U bent hier

Manly Callewaert is niet alleen doctoraatsstudent aan de VUB. Hij is ook vrijwillig brandweerman. Op de dag van de bomaanslagen in Brussels Airport stond hij paraat om samen met para’s het luchthavengebouw te doorzoeken. Maanden later blikt hij terug. “Achteraf heb ik op filmpjes gezien dat ik langs die bom gelopen ben.”

Gespannen

De ochtend van 22 maart stond doctoraatsstudent en vrijwillig brandweerman Manly Callewaert stand-by voor het Halse brandweerkorps. Toen hij om 8.03 uur een oproep kreeg om naar de kazerne te gaan, had dat nog niets te maken met de aanslag op de luchthaven. “Rond die tijd wisselen de ploegen elkaar af en zijn er soms net iets te weinig brandweerlui in de kazerne.”

 

Meteen nadat hij in de kazerne arriveerde, liep het nieuws van de bomaanslag op Zaventem binnen. De brandweer van Halle maakt deel uit van de uitgestrekte brandweerzone Vlaams-Brabant West, die van Halle tot Zaventem reikt en werd daardoor al snel ingeschakeld om in te springen.

 

“Ik heb een vijftal sms’jes gestuurd naar naasten, normaal doe ik dat nooit.”
-
Manly Callewaert

“Op weg naar de luchthaven waren we toch wel gespannen. We vroegen ons af wat we daar zouden gaan doen, wat we daar te zien zouden krijgen, wat er kon gebeuren. Ik heb een vijftal sms’jes gestuurd naar naasten, normaal doe ik dat nooit.”

 

Zoektocht met para

Manly en zijn vijf collega’s van het Halse brandweerkorps kregen de opdracht om in het luchthavengebouw te zoeken naar mensen die zich mogelijk uit angst verstopt hadden.

“Met de hulp van para’s, want de mogelijkheid bestond dat er ook nog terroristen in het gebouw zaten. Dat was wel een beetje speciaal: ik trok de deuren open, de para die bij mij was, ging dan binnen met zijn wapen in de aanslag en riep “présentez-vous!”.

 

“Ik trok de deuren open, de para die bij mij was, ging dan binnen met zijn wapen in de aanslag en riep “présentez-vous”!”

“Zo hebben we de hele luchthaven doorzocht, in toiletten en technische ruimtes gekeken, overal in en onder. Ook in de vertrekhal, waar intussen nog alleen doden lagen.”

 

“Plat op onze buik”

“Toen we klaar waren, mochten we aan de overkant in het Hilton iets gaan eten en drinken. Maar nauwelijks waren we daar aangekomen, of we moesten naar de parking achter het hotel plat op onze buik gaan liggen. De politie had immers toen van de taxichauffeur van de terroristen vernomen dat er een derde koffer met explosieven was en die moesten ze ter plaatse laten ontploffen, hij was te beschadigd om hem weg te brengen.”

 

“De hele glaspartij aan de voorkant van het gebouw is toen gesneuveld. Secondenlang hoorden we dat glas naar beneden komen. Het moet dus een krachtigere bom geweest zijn dan de vorige. Achteraf heb ik op filmpjes gezien dat ik bij die zoektocht in de vertrekhal langs die bom gelopen ben. En gehoord dat een lichte schok had volstaan om hem alsnog te doen ontploffen.”

 

“Dit is een interventie die ik niet snel zal vergeten. Ik kan me voorstellen dat de hulpverleners die de gewonden bijgestaan hebben, daar niet goed van zijn.” Zelf trok Manly de volgende dag gewoon richting VUB. “Maar de universiteit bleek gesloten. Dat vond ik wel ongepast, eigenlijk, voor een universiteit met als leuze ‘scientia vincere tenebras’.”

 

Duizendpoot

Manly maakt deel uit van de onderzoeksgroep B-Phot (Brussels Photonics Team) en de vakgroep CHIS (Chemische Ingenieurskunde en Industriële Scheikunde). Hij legt de laatste hand aan zijn doctoraat, waarin hij fotonica en chemie combineert.

 

Duizendpoot Manly - hij maakte ook als fotograaf deel uit van de ploeg van het studentenblad De Moeial - rolde toevallig in de ongewone combinatie van doctoraatsstudent en vrijwillig brandweerman. “Toen ik stopte als leider in de jeugdbeweging, zocht ik een alternatief voor die tijdsbesteding. Eigenlijk heb ik me heel impulsief aangemeld als vrijwilliger bij de brandweer, het bleek een interessant alternatief voor een saaie studentenjob. En toen ik op kot zat in Brussel, kon ik het geld goed gebruiken.”

 

Hoe moet Brussel verder?

Hoe moeten we omgaan met de realiteit dat onze openbare ruimte geen veilige plek meer lijkt? We vroegen het aan vijf VUB’ers. Lees er meer over in ons magazine Henri.