U bent hier

Gepakt en gezakt en klaar voor de training

Over 5 weken trekt een delegatie van 14 bedrijfsleiders, inclusief rector Paul De Knop, naar het Himalayagebergte voor een trektocht naar de voet van ’s werelds hoogste berg. Hoewel het merendeel van de deelnemers niet hoger klimt dan de enkels van deze mythische berg, is een degelijke voorbereiding een must. De 5540m hoge Kala Pattar is toch nog net even iets anders dan het Signal de Botrange. Benieuwd als we zijn trok uw redacteur van dienst dan maar zijn wandelschoenen aan en probeerde hij een dag lang het gezelschap bij te benen op een trainingsdag van het Belgian Everest Climb team in het Zoniënwoud.

 

Met het nodige gegeeuw, een ordinaire meeneemkoffie uit een tankstation en een platte koffiekoek teken ik present, voor wat al snel een Spartaanse trainingsochtend dreigt te worden. De kalmte en rust die zich rond het station van Watermaal-Bosvoorde verspreiden op deze frisse zaterdagochtend om 09u00 zijn slechts stilte voor de storm en verdwijnen beetje bij beetje wanneer de wagens van de teamleden het parkeerterrein oprijden.

 

Little did I know
Terwijl ik mijn stapschoenen aanknoop haalt het gezelschap hun full combat gear uit de koffer. Fluo wandeljassen, wandelstokken, zware rugzakken,… mijn minirugzak met camera is er niks tegen. Druk bezette managers uit alle hoeken van het land die elk weekend samen komen om te trainen, het is ook even moeilijk te organiseren als het lijkt. Een korte verkenningsronde tussen de deelnemers is dan ook een must zodat iedereen mekaar met de voornaam kan aanspreken. Van zin in het onbekende tot een huwelijkscadeau. Alle redenen om aan deze tocht deel te nemen passeren de revue. En geen topsport zonder een ritueel… vooraleer deze ochtendsessie aan te vatten volgt nog een citaat van een van de groepsleden om de sfeer erin te brengen.

Amai mijn botten
Maar genoeg gelachen. Er moet natuurlijk ook gesport worden. Gezwind trekt de groep zich op gang voor wat belooft een 2 uur durende wandelsessie op de flanken van het Zoniënwoud te worden. “Tijdens onze trainingssessies proberen we niet enkel conditioneel in orde te geraken, maar willen we ook de omstandigheden nabootsen. Niet dat we in het Zoniënwoud de hoogtemeters kunnen trainen, maar we kunnen er wel oefenen op techniek om in het hooggebergte op een goede manier te wandelen en de spieren en pezen zo min mogelijk te belasten”, aldus Paul Hegge, ex algemeen directeur VOKA Brussel-Halle-Vilvoorde en een van de twee expeditieleden die ook werkelijk de Mount Everest zal proberen te bedwingen. “Correct leren wandelen met de wandelstokken bijvoorbeeld, of kruispassen zetten op een helling, zijn kleine zaken die je expeditie aanzienlijk kunnen verlichten. Eenmaal op de top ben je immers nog maar halfweg en dan moet het vervelendste en zwaarste stuk van de klim meestal nog volgen. Hoe minder je je lichaam onderweg belast, hoe groter de slaagkansen”.

 

Het reguliere bospad laten we dan ook snel links liggen en na een klein uur wandelen, klauteren over boomstammen en springen over beekjes is mijn anders vrij betrouwbare innerlijke kompas letterlijk het noorden kwijt. Gelukkig kent Expeditieleider Hegge het bos als zijn broekzak en loodst hij het ganse gezelschap veilig de weg. Onderweg weten de managers me te vertellen, dat ze dit soort uitdagingen wel nodig hebben.  “Managers zijn doorgaans gedreven mensen, die niet uit de weg gaan voor een uitdaging met veel passie. En laten dat net de ingrediënten zijn die je nodig hebt om dergelijke expeditie tot een goed einde te brengen”, puft expeditieleider Paul Hegge me toe. Toch wordt me links en rechts toegefluisterd dat 3 maal per week of meer trainen niet makkelijk te rijmen valt met de agenda van een CEO. “Maar tijd kan je maken. Dat betekent dus keuzes maken en andere dingen laten schieten of niet doen. En laat managers daar net goed in zijn,” vertelt een van de deelnemers. Toch dreigt diezelfde gedrevenheid ook net het heikele punt van de expeditie te worden. “We zullen er vooral op moeten toezien dat alle deelnemers op tijd aangeven wanneer ze zich niet goed voelen. Want hoe hard iedereen zich ook voorbereidt, Op 5000m luister je beter ook af en toe naar je lichaam. En wanneer de hoogteziekte dreigt op te komen, moet je ook dan de juiste beslissing durven nemen, je ego aan de kant schuiven en de expeditie afbreken. Dat wordt dan ook meteen de grootste uitdaging voor deze groep”, vertelt Sofie Lenaerts ons. “Intrinsiek zien we iedereen de top wel bereiken, maar of iedereen de hoogte kan verteren is nog maar de vraag. Ook al is iedereen daar op getest, helemaal voorspellen kunnen we het niet.” Die raad neem ik graag aan wanneer ik te horen krijg dat Sofie al vele jaren intensief met klimsport bezig is en de tweede persoon op de expeditie is die ook voor de top op 8848m gaat.

 

Snoep en chocomelk
Na een dikke 2u marcheren komt het einde van het eerste luik van de dag in zicht. Twix, ordinaire snoepjes en chocomelk zijn de beloning. Ja u leest het goed, snoep als beloning. “Ge kunt nog zoveel van gels meenemen als je wil, niks dat beter werkt dan een gewoon snoepje,” aldus expeditieleider Hegge. “ En chocomelk,” vult professor Romain Meeusen aan eenmaal we in het BLITS sportlab van de VUB gearriveerd zijn voor deel twee van de dag. Nu de VUB sinds kort uitgerust is met hoogtekamers om de nacht dor te brengen of intensief te trainen in het kader van topsport of onderzoek, wil rector De Knop die graag even aan het team demonstreren. Meer nog, de teamleden kunnen van deze infrastructuur gebruik maken om zich de komende weken optimaal voor te bereiden op wat komen gaat. De 5340m hoge Kala Pattar. “Deze installatie kan zeker een hulp zijn voor de deelnemers aldus Sofie Lenaerts. Al is het maar om de omstandigheden bij inspanning op hoogte eens na te bootsen. Vooral omdat we hier naar een maximale inspanningsbelasting kunnen gaan in gecontroleerde omstandigheden. En ook die kamers zijn toch iets gezelliger dan die hoogtetent die ik nu in mijn slaapkamer heb geïnstalleerd”.

 

Hoewel het leeuwendeel van het team het na de rondleiding voor bekeken houdt voor vandaag en richting de late lunch trekt, springt Paul Hegge nog even op de fiets op een gesimuleerde hoogte van 3200m. Terwijl hij de benen los fietst en de rest van het gezelschap beneden terug energie opslaat geeft hij mij nog even een pronostiek. “12 van de 14 expeditieleden zijn fysiek in staat de top te halen. 2 leden zullen door een muur moeten gaan, maar daar gaat het in deze sport ook om: grenzen verleggen. Zien hoever je kan gaan. Het motto  is dan ook om niemand achter te laten, tenzij het om medische redenen niet anders kan”, aldus Paul Hegge. “Zelfs al kost dat Sofie en ik wat extra kracht. De bedoeling is om met iedereen het base camp van de Everest te bereiken en dat gaan we dan ook zo proberen uitvoeren. Ik heb er een goed oog in”. 

 

(Geschreven door Nicky Temmerman)