U bent hier

Een tijdje geleden, op 21 oktober 2015, was het feest. Die dag werd namelijk de nieuwe Leerstoel Mireille Aerens ingehuldigd. Mireille Aerens heeft een hart voor de VUB en voor dieren. Door het onderzoek van professor Vera Rogiers te steunen, zet ze zich in voor beide. “Geven is een geluk op zich”. Een interview met een grote dame in het bezit van een groot hart voor dieren.

 

 

“Ik heb uitgekeken naar dit moment. Absoluut”, klinkt het. Mireille Aerens, vooraan in de tachtig, was al een eerste keer bij de inhuldiging van haar Leerstoel in 2009, toen toegekend aan Karen Sermon en het departement Embryology and Genetics. “Alle respect, eerbied en sympathie voor haar werk. Maar wat mevrouw Rogiers doet, ligt mij nog veel nauwer aan het hart. Niet zo heel lang geleden las ik in De Morgen dat zij focust op in vitro-proeven en diersparende onderzoeksmethodes. Dat is exact wat ik al van in het begin wou steunen. De Leerstoel voor Sermon liep op zijn einde en ik heb – goed op tijd - een brief gericht aan de rector.” De Leerstoel blijft aan de faculteit Geneeskunde en Farmacie, maar verhuist naar professor Vera Rogiers, hoofd van het departement Toxicology, Dermato-Cosmetology and Pharmacognosy.

 

Hoe komt het dat proefdiervriendelijk wetenschappelijk onderzoek uw dada geworden is?
“Ik was als kind altijd erg begaan met dieren. Poezen en honden. Daarom leek het mij oorspronkelijk interessant, bijna mijn plicht, om iets te doen voor dierenwelzijn. Maar aan de andere kant is ook de VUB mij zeer genegen.

 

Was ik Onassis, dan had ik geen probleem en steunde ik alles: de VUB, Artsen zonder Grenzen, Gaia, het Opvangcentrum voor Vogels en Wilde Dieren in Oostende, de Poezenboot… Maar ik ben Onassis niet en wil ze niet allemaal een peulschil geven. Liever concentreer ik het dan bij de VUB door met mijn gift onderzoek naar diersparende methodes te steunen. Ik geloof niet dat ik via het werk van mevrouw Sermon één dier gered heb, want zij kan voor haar onderzoek sowieso geen dieren gebruiken. Mevrouw Rogiers daarentegen focust daar net op. Joepie, dat is ze! Dacht ik toen ik het artikel las.”

Uw liefde voor de VUB is opvallend groot…vertel eens
“Ik verhuisde van Antwerpen naar de hoofdstad in de periode waarin Brussel beperkt werd tot 19 gemeenten met faciliteiten. Dat was niet goed voor het Nederlands. Mijn op dat moment bijna-echtgenoot en ikzelf waren lid van het Verbond van Vlaams Overheidspersoneel en wij werden opgeroepen om deel te nemen aan kleine betogingen. We gingen in groep naar gemeenten die gevaar liepen voor verfransing. Tevergeefs, merkten we… Maar! Er was ook altijd een groep studenten van de Brusselse universiteit bij. Zij kwamen op voor een Vlaamse universiteit, een Nederlandstalige tegenhanger van de ULB. Op dat moment, vooraan in de jaren ‘60, is mijn liefde voor de VUB ontstaan.”

 

Ik doe iets voor de dieren én voor de universiteit

En bij de oprichting van de VUB enkele jaren later kon u zich ook vinden in haar aanpak?
“Dat kwam er inderdaad nog bij. De doelstellingen, het humanistische ideaal vooral, pasten bij mij. Gaandeweg leerde ik mensen kennen die aan de universiteit studeerden of werkten. Jan Klerckx (gewezen directeur van het rectoraat, red). Rik De Clercq die later hoofdapotheker werd van het Academisch Ziekenhuis in Jette. Hem ken ik via zijn moeder en… onze hondjes!

Ik was een hele periode minder betrokken bij de VUB, maar zij zijn altijd vrienden gebleven. En toen ik, intussen gescheiden en kinderloos, begon na te denken over mijn testament, praatte ik ook met hen. Uit die gesprekken kwam hun voorstel om niet te wachten, maar om nu al een donatie te doen. Waarom ook niet? Het is een plezier als je zoiets kunt. Ik verwacht niets terug. Geven is een geluk op zich. Dat ik dit kan doen voor een Vlaamse universiteit in Brussel die bovendien mijn levenshouding reflecteert, dat is iets waar ik enorm dankbaar om ben. En ik hoop dat ik ook na mijn dood nog een bijdrage kan leveren.”

 

Hoe kreeg uw Leerstoel vorm?
“Op mijn aangeven sprak Jan Klerckx de rector aan. Dat was toen nog Benjamin Van Camp. Zo ging de bal aan het rollen. Er is veel tijd over gegaan voor we de juiste insteek vonden. Ik wilde rechtstreeks iets doen voor proefdieren, maar de rector ging het zo breed zien dat hij uitkwam bij ‘iets voor het klimaat’. En dat ik zo ook dieren zou redden, bijvoorbeeld de ijsberen. Klopt ook. Maar ik herhaal: ik ben Onassis niet, ik kan niet de hele wereld redden. Na veel overleg heen en weer schreef ik de rector dat ik mezelf niet meer herkende in zijn voorstellen en terug wou naar mijn basisproject. Eén dat paste bij mij en bij mijn mogelijkheden. Geef mij mijn klein stukje en ik ben de hemel te rijk.”

Geven is een geluk op zich

En nu kijkt u uit naar wat professor Rogiers met de Leerstoel gaat doen?

“Oh, daar ben ik gerust in. Zij heeft mij op voorhand ontvangen en klaar en duidelijk uitgelegd wat ze van plan is. Ze is een goede prof, ik had de indruk dat ik in een cursus zat.”

 

Zijn er bepaalde zwaartepunten die u overtuigd hebben?
“Neen. Ik ben niet wetenschappelijk gevormd en moei mij dus niet met de uitwerking. Het is het doel dat mij interesseert. Professor Rogiers is een zeer enthousiaste dame. Het klikt tussen ons. Ik weet het, het klikt!”