U bent hier

55 uur per week. Zoveel tijd besteden VUB-professoren aan hun werk. Dat blijkt uit het groot tijdsbestedingsonderzoek dat VUB-professoren Ignace Glorieux en Julie Verbeylen bij hun collega’s uitvoerden. Nu, diezelfde Ignace Glorieux merkte in een artikel in Nature nog wel op dat sommige mensen ‘druk bezig zijn’ vaak als een eremedaille zien. En cartoonist/essayist Tim Kreider vroeg zich in zijn onvolprezen boek ‘We learn nothing’ af of de voortdurende externe eisen van de ‘frantic busyness’ ons niet ook een soort van existentiële zekerheid geven. En Caroline Pauwels? Die zoekt in een opiniestuk in de tijd haar eigen flow op…

 

Onderstaand opiniestuk verscheen in De Tijd van woensdag 26 juli 2017

 

Eerder dit jaar publiceerden twee collega’s, Ignace Glorieux en Julie Verbeylen, de resultaten van een groot tijdsbestedingsonderzoek bij de VUB-professoren. Wie deelnam, registreerde een week nauwgezet elke activiteit, zowel op als buiten het werk.

 

Gemiddeld gaven de deelnemers aan dat ze 55 uur per week werkten. Dat was, aldus de onderzoekers, vergelijkbaar met de werkdruk bij andere universiteiten en met die van Vlaamse zelfstandigen met personeel, die aangeven 56 uur te werken.

 

Het overgrote deel van de VUB-professoren bleek overigens, ondanks de lange werkweken, best tevreden. De vele werkuren werden niet als problematisch ervaren, wat wel het geval was voor omgevingsfactoren zoals tijdsdruk, onduidelijkheid over de taak, autonomie bij de uitvoering van het werk en steun van de collega’s.

Het moet vreselijk zijn om jaar in jaar uit werk te doen dat je als sleur, als een beproeving ervaart.

Hard en veel werken hoeft geen probleem te zijn. Volgens Karl Marx - altijd spannend om Marx binnen te smokkelen in een krant die nogal wat ondernemers onder haar lezers telt - is de mens van nature een homo faber en is arbeid een vorm van zelfverwezenlijking. Als werk zinloos lijkt of als we het gevoel hebben er geen greep op te hebben, dan treedt vervreemding op.

 

Het moet vreselijk zijn om jaar in jaar uit werk te doen dat je als sleur, als een beproeving ervaart. Om altijd weer uit te kijken naar het weekend, naar de jaarlijkse vakantie. Die vrije tijd moet dan compenseren wat je tijdens de werkweek mist. Dan moet met volle teugen worden genoten, moet van alles worden beleefd en moet het allemaal perfect zijn. Stressen, om daarna weer het dagelijkse gareel op te nemen. Treurig.

 

Chronos
De Nederlandse filosofe Joke Hermsen herinnert ons aan het onderscheid dat de oude Grieken maakten tussen chronos en kairos. Chronos was de god van de kloktijd, die de uren telt en daarmee orde en structuur in de wereld aanbrengt, maar ons ook het patroon van de eeuwige herhaling van hetzelfde oplegt. Hij vertegenwoordigt, zoals Hermsen schrijft, ‘de praktische tijd waarmee we de wereld inrichten, afspraken maken en agenda’s bijhouden’.

Flow ervaar je wanneer je zo opgaat in wat dan ook dat je verrast opkijkt als je vaststelt dat het inmiddels een stuk later is geworden

Kairos was de god van het geschikte moment, van de tijd die ertoe doet, die kansen biedt of een doorbraak creëert. Hij vertegenwoordigt ‘al die bevlogen momenten van schoonheid, inzicht en daadkracht die het leven bijzonder maken’. Chronos staat voor de kwantitatieve, lineaire tijd van de herhaling, kairos voor het kwalitatieve moment dat voor verandering kan zorgen.

 

Vandaag hebben we de neiging kairos te verbannen naar het rijk van de vrije tijd. Na het werk en in de vakantie maken we plaats voor de dingen die kleur en inhoud aan het leven geven. Maar ook dan halen we weer de agenda’s en de lijstjes boven. En dat gaat ten koste van datgene waar het net om gaat: openstaan voor wat niet in te plannen valt, opgaan in het moment zelf.

 

Flow
Als je er het werk van de Amerikaanse psycholoog Mihaly Csikszentmihalyi bij haalt, dan stel je overigens vast dat chronos en kairos niet samenvallen met respectievelijk werktijd en vrije tijd. Csikszentmihalyi, die lezers graag meegeeft dat je zijn naam uitspreekt als ‘chick-sent-me-high-ee’, populariseerde het concept ‘flow’, de mentale toestand waarin we volledig opgaan in onze bezigheden.

 

Flow ervaar je wanneer je de klok uit het oog verliest. Wanneer je zo opgaat in wat dan ook dat je verrast opkijkt als je vaststelt dat het inmiddels een stuk later is geworden dan je dacht. De ene keer ervaar je die flow op het werk, als je de tanden kunt zetten in iets wat een uitdaging vormt, maar dat ook binnen je mogelijkheden ligt. De andere keer tijdens een flinke fietstocht of als je thuis een precisiewerkje uitvoert of een nieuw muziekstuk instudeert.

 

Hard en veel werken hoeft flow niet in de weg te staan; vrije tijd kan behoorlijk vervelend of stresserend zijn. Het gaat erom je open te stellen voor de tussentijd, voor het ongeplande, voor opgaan in het moment.

 

Opmerkelijk is overigens dat de factoren die flow in de weg staan grotendeels identiek zijn aan deze die de collega’s in bovenvermeld tijdsbestedingsonderzoek aanwezen als de oorzaak van eventuele ontevredenheid.

 

Meer kairos, meer tussentijd en meer flow, dus. Het hele jaar door. Op vakantie, maar net zo goed op het werk.

 

Geniet ervan. Dat ga ik ook doen.