U bent hier

Het uitzicht van de Brussels Humanities, Sciences and Engineering Campus werd lang bepaald door het Massaplan van de Franse architect Noël Le Maresquier. Hij won in 1970 de internationale architectuurwedstrijd die ULB en VUB samen uitschreven voor de inrichting van het Oefenplein. Maar de campus kon er ook heel anders hebben uitgezien. Er waren immers meer dan 200 inzendingen uit 17 landen. Eén ervan kwam van The Architects Collaborative (TAC) uit de VS.

The look of the Brussels Humanities, Sciences and Engineering Campus was largely defined by the French architect Noël Le Maresquier. In 1970, he won the international architecture competition that ULB and VUB awarded jointly for the design of the Oefenplein. But the campus could have looked very different. There were more than 200 entries from 17 countries. One of them came from The Architects Collaborative in the US. This bureau was established in 1945 by Walter Gropius. He was the co-founder of the Bauhaus, the architecture and applied arts academy in Weimar. William Roesner, a member of the Collective who had just graduated from Massachusetts Institute of Technology, took on the design of the ‘Oefenpleinproject’ in 1969 after Gropius’s death.

Tekst Maria Meija Sian en Ward Vansteenkiste / Foto William Roesner

 

Dit architectenbureau werd in 1945 mede opgericht door Walter Gropius. Hij was in 1919 de grondlegger van het Bauhaus, de academie voor architectuur en toegepaste kunst in Weimar (Duitsland). Hij overleed op 5 juli 1969, tien dagen voor het verschijnen van de internationale prijsvraag. Om hem te herdenken besloten zijn collega’s om deel te nemen. Getuige hiervan is het nummer van het ontwerp: 180583, zijn geboortedatum (18 mei 1883). William Roesner, op dat moment pas afgestudeerd aan het Massachusetts Institute of Technology, kreeg de opdracht om het project uit te werken. Zijn ontwerp is helemaal anders dan dat van Le Maresquier.

Het eerste dat opvalt is de verdeling van het Oefenplein in de lengte in plaats van in de breedte. De VUB bevindt zich in het noordoosten, de ULB in het zuidwesten. Beide universiteiten zijn gedrapeerd langs een parallelle ruggengraat. Iedere as bestaat uit verschillende niveaus waarlangs studenten, professoren en personeel de faculteitsgebouwen, de auditoria en de labo’s kunnen bereiken. Circulatie tussen de verschillende niveaus is mogelijk via grote, natuurlijk verlichte trappenhallen. In het centrale complex is ruimte voorbehouden voor de administratie, de bibliotheek, het restaurant en zelfs een paar winkels. Verder is er een multifunctioneel auditorium met 1.500 plaatsen en zijn er een dozijn kleinere auditoria met 200 plaatsen voor onderwijsdoeleinden. Op het sportveld kunnen wedstrijden worden gevolgd vanaf tribunes. [Lees verder onder de foto]

Deze uitzending kwam van The Architects Collaborative (TAC) uit de VS.

Woontorens

Het tweede dat onmiddellijk in het oog springt zijn de woontorens van 20 tot 27 verdiepingen hoog, die uitkijken op de stad. Bedoeling was om hier 3.000 studenten te huisvesten. Tot slot is er getracht zo veel mogelijk groen te verwerken in het ontwerp. Zo zijn de parkeergarages door groendaken aan het zicht onttrokken. Tussen beide universiteiten bevindt zich een strook met bomen en waterpartijen die centraal uitmondt in een soort spiraal. De restaurants van beide universiteiten kijken uit op dit gedeelte. Bedoeling was om zo de interactie tussen studenten van ULB en VUB te bevorderen. Dat dit ontwerp het niet heeft gehaald, heeft vermoedelijk te maken met de toenmalige wens van de VUB om zich als onafhankelijke universiteit te manifesteren. Het ontwerp kon dit waarschijnlijk onvoldoende waarborgen. Vandaag zou de inzending van Roesner misschien meer in de smaak vallen. De VUB en de ULB zoeken immers steeds meer toenadering tot elkaar en tot de stad.

 

Wil je meer weten over de internationale architectuurwedstrijd of dit ontwerp, surf dan naar Terug in de tijd op 50.vub.be.

Woontorens van 20 tot 27 verdiepingen hoog.