U bent hier

Een trotse Paul De Knop met VUB-vlag, 5.375 m hoog in het base camp van Mount Everest

De lentevakantie zit erop. Ook voor rector Paul De Knop. Sinds enkele dagen is hij terug in het land na een stevige expeditie op de flanken van ’s werelds hoogste berg. Doel: de beklimming van de Kala Patthar (5.545 m) - niet zonder eerst de tocht te hebben ondernomen naar het base camp van de Everest (5.357 m). 10 van de 16 oorspronkelijke deelnemers – waaronder Paul De Knop – slaagden met vlag en wimpel in de missie. Maar terwijl zij nu met trots en voldoening kunnen terugkijken op hun prestatie, begint voor Paul Hegge (49) en Sofie Lenaerts (40) de beproeving pas nu. Hun einddoel ligt immers nog hoger: het dak van de wereld. In hun rugzak: het wapenschild van de VUB. Dat gaat namelijk mee naar de top van de wereld.

 

De ultieme aanval op ’s werelds hoogste berg is voor Paul en Sofie de vervulling van een kinderdroom. “De Mount Everest staat inderdaad al een tijdje op mijn verlanglijstje,” zegt Paul. “Toch bleek het lang niet zo evident. Als kind werd er op mijn vijfde astma vastgesteld. Maar via de juiste trainingen heb ik mij toch sportief kunnen ontwikkelen en ben ik me op de marathon gaan toeleggen. Al heeft die passie ook de nodige sporen nagelaten met 7 knieoperaties aan elke kant en de tegenwoordig bijgevolg kapotte knieën“, aldus de ex-topman van VOKA Brussel-Halle-Vilvoorde. Een verhaal dat dan toch weer enigszins anders ligt bij Sofie Lenaerts. “Sporten is al jaren mijn grootste hobby. Sinds ik mijn partner leerde kennen is die hobby zich vooral gaan toespitsen op het bergbeklimmen”.

 

Maar een ding staat vast. Allebei delen ze dezelfde passie en hebben ze dezelfde drijfveer. Allebei hebben ze ook dezelfde angst. “Ik heb vooral schrik om de verkeerde beslissingen te nemen op momenten waarop het toch allemaal niet meer even helder is in je hoofd. Die grote hoogtes en ijle lucht doen iets met een mens. Op mijn vorige klimtochten heb ik toch al vreemde ervaringen gehad die ik moeilijk aan andere mensen kan uitleggen. Maar net als Sofie zit ik vooral in met mogelijke bevriezingsverschijnselen. Ik zou namelijk graag terugvliegen met al mijn vingers, tenen en ledematen”.

 

Voor Sofie gelden dezelfde bezorgdheden, al is ze vooral bezorgd om mogelijke ziekteverschijnselen ten gevolge van de hoogte. “Hoewel Paul naar eigen zeggen beter wordt met de hoogte, heb ik in het verleden al een paar missies moeten afbreken wegens hoogteziekte”.

Sofie Lenaerts

Paul Hegge

Ook tijdens de expeditie kreeg een van de deelnemers last van hoogteziekte. Het maakte dat Sofie de klim even moest staken om het expeditielid naar veiligere oorden te brengen. Om de voorbereiding niet in gevaar te brengen keerde Sofie toch terug naar de groep eenmaal het teamlid in veiligheid was. “Een krachttoer die me wel wat krachten gekost heeft, vermoed ik, aangezien ik de resterende klim in anderhalve dag volbracht heb in plaats van in de voorziene 3 dagen. Al bij al heb ik die goed verteerd. Dus we zien wel wat de extreme hoogte brengt”.

 

Voor hun ultieme droom kiezen Paul en Sofie de komende weken alvast niet het makkelijkste spoor. “We gaan via de noordflank naar boven. Fysiek de zwaarste klim van alle opties, maar theoretisch de veiligste en meest rustige flank,” weet Sofie ons te vertellen. “Al is veilig natuurlijk relatief. De minste misstap daarboven kan fataal zijn. Het wordt dus kwestie geconcentreerd te blijven. Maar we zijn op alles voorbereid en hebben ondertussen ook wel de nodige ervaring opgebouwd. De Everest is immers een expeditie die jaren van voorbereiding vraagt.”

 

En doorheen de jaren hebben zowel Paul als Sofie al die ervaring bij mekaar geklommen. Paul is de voorlopige  recordhouder van het duo met enkele toppen in Pakistan van ver boven de 7000 meter hoog. Sofie volgt op twee met de 7.010 m hoge Khan Tengri als beste prestatie. En hoewel de Mount Everest nog een pak hoger is, zijn beiden klaar voor hun expeditie. “We hebben in ieder geval al bewezen dat we de hoogte aankunnen. Of het uiteindelijk lukt, zal afhangen van vele factoren.”

 

Zeker is dat als ze het halen er zich een kortstondig euforisch tafereel op de top zal afspelen. “De top halen van de Everest is immers nog maar het halve werk. Want dan moeten we nog aan de gevaarlijke afdaling beginnen”. En mochten beiden de top niet halen, zou de wereld dan letterlijk onder hun voeten wegzakken? “Ik zou in ieder geval heel hard balen. Maar tegelijkertijd leer je als klimmer ook wel met dergelijke situaties om te gaan. We zullen er in ieder geval al het nodige voor gedaan hebben en alle mogelijke scenario’s afgewogen hebben om het doel wel te bereiken. Als uiteindelijk blijkt dat verder klimmen niet mogelijk of veilig is, dan zullen we daar wel in kunnen berusten. Zelfs met al onze opofferingen en drukke werk/trainingsagenda’s van de afgelopen maanden  in het achterhoofd,” aldus Sofie.

 

Bewondering
Nieuwbakken bergbeklimmer De Knop toont alvast nog meer bewondering dan voordien voor de expeditie die zijn naamgenoot en Sofie momenteel af proberen ronden. “Ik heb de voorbije dagen mogen ervaren welke uitdaging het is je lichaam op grote hoogte tot het uiterste te drijven en toch op een normale manier te laten functioneren. Ik durf me dan ook niet inbeelden hoeveel moeilijker het 3000 m hoger is. Het spreekt dan ook voor zich dat ik vol nieuwsgierigheid en bewondering uitkijk naar de prestaties van de komende weken. Ik volg het duo dan ook op de voet via de Facebookpagina Belgian Climbing Everest, waarop ze updates posten van hun avontuur via de satelliettelefoon.”

 

In tegenstelling tot Sofie en Paul was het base camp voor onze rector het eindpunt. “Een prestatie waar ik sowieso al heel fier op ben en die ook ontzettend veel deugd deed na 7,5 jaar rectorschap. Ook al omdat ik het graag vergelijk met de manier waarop wetenschap bedreven wordt: je bepaalt een doel en tracht dat dan methodisch te bereiken. In dit geval heeft het me 3 maanden intensieve training en tal van overnachtingen in de VUB-hoogtekamers gekost, plus een trekking van 64 km met in totaal 4.740 m hoogtemeters – en niet te vergeten: het ontberen van ook maar de kleinste druppel alcohol. Ja, ik ben uitgeput maar ook voldaan teruggekeerd. Maar zoals ik het zeg: it is all about attitude, not altitude. Reken dus maar dat ik klaar ben voor mijn laatste 6 maanden als rector en de (meermaals) dagelijkse beklimming van de 111 treden in het M-gebouw.”