U bent hier

Wie een open en kritische kijk heeft op de wereld kan er niet meer omheen: onze samenleving vertoont een aantal ernstige pathologieën, die ons welzijn bedreigen. De pers en sociale media overspoelen ons bijna dagelijks met alarmerende berichten over de vervuiling van onze leefomgeving (zie recent nog de burgeractie CurieuzeNeuzen over de luchtkwaliteit), de uitputting van de natuurlijke grondstoffen, de uitbuiting van de zwakkeren in de samenleving en de toenemende inkomens- en vermogensongelijkheid (zie o.m. het “Davos Rapport” van Oxfam). Alsmaar meer wordt het kapitalistisch karakter van ons huidig economisch systeem in vraag gesteld. Het aanhoudend streven naar economische groei en winstbejag als voornaamste drijfveer van de ondernemingsactiviteit vangt veel kritiek. Voorheen werd de discussie overwegend afgedaan als een bekommernis van een paar “linkse” ideologen. Thans maakt zij het voorwerp uit van een ruimer maatschappelijk debat.  Ook de publieke opinie begint zich de betekenis te realiseren van de vaststelling dat “Earth overshoot day” nog nooit zo vroeg lag en dat elke CO2 uitstoot er een te veel is.

 

Steeds meer sociologen, historici, psychologen en zelfs economen wijzen erop dat het dringend anders moet én ook kan, indien we (en onze nakomelingen na ons) verder duurzaam en vredig willen samenleven op onze planeet. In haar boek Donuteconomie. In zeven stappen naar een economie voor de 21e eeuw probeert de econome Kate Raworth alvast een aanzet te geven van hoe het ook anders zou kunnen. Voor een toenemend aantal bedrijven is duurzaamheid een belangrijk element van hun beleid geworden. Diverse ondernemingen zoeken specifiek naar concrete oplossingen of toepassingen voor de bestaande duurzaamheidsproblemen.

 

Behoudens een paar uitzonderingen zijn juristen in dit debat over de invraagstelling van ons huidig economisch systeem doorgaans afwezig. Dit is opmerkelijk. Heeft hun instrumentarium, met name de rechtsregels, niet net tot doel maatschappelijke (economische) waarden, waar nodig, om te zetten in gedragsregels, die voor hoven en rechtbanken kunnen worden afgedwongen? Deze rechtsregels bepalen toch het kader waarbinnen elke economische activiteit - ook een duurzame – gevoerd moet worden? Juridische basisconcepten als de notie openbare orde of het leerstuk van de mensenrechten laten toe dit kader verder in te vullen in functie van de gehanteerde waarden. De rechtspraak speelt hierbij een belangrijke rol. Daarnaast zijn er diverse juridische concepten en constructies, zoals de vrije mededinging en de vrijheid van ondernemen, de contractvrijheid, de consumentenbescherming, het begrip rechtspersoonlijkheid en de intellectuele rechten, die een centrale rol spelen in de organisatie van de economische activiteit.

 

“Economisch handelen en recht zijn inderdaad onlosmakelijk met elkaar verweven. Zo ons economisch samenlevingsmodel is aan te passen of bij te schaven, kan de discussie hierover dus niet plaatsvinden zonder tegelijkertijd na te denken over wat dit betekent voor de door onze beleidsmakers gemaakte fundamentele rechtsregels en de juridische basisconstructies die de hersenspinsels zijn van juristen”, meent Régine Feltkamp (Docent Economisch en Financieel recht VUB). “Juristen moeten voor maatschappelijke problemen een afdoend juridisch kader aanreiken. Zij moeten wijzen op de beperkingen of mogelijkheden van het bestaande kader en op de mogelijke aanpassingen aan het bestaande kader die noodzakelijk zijn om bepaalde maatschappelijke doelstellingen te verwezenlijken. Omdat volgens hen de juridische invalshoek in het duurzaamheidsdebat niet mag ontbreken, organiseren een aantal leden van de Vakgroep Privaat en Economisch Recht, i.s.m. uitgeverij Gompel & Svacina, een lezingenreeks die deze “juridische stilte” doorbreekt. Deze lezingenreeks bouwt verder op de inspirerende colleges van Prof. em Ludo Cornelis waar de problematiek in discussievorm met de studenten werd aangesneden. Zij draagt de, door Prof. em. Michel Flamée voorgestelde, intrigerende naam “Het pharmakon-gehalte van het economisch recht”. De term ‘pharmakon’ verwijst naar de oud-Griekse term voor medicijn, die de dubbele betekenis van vergif en genezend middel heeft. In die zin is het ons doel om te kijken hoe het (economisch) recht en bepaalde juridische basisconcepten of -constructies, een “vergif” of een “genezend middel” kunnen zijn voor de verwezenlijking van een duurzame samenleving en om, waar nodig, constructieve oplossingen aan te reiken. We hopen dat de locaties waar de lezingenreeks doorgaat - die ons vriendelijk werden aangeboden door Greenbizz, een groene incubator gevestigd in Laken, en het VBO - samen met de diversiteit aan experten, onderwerpen en deelnemers, kunnen leiden tot een boeiende en inspirerende discussie.”

 

De lezingenreeks bestaat uit 5 discussieavonden. Omdat juridische analyses maar gevoerd en oplossingen slechts aangereikt kunnen worden met kennis van de onderliggende problematiek, start de lezingenreeks met het toelichten van een aantal maatschappelijke probleemstellingen vanuit economisch, historisch, filosofisch en sociologisch perspectief.

 

Vervolgens wordt voor een aantal juridische basisconcepten en rechtsfiguren nagegaan of zij in hun huidige vorm al dan niet een katalysator zijn voor excessen in het ondernemingsgebeuren en, zo ja, of zij aan verandering of aangepaste toepassing toe zijn. Ook aan de praktische rechtsbeoefening wordt gedacht: in welke mate kunnen de onderzochte rechtsfiguren nu al door juristen worden aangewend om duurzame economische activiteiten te ondersteunen?

 

Zo gaan Alain François (Docent Vennootschapsrecht VUB), Gerrit Hendrikx (Wetenschappelijk medewerker VUB) en Maxime Verheyden (LL.M.) nader in op het vennootschapsbelang, een bewust niet wettelijk gedefinieerd kernbegrip van het vennootschapsrecht dat met de vennootschap op zijn beurt een basisvehikel aanbiedt om een onderneming te voeren: “Er wordt vaak beweerd dat het de taak van een vennootschap en haar bestuur is om zoveel mogelijk winst te maken voor haar aandeelhouders op een zo kort mogelijke termijn. Als dit effectief een rechtsregel zou vormen, zou dit een oorzaak en zelfs rechtvaardiging kunnen zijn van bepaalde beslissingen die rendabel zijn voor de aandeelhouders, maar nefast voor de leefomgeving (pollutie, delokalisatie, belastingontwijking…). Vraag is evenwel of de toepasselijke regels niet reeds nopen tot het in aanmerking nemen van de belangen van andere betrokken actoren, en meer nog of de inachtneming van andere belangen dan de winstbelangen van de aandeelhouders bij het voeren van de onderneming in vennootschapsverband niet wettelijk zou moeten worden opgelegd. Zou een dergelijke verplichting op zich een meerwaarde kunnen bieden, of vergt ze begeleidende maatregelen zoals het betrekken van stakeholders in het vennootschapsbestuur om zulk verruimd vennootschapsbelang daadwerkelijk slagkracht te geven?”

 

Het programma is bijzonder aantrekkelijk door de interdisciplinaire en interuniversitaire benadering van de materie. De lezingen worden verzorgd door diverse topexperten van de VUB en van andere (ook buitenlandse) universiteiten. De pluralistische aanpak wordt mede onderbouwd door de aanwezigheid van verschillende ondernemingen (Greenbizz, SI2 Fund, Johnson & Johnson, Triodos Bank) en het VBO, die hun eigen visie op de geselecteerde thema’s kenbaar zullen maken.

 

Dit debat maakt al lang deel uit van de discussie rond Corporate Social Responsibility en Corporate Governance. Ondernemingen zijn zich natuurlijk ook bewust van de uitdagingen waarmee onze wereld geconfronteerd wordt”, meent Philippe Lambrecht (Secretaris-Generaal van het VBO). “De “Sustainable Development Goals” van de Verenigde Naties worden door talrijke ondernemingen ondersteund. De wereld verandert immers voortdurend en ondernemingen moeten hierop inspelen. Zij doen dat niet alleen door een toegevoegde economische waarde te creëren, maar ook door een positieve maatschappelijke en ecologische impact te genereren. Ondernemingen zijn een partner én een voorloper in dit proces van verandering”.

 

Ook de deelnemers krijgen de gelegenheid om aan de discussie deel te nemen. Hoe uiteenlopender het publiek, hoe boeiender de discussie zal zijn. De lezingenreeks richt zich daarom tot al diegenen die - weze het rechtstreeks of onrechtstreeks, vandaag of morgen - betrokken zijn bij de organisatie van de economische activiteit, zoals CEO’s en personen in leidinggevende ondernemingsfuncties, juristen, magistraten, advocaten, ngo’s, regelgevers, beleidsmakers, vakbonden, academici en onderzoekers, studenten, journalisten en alle maatschappelijk geëngageerde burgers.

 

Voor meer informatie en inschrijving zie de eventpagina.

 

Sprekers: Erik Derycke, Nikolay Dentchev, Géraldine Thiry, Wouter Ryckbosch, Jozef Van Bellingen, Jean-Marc Bryskere, Ive Marx, Olha Cherednychenko, Ludo Cornelis, Piet Colruyt, Anna Gerbrandy, Yves Van Gerven, Mireille Buydens, Frank Daelemans, Jean-Marc Gollier, Alain François, Gerrit Hendrikx, Maxime Verheyden, Marleen Denef, Jeroen Delvoie, Evy Puelinckx, Régine Feltkamp, Stefan Somers, Ralph De Wit, Batist Paklons, Philippe Lambrecht en Michel Flamée.