U bent hier

Foto: Dries Luyten

Als kersvers academisch directeur van het Institute for European Studies (IES) ademt, eet en drinkt Alexander Mattelaer Europa. Hij toont zich minder pessimistisch over de toekomst van de EU dan heel wat andere waarnemers: “De Europese verkiezingen worden een belangrijke barometer, zeker, maar de constructie is sterk genoeg om een stevige wake-upcall te overleven.”

 

Tekst: Filip Michiels

 

Het IES, dat vandaag een vijftigtal voltijdse medewerkers telt, staat buiten de facultaire VUB-structuur maar brengt wel alle expertise rond Europa en de wijdere wereld samen in één excellentiecentrum. Het werd ooit in het leven geroepen door de Vlaamse regering, vanuit het idee dat een dergelijke verzamelde expertise in de Europese hoofdstad Brussel geen overbodige luxe zou zijn. “Heel wat onderzoek dat we hier doen, wil ook relevant zijn voor de bredere beleidswereld,” geeft Alexander Mattelaer aan. “In die zin spelen we deels de rol van een denktank.”

Er was uiteraard het haast eindeloze Brexit-feuilleton, maar we zagen de voorbije legislatuur ook de sterke opkomst van ronduit Euro-kritische partijen: in welke mate komen deze Europese verkiezingen er op een heus scharniermoment voor de EU?

 

Alexander Mattelaer: Het echte scharniermoment hebben we al even achter de rug. Daarmee bedoel ik: we gingen er met ons allen stilaan van uit dat het hele proces van Europese integratie min of meer eeuwigdurend was. Intussen is het mondiale machtsevenwicht al enkele jaren stevig aan het verschuiven, en het politieke model dat zich in Europa ontwikkelde in de nasleep van de Koude Oorlog is ook al een tijdlang aan het eroderen. Het wordt stilaan overduidelijk dat we nu naar een heel andere wereldorde evolueren dan die waarvan we in de jaren negentig nog uitgingen. De politieke centralisatie in Europa is vandaag bijvoorbeeld almaar feller gecontesteerd, niet enkel in het VK. Tegelijk zien we dat de economische integratie - die al die tijd min of meer parallel liep met de globalisering - stilaan op haar grenzen botst en hier en daar ook veel weerstand opwekt. Bijvoorbeeld omdat de middenklasse almaar feller onder druk komt te staan.

 

 

De Europese kiezer krijgt nu wel een unieke kans om zijn eventuele frustraties over dat mank lopende model ook in het stemlokaal te vertalen?

 

Dat klopt, en ik zie deze verkiezingen dan ook als een heel belangrijke barometer. Het besef is steeds sterker geworden dat de wereldorde, die ons al bij al niet zo slecht uitkwam en die we de voorbije jaren ook zijn gaan koesteren, vandaag smelt als sneeuw voor de zon. In de plaats daarvan komt nu vooral een grote onzekerheid naar voor, en de verkiezingen vormen dus een uitstekende graadmeter voor de mate van onzekerheid in Europa. Tegelijk moeten we ook erkennen dat het Europees Parlement niet zo gek veel te zeggen heeft over de eigenlijke Europese constructie. In die zin moeten we dus ook niet overdreven veel belang hechten aan wie nu juist die zitjes in dat parlement zal gaan bevolken. De eigenlijke politieke macht van dat parlement blijft voorlopig beperkt, tot vandaag zijn het toch vooral de nationale regeringen die de politieke marsrichting van Europa bepalen. [Lees verder onder de foto]

Foto: Dries Luyten

Wat zou voor u nu de echte inzet van de verkiezingen moeten zijn?

 

Er spoelt een golf van ongenoegen over het continent, gedragen door het besef dat het huidige model een aantal ernstige systeemfouten vertoont. Sturen we de volgende jaren niet bij, dan dreigt de hele Europese architectuur stilaan op losse schroeven te komen. Daarin zie ik dus ook het grootste belang van deze verkiezingen: het zullen uiteraard niet de kersvers verkozen EU-parlementsleden zijn die achteraf zelf aan het systeem gaan morrelen. Maar de nationale regeringen zullen wel hun conclusies trekken uit de stand van de barometer na 26 mei en kijken waar de huidige constellatie faalt, of minstens gebreken vertoont.

 

 

Maakt u het eens concreet?

Wel, het is de voorbije jaren stilaan duidelijk geworden dat één land - Duitsland dus - economisch duidelijk sterker is dan de andere lidstaten en dus ook een almaar dominantere rol is gaan spelen. Daarnaast laat ook de impact van de uitbreiding van de EU naar het oosten - intussen bijna twintig jaar geleden - zich steeds nadrukkelijker voelen. En last but not least is er uiteraard de muntunie, en dan vooral de vaststelling dat zo’n muntunie zonder een verregaande economische convergentie amper werkbaar is. Hoe kan en zal het systeem met al die uitdagingen blijven omgaan?

 

 

Misschien kunnen deze verkiezingen dan ook de aanzet zijn tot een periode van loutering, waarvan Europa gebruik kan maken om de constellatie beter te wapenen tegen de gevolgen van een aantal keuzes uit het verleden?

Dat zou inderdaad weleens het geval kunnen zijn. Dat besef leeft nu al heel sterk in Brussel en in een aantal Europese hoofdsteden, en deze verkiezingen kunnen dan fungeren als een soort politiek ijkpunt om ook het beleid in die zin aan te passen.

 

Lees hier ook de interviews met VUB-politicologen Louise Hoon en Dave Sinardet.