‘zaligmakend’ beschouwen en dat we aandacht en begrip hebben voor de twijfel die kan toeslaan bij mensen die vaak perfectionistisch zijn ingesteld en inderdaad op alle vlakken soms erg onder druk staan. Om terug te komen tot het uitgangspunt: ik ervaar zelf de universiteit niet echt als een ‘commercieel’ of marktgericht ‘bedrijf’, wel als een ‘highly performant’ wetenschappelijke instelling die inderdaad veel druk zet op de mensen die erin functioneren.​”

“Vergeet niet dat Google ontstaan is vanuit het onderzoek van twee doctoraatsstudenten"

Maatschappelijke dienstverlening

Het Vrije Woord: “Hoe zie je de verhouding tussen onderzoek, onderwijs en maatschappelijke dienstverlening, de drie belangrijke opdrachten van de universiteit? De voorbije jaren is de nadruk toch vooral komen te liggen op onderzoeksresultaten, omdat daarvan financiering en rankings afhankelijk zijn. De maatschappelijke functie en impact lijken stilaan weg te deemsteren, wat zeker voor een kritisch baken als de VUB toch wel een spijtige evolutie is.”

 

Caroline Pauwels: “Maatschappelijke dienstverlening is misschien een wat onduidelijk begrip dat binnen de universiteit ook meer betekent dan bijvoorbeeld uitstraling naar de buitenwereld en wegen op het maatschappelijke debat. Het begrip heeft bijvoorbeeld ook betrekking op het dienen van de gemeenschap binnen de universiteit of op het wegen op beleidscommissies enzovoort. Het is natuurlijk ook zo dat niet alle wetenschappers zich in hun sas voelen in dat publieke domein, maar degenen die daar wel interesse en talent voor hebben, moeten we natuurlijk ook de nodige ruimte kunnen bieden, zonder evenwel de andere pijlers van onderzoek en onderwijs te vergeten. Wegen op het publieke debat is zeker nodig, maar je kunt ook op het beleid wegen door het onderzoek dat je verricht, zonder je expliciet op dat publieke forum te begeven – wat trouwens ook niet aan iedereen gegeven is. Ik ben er niettemin voorstander van dat wetenschappers ook publiek stelling nemen, maar het publiek moet er zich wel van bewust zijn dat de standpunten van een academicus niet noodzakelijk de standpunten zijn van de universiteit die hij of zij ‘vertegenwoordigt’. Als rector word je natuurlijk wel geacht om met de stem van die universitaire gemeenschap te spreken (lacht).”

 

Glazen Plafond

Het Vrije Woord: “Terug naar de vrouw: hoe zit het eigenlijk met dat spreekwoordelijke glazen plafond in de academische wereld? Er zijn wel hoe langer hoe meer vrouwelijke onderzoekers en docenten, maar de universiteit is toch nog altijd vooral een mannenwereld, of niet? Ik denk hier bijvoorbeeld ook aan de problemen van jonge vrouwelijke onderzoekers zoals die in het voorjaar aan het licht gekomen zijn in Gent.”

 

Caroline Pauwels: “Je hebt daar wat ze noemen de ‘leaky pipeline’: we beginnen met ongeveer de helft predoctorale vrouwelijke onderzoekers en we eindigen met iets van een vijftien procent gewoon hoogleraar. Daar zijn natuurlijk redenen voor, er wordt aan gewerkt via onder meer het genderactieplan, maar het is toch absoluut nog een aandachtspunt en een werkpunt. Hoe kun je daaraan verder werken? We hebben dat genderactieplan, we hebben een master genderstudies, we hebben een onderzoeksgroep rond gender… De methodiek kun je benoemen als ‘fix the numbers, fix the institution, fix the knowledge’. Je kunt binnen de faculteiten expliciet streven naar een minimale vertegenwoordiging (‘the numbers’, quota, zeg maar). Daarnaast moet je zorgen voor allerlei flankerende maatregelen en voor een mentaliteitsverandering waardoor andere verhoudingen vanzelfsprekend worden (‘the institution’). En ten slotte moet je hieraan werken via wetenschappelijk onderzoek (‘the knowledge’): je moet de problematiek in kaart brengen én blijven monitoren, ook hier geldt op een positieve manier ‘meten is weten’.

 

Het Vrije Woord: “De academische wereld is vandaag een harde, prestatiegerichte en zeer concurrentiële werkomgeving: is het eigenlijk überhaupt mogelijk voor een vrouw om een academische carrière te combineren met een druk gezinsleven? Ik denk dat jij hier als academicus en moeder ook uit eigen ervaring kunt spreken…”

 

Caroline Pauwels: “Ik vond het zelf niet altijd gemakkelijk, maar heb er ook nooit echt nadeel van ondervonden. En nogmaals, ik denk dat het vandaag ook voor jonge mannen niet altijd makkelijk is om een jong gezin te combineren met het uitbouwen van een academische carrière. Niettemin, het klopt dat er nog altijd meer gewicht belandt op de schouders van de vrouw, wat onderzoek trouwens aantoont – ook heel recent met het onderzoek naar de effecten van deeltijds werken. Ik vond zelf dat je consequent moet zijn in je beslissingen. Voor mij was het geen optie om te zeggen: ik wil een academische loopbaan uitbouwen en daarom wil ik geen kinderen hebben. Die keuze betekende wel dat zowel ik als mijn kinderen compromissen hebben moeten sluiten over aanwezigheid thuis en over het invullen van de ‘vrije tijd’ die je als onderzoeker vaak nauwelijks hebt. Als gezin moet je je daarop organiseren. Het betekent bovendien dat je een deel van wat je verdient moet investeren in opvang en hulp. Er zijn natuurlijk momenten waarop je wel eens twijfelt en je afvraagt of je keuze de juiste was, maar misschien worstelen mannelijke academici – zeker vandaag – toch ook wel met die problematiek… Maar zoals ik zei, ik vind dat je consequent moet zijn en als je dat soort compromissen liever niet sluit, kun je wellicht beter voor jezelf de keuze maken om geen deel uit te maken van die ratrace die bijna onvermijdelijk hoort bij het werken in een hoogperformante omgeving. En dat je huis er misschien af en toe wat slordiger bij ligt dan dat van anderen of dat het eten wat later op tafel komt, moet je er dan maar bij nemen (lacht).”

 

Diversiteit, dialoog en verbondenheid

Het Vrije Woord: “Als we vandaag over ‘vrouwen’ spreken, komen we onvermijdelijk terecht bij de discussie over de positie van de vrouw in de superdiverse wereld, met name de positie van de vrouw in de islam. Er zijn ook almaar meer moslimastudenten. Hoe gaat de universiteit hiermee om, wat is de visie op bijvoorbeeld de hoofddoek – bij studenten en/of docenten –, op de vraag naar gebedsruimten of andere levensbeschouwelijke ‘privileges’, zijn er grenzen aan multiculturele en vooral religieuze tolerantie?”

 

Caroline Pauwels: “Die grenzen zijn voor mij altijd de grenzen van het humanisme en van het respect. Ik denk verder dat je mensen de tijd moet geven om zelf bepaalde stappen te zetten en ik denk dat verboden en geboden meestal eerder contraproductief werken, bij mij is dat in ieder geval altijd al zo geweest (lacht). Sommige vrouwen dragen een hoofddoek omdat ze moeten, andere omdat ze willen. Die hoofddoek heeft momenteel een grote ‘symboolwaarde’, maar ik denk eerlijk gezegd dat we daar niet te veel tijd mee moeten verliezen. Ik heb er natuurlijk wel een probleem mee als het gezicht van de vrouw bedekt wordt, omdat je gelaatsuitdrukking essentieel is voor menselijke interactie en het tonen van je gelaat nu eenmaal uitnodigt tot dialoog. We moeten op zoek gaan naar samenlevingsvormen waarin wederzijdse verdraagzaamheid en wederzijds respect centraal staan. Dat zal ongetwijfeld gepaard gaan met vallen en opstaan, net zoals wij ook hier ons ontwikkelingstraject gekend hebben, maar ik denk in ieder geval dat een universiteit de dialoog tussen de culturen moet openhouden en aanmoedigen. Ik geef zelf ook les in een internationale masteropleiding met soms meer dan vijftig nationaliteiten en ik probeer de studenten altijd te laten nadenken over het waarom en de achtergronden van hun eigen standpunten. Op de vraag naar gebedsruimten op de universiteit zou ik dan weer niet ingaan, omdat we hier toch van oordeel zijn dat religie in eerste instantie een privéaangelegenheid is. Maar wat dus wel belangrijk is: de dialoog aangaan en daarbij onderzoeksvragen stellen, mensen kritisch laten nadenken, in een geest van respect en verdraagzaamheid.”

 

Het Vrije Woord: “Ik heb je deze week heel toevallig op de radio in één adem horen vernoemen met – schrik niet – Wouter Beke en Bart De Wever, met als link tussen jullie drieën het begrip ‘verbondenheid’, waarnaar jullie alle drie verwezen, zij het in enigszins andere contexten. Wat bedoel jij dan precies met die verbondenheid?”

 

Caroline Pauwels: “In een humanistisch project als dat van onze universiteit vind ik om te beginnen menselijke verbondenheid erg belangrijk, ik denk dat er veel meer is dat mensen verbindt dan dat hen scheidt. Verder zie ik die verbondenheid ook in de academische wereld. De opening van het academiejaar staat in het teken van ‘breaking down the walls’ en we spreken dan over verbondenheid tussen disciplines, tussen de universiteit en de stad Brussel, tussen wat ‘bij ons’ gebeurt en wat er zich ver van ons afspeelt – in een geglobaliseerde en gedigitaliseerde wereld heeft immers alles met alles te maken – tussen de generaties, enzovoort. Verbondenheid heeft ook met duurzaamheid te maken en we moeten ons ervan bewust zijn dat we met ons mooie verhaal van onderzoek en onderwijs aan die duurzaamheid kunnen bijdragen, kunnen werken aan emancipatie – via het vrij onderzoek en de vrije meningsuiting, maar ook in het besef van mogelijke consequenties daarvan – en in dienst van het algemeen belang.”

“Op zoek gaan naar samenlevingsvormen waarin wederzijdse verdraagzaamheid en respect centraal staan”

Humanisme en Vrij Onderzoek

Het Vrije Woord: “Hoe vrijzinnig zal de VUB, dat traditionele geuzenbolwerk van radicaal vrijzinnig humanisme, in de toekomst nog zijn? Uit de grote bevraging van het voorjaar is toch wel gebleken dat vele respondenten die humanistische identiteit nog steeds heel belangrijk vinden, belangrijker bijvoorbeeld dan de link met Brussel. Welke impact heeft Poincaré nog, hoe sterk is dat licht nog dat de duisternis moet overwinnen? Betekent vrij onderzoek aan de VUB nog altijd iets anders dan aan de KU Leuven?”

 

Caroline Pauwels: “Wij zijn de enige universiteit waar in de statuten staat dat de VUB haar onderwijs en onderzoek stoelt op het beginsel van Vrij Onderzoek ten bate van de vooruitgang van de mensheid. We onderwerpen ons niet aan een dogma of autoriteit. Het ooit zeer welgekomen ‘meten is weten’-paradigma dreigt bijvoorbeeld een dogma te worden. Ons pedagogisch en wetenschappelijk project moet zijn vrijheid weer opeisen en zich bezinnen over zijn huidige invulling. Die reflectie over de invulling van het bredere academische project wil ik met en binnen de VUB-gemeenschap, maar ook samen met anderen, op gang trekken. We willen onze identiteit ook meer uitdragen. De leuze van Henri Poincaré komt in talloze talen op een grote muur op onze campus te staan. We willen nadrukkelijk een urbane universiteit zijn, die organisaties als BOZAR of KVS voor een festival op haar campus welkom heet, of die zelf de stad in trekt om samen te werken met stedelijke organisaties.”

 

Het Vrije Woord: “Waarin kan die humanistische identiteit zich concreet vertalen? Je hebt zelf ook al sterk de nadruk gelegd op het belang van waarden in de opleiding van jonge mensen. Een universiteit kan en moet meer zijn dan een diplomafabriekje?”

 

Caroline Pauwels: “‘Meer dan studeren alleen’ is een slogan van de VUB. We willen niet dat studenten enkel met hun neus in de boeken zitten, maar dat ze zich ook persoonlijk ontwikkelen: dat ze zich maatschappelijk engageren, het leven ontdekken: de stad ingaan, internationaal uitvliegen, zich als kritische burger ontwikkelen. Gelijkheid is voor mij een heel belangrijke waarde. We willen als universiteit de emancipatie en de betrokkenheid van nieuwe groepen nastreven en we willen uitsluiting en discriminatie in al hun impliciete of expliciete vormen aanpakken. Het onderwijs moet toegankelijk zijn. Nog altijd merken we dat de sociaaleconomische achtergrond van kinderen hun onderwijskansen en hun slaagkansen aan de universiteit beïnvloedt. Daaraan moeten we werken.”

 

Het Vrije Woord: “Kan dat humanisme ook opnieuw een plaats vinden in het wetenschappelijke onderzoek? Ik denk dan niet alleen aan inhoud of methodiek, maar bijvoorbeeld ook aan de manier waarop met menselijk kapitaal wordt omgegaan. Ik kan hier bijvoorbeeld verwijzen naar het pleidooi van prof. Gustaaf Cornelis voor ‘eerlijke wetenschap’ en voor een wetenschapsethische benadering.”

 

Caroline Pauwels: “Ik vind dat een heel belangrijk punt. Je merkt bij de academici een grote werkdruk. Niet alleen door de publicatiedruk, maar ook door alle andere taken die van een wetenschapper verwacht worden: besturen, maatschappelijk dienstbetoon… Het respect voor menselijk kapitaal begint op de werkvloer; daar wil ik hard voor aan het werk.”

 

Het Vrije Woord: “Hoeveel speelruimte heeft een niet-confessioneel onderwijs eigenlijk nog in een Vlaams landschap dat grotendeels gedomineerd wordt door de KU Leuven en haar vele, ook regionale tentakels?”

 

Caroline Pauwels: “Ik wil ons niet vergelijken met andere universiteiten. We hebben twee grote universiteiten in Vlaanderen, maar de VUB is ook groot. We moeten mee willen tellen in de internationale onderzoekswereld. Daarvoor moet je je met elkaar verbinden, interdisciplinair, maar ook interuniversitair.”

 

Het Vrije Woord: “Je bent zelf communicatiespecialiste: gaat de VUB nog meer dan vroeger inzetten op slimme communicatie, marketing en promotie?”

 

Caroline Pauwels: “We bouwen verder op wat we hebben. Mijn voorganger rector Paul De Knop – weer hij – heeft een Marcom-afdeling opgezet. We zullen marketing en communicatie inzetten om te bereiken wat we willen: uitmuntend en toegankelijk onderzoek en onderwijs.”

 

Het Vrije Woord: “En over marketing gesproken: wat zijn volgens jou de ware ‘Unique Selling Propositions’ van de VUB?”

 

Caroline Pauwels: “Radicaal humanistisch, urbanistisch en eenentwintigste-eeuws.”