U bent hier

“Ze verwachten een professor die voor de klas staat en een lezing geeft en als dat niet zo is, dan beklagen ze zich daarover.” Nadine Engels weet uit ervaring dat ze in het buitenland een andere invulling van lesgeven gewoon zijn. Niet dat het hoofd van het VUB-departement educatiewetenschappen zich daarover beklaagt. “Vier jaar geleden zijn we begonnen met de idee over tien jaar zo’n vijftig internationale studenten aan te trekken. Nu zitten we al aan veertig.”

 

Ze is een echte VUB’ster, professor Engels. Dertig jaar geleden begon ze haar carrière in de lerarenopleiding van de Brusselse universiteit. Daarvoor was ze zelf studente aan de universiteit. Dat ze in de opleiding educatiewetenschappen zoveel nadruk legt op vrij en kritisch onderzoek, vindt zonder twijfel daar haar oorsprong. “Onderwijs is nu eenmaal niet waardenvrij,” zegt ze daarover. “Aan onderwijs doen, is aan politiek doen. Door je manier van behandelen van leerlingen, door selectief of adaptief te onderwijzen, kies je voor een bepaalde ideologie.”

Onze visie op onderwijs wijkt af van die in vele landen

Of die zienswijze de studenten van de internationale master educational sciences niet voor problemen stelt, eenmaal ze terug in hun thuisland zijn? Ze geeft toe dat de benadering past binnen ‘een bepaald politiek systeem van onderwijs’, waarmee ze bedoelt: wat hier, in België, de norm is.

 

Andere landen, andere visie op onderwijs

“In China, maar ook dichter bij ons, in Griekenland bijvoorbeeld, wordt het onderwijscurriculum heel centraal vastgelegd, tot en met de handboeken die in de klas gebruikt mogen worden. Maar wat kunnen we doen? Onze educational sciences is een academische opleiding. We volgen de recentste evoluties in de wetenschap van heel dichtbij. En ja, die staan vaak ver af van wat in een groot deel van het buitenland onder ‘education’ wordt verstaan. Je mag ook niet vergeten, een bachelor of education, dat is in vele landen een soort lerarenopleiding. Studenten die daaruit komen, zijn heel praktisch gericht. Wij verwachten van hen dat zij kritisch reflecteren over het vak, dat ze een goede kennis van de materie opdoen en van daaruit een eigen visie ontwikkelen en die op nieuwe situaties kunnen toepassen. Dat vergt vaak een grote aanpassing, want reproductie van stof is in vele landen toch de norm. Dat merken we aan heel veel dingen.”

 

Had ze dat anders ingeschat misschien? Het is wat wennen geweest, geeft ze toe. Een student die hier in een bachelor start, moet je er aan het eind van zijn derde jaar niet meer op wijzen dat hij een paper moet af hebben. “In onze internationale masteropleiding kun je daar niet meteen op rekenen. De mate van zelfregulering bij die studenten hebben wij te hoog ingeschat.” Niet dat ze bij de pakken blijft zitten. “Het plan is nu om ze veel duidelijker te informeren over onze verwachtingen. Zo gaan we de eerste week van onthaal beter benutten om te communiceren wat academisch onderwijs inhoudt. We denken zelfs aan een filmpje over hoe een examen er bij ons uitziet.”

 

Maar ondanks al die bedenkingen, is Nadine Engels heel blij met de beslissing een internationale ‘Master of Science in Educational Sciences’ te hebben opgestart. “De Nederlandstalige opleiding onderwijskunde is een knipperlichtopleiding,” geeft ze toe. “Er zijn weinig gegadigden. Dat is een algemeen verschijnsel. Bij studenten uit het secundair is de richting zo goed als onbekend. Dus veel potentieel valt daar niet te rapen. Dat is anders bij mensen die al leerkracht zijn. Daar rekruteren we er meer van. Maar dan spreken we van werkstudenten, en de combinatie werken-studeren is een stuk moeilijker. Met als gevolg dat er een grote uitval is. Toen de opportuniteit zich voordeed om het curriculum om te vormen tot een internationale opleiding, hebben we dan ook geen twee keer nagedacht.”

Professor Engels met twee van haar studenten uit de internationale master in Educational Sciences

Sneller succes dan verwacht

Een goede beslissing, blijkt nu: het aantal internationale studenten ligt nu, na vier jaar, al op veertig. “In het plan dat we opstelden, lag het streefdoel op vijftig - over tien jaar. En de studenten komen van overal: uit de VS, Canada, Zuid-Amerika, Zuid-Afrika, Iran, Rusland Mexico, Chili. Ook Europa is goed vertegenwoordigd, met een toevloed uit onder andere Denemarken, Italië, Hongarije en Spanje.”

 

Overigens zijn het niet alleen de internationale studenten die opkijken van de manier waarop het er hier aan toegaat. Soms is het omgekeerd, en stellen zij opvoedkundige gewoontes van bij ons in een nieuw licht. Een opvallend voorbeeld is dat van een Spaanse studente, die per sé een thesis wilde maken over het verschijnsel van buitengewoon  onderwijs. Dat was voor die studente een volkomen nieuw gegeven. In Spanje zitten leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften - lees: beperkingen - immers gewoon in de klas met iedereen.

 

De trend gaat jammer genoeg terug naar meer selectie

Gewonnen voor diversiteit

“Dat was voor mij een echte eye-opener”, bekent Nadine. Dat verrast. Het thema raakt immers aan diversiteit in de klas, en dat is een onderwerp dat al lang haar aandacht wegdraagt. Het toeval wil dat op de dag van het interview net het zogenaamde M-decreet aan bod kwam tijdens het ochtendnieuws op de radio. Dat M-decreet komt erop neer dat buitengewoon onderwijs ook in Vlaanderen uitdovend wordt. Een goede zaak volgens Nadine Engels, behalve dat de aanleiding van de nieuwsuitzending de afschaffing betrof van de groep van zeventig extra competentiebegeleiders die de scholen en leerkrachten bij de uitvoering van het M-decreet moesten begeleiden.

“Het is jammer, maar we zitten sinds kort met een totaal nieuw discours over onderwijs,” zegt ze. “We komen van een verhaal van democratisering en gelijke kansen, maar de maatregelen die nu gestalte krijgen gaan opnieuw in de richting van selectie.”

 

Die evolutie maakt haar boos, temeer daar ze een felle voorstander is van projecten die juist het omgekeerde beogen en moeten zorgen voor meer inclusie. Zo loopt er op een schooltje in Antwerpen een initiatief om de verschillende thuistalen van de kinderen een plaats te geven. “Een van mijn studenten is daar nauw bij betrokken. Het gaat om eenvoudige zaken, zoals een gedichtje maken of een zangwedstrijdje organiseren en de kinderen elkaar dan in hun thuistaal laten helpen om het allemaal te doen begrijpen. Natuurlijk blijft de onderwijstaal Nederlands, maar zo betrek je kinderen die thuis een andere taal spreken toch meer bij de les.” Of dat dan geen nivellering in de hand werkt? “Dat gevaar bestaat enkel als je het niet oordeelkundig aanpakt. De lat moet hoog gelegd worden, voor àlle leerlingen. Teaching up, noemen we dat in ons jargon: zoveel mogelijk toewerken naar een hoog niveau voor iedereen.  Dat houdt wél in dat je moet differentiëren in de soort en mate van ondersteuning die je geeft aan verschillende groepen. Met andere woorden: de doelstellingen blijven hetzelfde, maar de leerwegen daarnaartoe verschillen.”

 

Zoeken naar win-win

 

Dat juist een van haar studenten bij het project is betrokken, is geen toeval. “In onze opleiding proberen wij het leren vanuit authentieke contexten te stimuleren. Concreter: wij leren onze studenten recente theorieën gebruiken in een reële context. Want artikels lezen en  theoretische examens afleggen, dat blijft allemaal droogzwemmen zolang je niet te maken krijgt met hoe het er in de werkelijkheid aan toegaat. Neem nu bijvoorbeeld het vak professional development, dat ik geef. Daarin krijgen de studenten zicht op theorieën en modellen in de professionele ontwikkeling van mensen in het veld. Een belangrijk onderdeel is begeleidingstechnieken: coaching en supervisie, dat soort zaken. Wel, daarvoor werken wij momenteel samen met een lerarenopleiding in Hasselt. Studenten van ons coachen er studenten van de lerarenopleiding, die op hun onze studenten beoordelen. Een perfecte win-winsituatie dus.”

 

Een win-winsituatie. Het begrip lijkt een perfecte samenvatting te zijn van waar Nadine Engels met haar afdeling educatieve wetenschappen naar streeft. Bij haar persoonlijk neemt het de vorm aan van een sterk engagement voor meer inclusie en democratie in het onderwijs. “Mensen vergeten snel hoe verrijkend het contact met mensen uit andere milieu’s, met een andere achtergrond of andere mogelijkheden is. Maar dat comparatief element is juist heel interessant.”

Educational Sciences

Aantal ECTS-credits: 

120

Aantal studiejaren: 

2

Opleidingstaal: 
Engels
Faculteit: 

Psychology and Educational Sciences

Campus: 

Brussels Humanities, Sciences & Engineering campus

This study in English: 

Onderwijskunde