U bent hier

Foto: Dries Luyten

Nee, echt optimistisch over de toekomst van het Europese project is hij vandaag echt niet. “Heel wat mensen gaan mee in het nationalistische verhaal omdat ze het gevoel hebben dat ze de controle over de besluitvorming kwijt zijn. Europa zou de kiezers duidelijk moeten maken dat méér Europa vandaag net de oplossing kan zijn,” stelt professor politieke wetenschappen en nationalisme-expert Dave Sinardet.

 

Tekst: Filip Michiels

 

Europese verkiezingen die samenvallen met de Vlaamse en federale verkiezingen, dat is doorgaans geen cadeau voor wie op een Europese lijst opkomt. Ziet u echt specifieke thema’s opduiken voor die Europese verkiezingen, of zal Europa op 26 mei toch vooral van secundair belang blijken?

 

Dave Sinardet: Het is wellicht een illusie te denken dat die drie verkiezingen rond eigen, specifieke thema’s zullen draaien. En ik vrees net zoals u dat de Europese verkiezingen daarbij het kind van de rekening zullen worden. Dat is jammer: enkel als we de Europese verkiezingen apart organiseren, kunnen we misschien ook echt een debat krijgen over de toekomst van de EU. Er gaapt een te diepe kloof tussen enerzijds de echt wel grote impact van de Europese besluitvorming op ons dagelijkse leven en anderzijds de aandacht die Europa maar krijgt in de media.

Hoe verklaart u die mismatch?

 

Deels heeft dit zeker te maken met het gebrek aan wat ik een ‘Europese publieke ruimte’ zou noemen. De Europese verkiezingen zijn vandaag toch eerder 28 nationale verkiezingen. We zouden de Europese verkiezingen een stukje Europeser kunnen maken, bijvoorbeeld door een gedeelte van de zetels in het Europees Parlement te verdelen op basis van transnationale lijsten. Of door de commissievoorzitter rechtstreeks te laten verkiezen door alle Europese kiezers.

 

 

Welke thema’s zou u vandaag nu zelf naar voor schuiven als potentieel prominente thema’s voor de Europese verkiezingen?

 

Ik denk dat het sociaal-economische beleid wel wat meer aandacht zou mogen krijgen. Vandaag is het uiteraard al Brexit wat de klok slaat, maar het hele debat rond het sociale Europa heeft toch een behoorlijk stevige impact op ons dagelijkse leven. Gaande van de vraag naar een Europees minimumloon tot een eventuele grotere harmonisatie van de sociale wetgeving.

 

 

De Brexit blijft natuurlijk de olifant in de kamer: hoe schat u de impact van die saga op de verkiezingen in de andere EU-lidstaten in?

 

Toen de Britten zich enkele jaren geleden in hun referendum nipt voor een Brexit uitspraken, zag je meteen hoe anti-Europese partijen ook in een aantal andere lidstaten mee op de kar sprongen. Baudet pleitte voor een Nexit, Le Pen voor een Frexit. Vanuit het idee: als het in het VK kan, waarom dan ook niet bij ons? Anno 2019 lijken de kaarten me toch enigszins anders te liggen: de complete chaos rond de Brexit toont aan dat zo’n exit helemaal niet zo vlekkeloos verloopt en heeft de stemmen die voor een gelijkaardig scenario pleitten enigszins doen verstommen. Tegelijk denk ik wel dat anti-Europese partijen flink wat stemmen zullen winnen op 26 mei, maar dat zal dan voornamelijk te danken zijn aan hun migratiestandpunten. [Lees verder onder de foto]

Henri sprak met VUB-politicologen Alexander Mattelaer, Louise Hoon en Dave Sinardet.

Nogal wat waarnemers vinden dat anti-Europese partijen niets te zoeken hebben in het Europees Parlement. Hoe kijkt u daartegenaan?

 

Ik zie het probleem niet echt: het is logisch dat je als partij die een politiek systeem probeert te veranderen eerst ook de macht wilt verwerven om dat systeem van binnenuit aan te passen. In de praktijk wordt het wel een stukje lastiger als al die nationalistische partijen op Europees niveau dan ook de krachten gaan bundelen, bijvoorbeeld door samen te gaan in één fractie. Er lopen immers nogal wat ideologische breuklijnen en tegenstellingen tussen al die partijen, en het enige echte bindmiddel lijkt vaak hun anti-Europese opstelling te zijn.

 

 

Ziet u na deze verkiezingen ook echt nieuwe breuklijnen ontstaan in het EP?

 

Wel, dat wordt een van de hamvragen na 26 mei. Zo’n nieuwe breuklijn zou dan meer of minder Europa kunnen zijn, maar deels valt die ook al samen met een wat coulanter of net veel kordater migratiebeleid. Vandaag kan je zowat 23 procent van alle Europese parlementsleden als anti-Europees inschatten, maar volgens heel wat peilingen zou dat aandeel na de verkiezingen tot ruim 30 procent kunnen oplopen. Gaan zij elkaar vinden in nieuwe fracties, en wat zal de impact daarvan dan zijn op de machtsverhoudingen in het Europees Parlement?

 

 

Valt dat groeiende anti-Europese sentiment in veel landen ook zomaar gelijk te stellen met een groeiend nationalisme, of is dit te kort door de bocht?

 

Het is een vorm van nationalisme, ongetwijfeld, omdat een nationalist nu eenmaal gelooft dat de natie - en dus niet Europa - het centrum van de politieke macht moet zijn. Ik heb ook de Brexit altijd als een nationalistische dynamiek gezien, wat overigens een legitiem politiek standpunt kan zijn.

 

 

Hoe groot kan de impact van zo’n stroming in flink wat lidstaten dan zijn op het Europese project?

 

Pakweg tien jaar geleden was er nog een duidelijk perspectief op meer Europese integratie, vandaag slaat de slinger de andere richting uit. Tegelijk zijn die nationalistische krachten ook niet zo sterk dat we meteen voor een beperking van de Europese bevoegdheden moeten vrezen. Ik denk dat we hierdoor de komende jaren vooral op een soort van status-quo zullen afstevenen. Dat is jammer, omdat méér Europa in heel wat beleidsdomeinen - gaande van migratie tot een rechtvaardiger fiscaliteit - vandaag net de oplossing kan zijn voor heel wat heikele politieke thema’s.

 

Lees hier ook de interviews met VUB-politicologen Louise Hoon en Alexander Mattelaer.