U bent hier

Vandaag herdenken de Brusselse zusteruniversiteiten ULB en VUB hun stichter Pierre-Théodore Verhaegen.

Wat is de betekenis van de jaarlijkse studentenstoet die door Brussel trekt? En wie is Verhaegen, de man die op handen gedragen wordt door de studenten van de VUB? Een gesprek met archivaris Frank Scheelings over de betekenis en de humor achter de St-V optocht. Als het van Scheelings afhangt, wordt de optocht straks cultureel erfgoed. Op 15 november 2017 diende hij daartoe een aanvraag in bij het het departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media van de Vlaamse Overheid. 

 

Tekst: Dominique Soenens

 

Een stralende dag op de campus Etterbeek. Historicus en archivaris Frank Scheelings leidt ons richting de buik van gebouw B. Hij duwt een deur open en laat ons binnen kijken in een grote ondergrondse ruimte. We zien eindeloos lange rijen schappen met dozen persknipsels, verslagen en andere documenten. De dozen zijn zuurvrij, vertelt Scheelings, zodat ze de tand des tijds beter doorstaan. De ruimte wordt ook fris gehouden. De geschiedenis bijhouden is een delicaat werk, maar het is goed besteed aan Scheelings. Als geen ander bijt hij zich, met zijn karakterkop en grijze krullen, vast in de geschiedenis van de VUB. En daar hoort ook Verhaegen bij.

Verhaegen kan je de patroonheilige van de VUB noemen, ook al was hij een overtuigd antiklerikaal, die de katholieken in zijn tijd de kast op joeg met een burgerlijke begrafenis. Een provocatie zoals je er toen weinig zag. Hoe durfde hij? Maar net daarom was Verhaegen een geknipte figuur voor de ULB/VUB, de universiteit die het juk van de katholieke overheersing van zich af gooide. Verhaegen kreeg de bijnaam ‘St V’, een ironische sneer richting katholieken. De man stierf in 1862 en heeft zijn geuzennaam nooit gekend, die kwam er pas veel later. Maar ongetwijfeld zou hij er trots op geweest zijn.

 

Verhaegen was een man van de praktijk. Iets wat hem bij de oprichting van de VUB goed van pas kwam: hij had connecties als politicus, vrijmetselaar en advocaat en wist mensen te enthousiasmeren om geld bij elkaar te krijgen voor de universiteit. Toch duurt het tot 1888 tot studenten voor het eerst naar het standbeeld van Pierre-Théodore Verhaegen stappen en hem huldigen als een held. Frank Scheelings: “Dat heeft alles te maken met onvrede die er toen leefde bij de studenten over wat er aan hun universiteit gebeurde. Er was om te beginnen een katholieke regering, die vooral het katholieke onderwijs steunde. De vrijheid van onderzoek en van onderwijs stonden onder druk. Ook het feit dat er toen nogal wat conservatieve liberalen in de raad van bestuur zaten, zorgde voor wrevel. Bij de studenten zaten veel progressieven, die meer inspraak en democratie wilden. Ze hielden toespraken en trokken met vlaggen en vaandels naar het standbeeld van Verhaegen. Hij belichaamde hun idealen van vrij, onafhankelijk onderzoek.”

Frank Scheelings: "De vrijheid van onderwijs en onderzoek stonden onder druk. Verhaegen belichaamde de idealen van vrij, onafhankelijk onderzoek."

Het werd meteen een traditie: vanaf dan trekken de studenten elk jaar de stad in.

 

Scheelings: “Ja. Ze willen de stad zo confronteren met de universiteit en haar kritische ingesteldheid. “Brussel is van ons, olé, olé”, hoor je de studenten tegenwoordig zingen. Op de praalwagens waarmee ze de stad introkken, toonden ze soms wat ze deden. Geneeskundestudenten simuleerden bijvoorbeeld een dissectie. Maar maatschappijkritiek is een minstens even belangrijke rode draad in het gebeuren. Vaak was de kritiek antiklerikaal, maar net voor de Tweede Wereldoorlog was er ook kritiek op Leon Degrelle, Hitler en de fascisten. Tegelijk is het een ode aan het studentenleven en wordt er gedronken. Het is een feest, met alles erop en eraan. Om dat enigszins binnen te perken te houden, is er sinds enkele jaren overgeschakeld op bier met een laag alcoholgehalte.”

 

 

Brussel is van ons, olé, olé
-
hoor je de studenten zingen

In 2015 werd de stoet verboden door de burgemeester, wegens de terreurdreiging. Een tweehonderdtal studenten lapte dat verbod aan zijn been en trok toch naar de binnenstad. Daar zal niet iedereen blij mee geweest zijn, kan ik me inbeelden?

 

Scheelings: “Ik had eigenlijk niets anders verwacht, gezien de traditie van de St-V optocht. Studenten aan de VUB laten zich de wet niet dicteren door godsdienst. En al helemaal niet door fundamentalisten die anderen angst proberen aan te jagen. Dat zit in het DNA van de universiteit en van de studenten. Het illustreert de geest van rebellie die jaren na de oprichting nog altijd door de VUB waart. De optocht is, behalve een studentenfeest, ook een uiting van maatschappijkritisch denken. En als er één moment was om maatschappijkritisch te zijn, dan was het wel vorig jaar, tijdens de terreurdreiging.”

 

Het illustreert de geest van rebellie die jaren na de oprichting nog altijd door de VUB waart.
-
Frank Scheelings, archivaris VUB

De studenten zijn vaak scherp in hun maatschappijkritiek.

 

Scheelings: “De studentenkringen van de VUB en de ULB steken elk jaar de koppen bij elkaar om een thema voor de optocht te bepalen. Dat levert soms stevige discussies op, het maatschappijkritische element moet altijd aanwezig blijven. En op basis daarvan maken ze medailles. In de jaren ’80 ging het bijvoorbeeld over apartheid, in 2008 over de beurscrisis. Maar er zit ook altijd humor bij. De St-V herdenking moet grappig en maatschappijkritisch zijn, dat is de ziel van het feest.”

 

Het valt op dat sommige studenten tijdens de optocht een pet met een lange klep. Waarom doen ze dat?

 

Scheelings: “Dat is een sneer naar de katholieken. De pet mag een lange klep hebben omdat erboven, in de hemel, toch niets te zien is. Tijdens de stoet hoor je soms studenten ‘à bas la calotte’ scanderen. Naar beneden met de katholieken. Al zijn er ook studenten die daar ‘à bas les kloten’ van maken (lacht).”

 

De katholieken zijn sowieso de gebeten hond.

 

Scheelings: “Tja, dat zijn de roots van de VUB: antiklerikaal. Nu lijkt dat wat naar de achtergrond verschoven, maar in de negentiende eeuw was het een echte strijd. Een hevige strijd.”

 

De klak is een sneer naar de katholieken. Boven de lange klep, in de hemel, is toch niets te zien.

De studenten trekken ook naar het Brusselse symbool bij uitstek: Manneken Pis.

 

Scheelings: “Ja, onder het motto ‘Hij zeikt, wij zeiken ook’ (lacht). Nochtans mogen ze van de politie niet naar het standbeeld trekken, maar toch doen ze het. Manneken Pis heeft een studentenkostuum aan bij die gelegenheid.”

 

Het illustreert hoe belangrijk de band tussen de VUB en de stad is.

 

Scheelings: “Absoluut. De burgemeester van Brussel wou de optocht buiten de stad houden, op de Heizel. Maar de studenten weigerden. De VUB en de stad horen bij elkaar. Toots Thielemans heeft een eredoctoraat gekregen bij ons. De gebouwen lagen vroeger uitsluitend aan de rand, in Jette en Etterbeek, maar door de associatie met hogescholen zitten we nu ook veel meer in de stad zelf. Brussel is de grootste studentenstad van het land, met 86.000 studenten. Dat is iets om fier op te zijn. Sinds 2007 is er ook een Cantus Bruxellensis, een grote studentencantus in het centrum. We hebben ook een ‘centre for urban studies’, in samenwerking met de stad. Daarin nemen wetenschappers de grootstedelijke situatie van Brussel onder de loep, in het licht van diversiteit en multiculturaliteit. In het begin was de VUB een Vlaamse speerpunt in Vlaanderen. Dat idee leeft niet meer nu. We zijn wel een minoriteit, en vanuit die positie kunnen we enkele boodschappen meegeven. De banden tussen de VUB en de stad mogen nog meer aangehaald worden, en de nieuwe rector zal daar ook werk van maken.”

 

Zijn alle studenten doordrongen van de betekenis en de achtergrond van de optocht?

 

Scheelings: “Toch wel, ja. Iedereen weet wie Verhaegen is, door de stoet. De overkoepelende studentenkringen houden er ook aan dat nieuwe studenten de achtergrond en de folklore kennen en waarom de stoet belangrijk is. Maar niet alle studenten interesseren zich daarvoor. Sommigen willen gewoon gaan drinken en feesten, zo gaat dat. Ik heb als historicus een droom: ik wil de stoet als erfgoed laten erkennen. Ik ga daar werk van maken. Het zou zonde zijn mocht de betekenis en de geschiedkundige achtergrond van de stoet verloren gaan. Het betekent te veel voor de universiteit en voor de stad.”

Frank Scheelings: "Ik heb als historicus een droom: ik wil de stoet als erfgoed laten erkennen. Het zou zonde zijn mocht de betekenis en de geschiedkundige achtergrond van de stoet verloren gaan. Het betekent te veel voor de universiteit en voor de stad."

Frank Scheelings
Frank Scheelings studeerde geschiedenis aan de VUB, daarna archivistiek aan de Rijksarchiefschool in Den Haag. In 1990 doctoreerde hij en werd hij archivaris-documentbeheerder aan de VUB. Hij is één van de oprichters van de Master na Master Archivistiek Erfgoedbeheer en Hedendaags Documentbeheer.