U bent hier

Foto: Dries Luyten

Met haar doctoraat over Euro-scepticisme zit FWO-aspirant Louise Hoon vandaag min of meer in het oog van de storm. “Als de verkiezingen vooral rond meer of minder Europa zullen draaien, dan zouden de traditionele centrumpartijen daarvan weleens het grootste slachtoffer kunnen worden,” verwacht zij.

 

Text: Filip Michels

 

Als we afgaan op recente nationale verkiezingsresultaten in enkele EU-lidstaten, dan lijken heel wat Euro-kritische partijen de wind stevig in de zeilen te hebben. Valt het nu te verwachten dat er ook op 26 mei een soort anti-Europese vloedgolf volgt?

 

Louise Hoon: Je kan er niet omheen dat politici als Marine Le Pen in Frankrijk of Thierry Baudet in Nederland de voorbije jaren en maanden bijzonder goed hebben gescoord. Idem dito in Italië, waar iemand als Salvini nu zelfs in de regering zit. En ook in Oost-Europa heeft het Euro-scepticisme sterk aan invloed gewonnen. Toch blijft het volgens mij een beetje afwachten of die trend ook op Europees vlak een enorme impact zal hebben. Meer of minder Europese integratie is nu immers heel nadrukkelijk een belangrijk thema geworden, en het succes van de Euro-sceptische partijen heeft ook geleid tot het ontstaan of de groei van pro-Europese partijen en ideeën. Zo zie je nu bijvoorbeeld hoe een aantal groene partijen flink wat aanhang winnen dankzij hun uitgesproken pro-Europese standpunten. Het zou er dus weleens kunnen op uitdraaien dat net de klassieke centrumpartijen, die zich traditioneel veel minder uitgesproken pro of contra Europa profileren, hiervan het grootste slachtoffer worden.

Hebben die Euro-kritische partijen hun binnenlands succes ook echt in grote mate te danken aan hun anti-Europese standpunten? Doorgaans profileren zij zich ook heel sterk rond andere thema’s, zoals bijvoorbeeld migratie?

 

Dat is een terechte vraag, maar je kan ze ook omdraaien. Stemmen de kiezers van Salvini of Le Pen niet vooral op die partijen omwille van hun Euro-scepticisme, en zijn ze op tal van andere vlakken misschien niet net een stuk gematigder dan politici als Le Pen of Salvini zelf? In dat geval zit Europa echt wel met een probleem, want het zou betekenen dat Europa de kiezers net naar de extreme uiteinden van het politieke speelveld trekt. De voorbije decennia viel er amper een gematigde Euro-kritische stem te horen in de Europese politiek, waardoor de partijen die zich nu heel extreem opstellen op dat vlak massaal veel stemmen binnenrijven. We hebben dus vooral nood aan een gematigd Euro-kritisch discours.

 

 

Voor heel wat mensen die zich nu afkeren van Europa, primeert blijkbaar vooral het gevoel dat ze zich niet vertegenwoordigd en dus ook niet gehoord voelen door Europa. Hebben zij een punt?

 

Puur formeel bekeken kunnen kiezers de Europese besluitvorming heel goed controleren via hun nationale regeringen, maar het schoentje wringt elders. Het wringt vooral bij de nationale regeringsleiders en staatshoofden die doorgaans niet overdreven veel moeite doen om duidelijk te communiceren over de beslissingen die zij op Europees niveau nemen. Of over hun verantwoordelijkheid daarin. Dat komt hen vaak ook bijzonder goed uit natuurlijk. Hierdoor wordt het voor de kiezer wel heel lastig om te begrijpen waar Europa nu precies voor staat, er wordt amper een publiek debat gevoerd over de beslissingen die daar worden genomen. [Lees verder onder de foto]

Henri sprak met VUB-politicologen Alexander Mattelaer, Louise Hoon en Dave Sinardet.

Zit er dan geen grote systeemfout in de hele Europese constellatie?

 

Op papier is dat zeker en vast het geval, en is er sprake van een soort democratisch deficit. Tegelijk lijkt het me geen goed idee om dat nu snel even op te lossen door bijvoorbeeld het Europees Parlement een pak meer bevoegdheden te geven. Daardoor bevorder je de verdere Europese integratie en los je misschien ook de systeemfout op, maar tegelijk stellen we vast dat er net daarvoor vandaag geen draagvlak bestaat onder de bevolking.

 

 

Welke richting moeten we dan wel uit?

 

Ik denk dat we op langere termijn moeten werken. We moeten nadenken hoe we burgers beter kunnen doen inzien dat ze heus wél flink wat inspraak hebben in de Europese besluitvorming. En we moeten nationale politici ervan overtuigen nadrukkelijker de stap te zetten richting supranationale politiek. Tegelijk moeten we absoluut vermijden om de fouten van het verleden over te doen: de Europese integratie werd toen zonder al te veel omkijken doorgevoerd, vanuit de overtuiging dat de publieke opinie finaal wel zou volgen. Net daar is het stevig fout gelopen: er is te weinig nagedacht over het draagvlak bij het brede publiek, en er is niet goed gecommuniceerd over de gevolgen van die Europese integratie.

 

 

Kan de Brexit zich misschien ontpoppen tot een geluk bij een ongeluk, en het anti-Europese sentiment op het continent keren?

 

Dat zou best wel kunnen. Alle opiniepeilingen van de voorbije maanden geven inderdaad aan dat de stemming buiten het VK stilaan aan het omslaan is naar een meer pro-Europese houding. Tegelijk pakken ook de Euro-sceptische partijen nu al veel minder uit met de radicale exit-optie. En last but not least zullen er bij de verkiezingen in heel wat landen misschien flink wat extra kiezers komen opdagen die normaal niet zouden gaan stemmen. Net omdat ze door de Brexit het belang van een pro-Europese stem zijn gaan inzien.

 

 

Lees hier ook de interviews met VUB-politicologen Alexander Mattelaer en Dave Sinardet.