U bent hier

Niet alleen hun werkgelegenheidsstatistieken zien er anders uit, ook de manier waarop Limburgers, Antwerpenaren, Vlaams-Brabanders, Oost- en West-Vlamingen naar werk kijken, verschilt. 

Wie is in Vlaanderen het meest en het minst met werk bezig? Interessante bron daarvoor is het jongste Tijdsbestedingsonderzoek van de Vrije Universiteit Brussel. Daarvoor vulden 3.230 Vlamingen tussen 18 en 75 jaar gedurende een week een dagboek in. Over alle deelnemers heen kwamen de onderzoekers voor die ene week op een werktijd van 20 uren en 11 minuten uit. Hielden ze alleen rekening met de mensen die in die week betaalde arbeid verrichtten (dus zonder studenten, werklozen, langdurig zieken, gepensioneerden…), dan steeg dat naar 30 uren en 49 minuten.

Professor en onderzoeksleider Ignace Glorieux werd gevraagd om die laatste cijfers verder op te splitsen naar provincie. Uit die oefening kwam naar boven dat West-Vlamingen in die specifieke week zo’n drieënhalf uur meer betaald werk hadden verricht dan Limburgers. Het verschil was vooral toe te schrijven aan de West-Vlaamse mannen. Die waren gemiddeld 36 uren en 26 minuten met betaalde arbeid bezig geweest, wat bijna vijf uur meer was dan de Limburgse mannen. Bij de vrouwen waren het de Vlaams-Brabanders die de meeste uren betaalde arbeid verrichtten. Zij waren 28 uren en 58 minuten met betaald werk bezig, of ongeveer een half uur meer dan de West-Vlaamse vrouwen.

Lees meer over dit onderzoek op de nieuwssite van De Morgen.