U bent hier

Naasten van een stervende worden niet standaard betrokken bij belangrijke medische beslissingen in de laatste levensfase. Dat blijkt uit een onderzoek van de Onderzoeksgroep Zorg rond het Levenseinde (VUB – UGent).  Hun bevindingen wijzen op de nood om een palliatieve zorgbenadering meer binnen de gehele gezondheidszorg te implementeren. Hierbij moet de focus op zowel de stervende patiënt als diens familie liggen.

 

De onderzoeksgroep Zorg rond het Levenseinde (VUB-UGent) bevroeg 3.751 artsen die een overlijdensattest ondertekenden voor een representatieve groep patiënten van 18 jaar en ouder die in de eerste helft van 2013 overleden. Zowat de helft van deze overlijdens werd voorafgegaan door een levenseindebeslissing die mogelijk het overlijden bespoedigt. Onderzoeker Maarten Vermorgen van de Vrije Universiteit Brussel: “Het gaat dan bijvoorbeeld over euthanasie of het opdrijven van symptoombestrijding, maar ook over het stopzetten of niet instellen van een behandeling.” De studie onderzocht de medische beslissingen die voorafgaand aan het overlijden waren genomen.

 

In bijna 3 op 4 gevallen (72%) van deze beslissingen werd de familie door de behandelende arts ingelicht over de mogelijke gevolgen ervan. Dit gebeurde vaker wanneer er sprake was van een expliciete intentie bij de arts om het levenseinde te bespoedigen en wanneer de beslissing eveneens werd besproken met de stervende persoon. Ook wanneer gespecialiseerde palliatieve zorg werd ingeschakeld werden de naasten nauwer betrokken.

 

Een ander opvallend resultaat was dat zulke gesprekken met naasten vaker voorkwamen wanneer het overlijden plaatsvond op een dienst voor intensieve zorgen in een ziekenhuis, in vergelijking met overlijdens in de thuisomgeving, een rusthuis of een andere ziekenhuisafdeling.

 

De vaststellingen van het onderzoek zijn belangrijk omdat een toenemend aantal overlijdens wordt voorafgegaan door een medische beslissing die het levenseinde, al dan niet intentioneel, kan versnellen. Familieleden van een stervende persoon betrekken bij zulke levenseindebeslissingen kan een gunstige impact hebben op zowel de familie als de patiënt en kan bijvoorbeeld leiden tot een verhoogd welzijn en een beter wederzijds begrip. Tot hiertoe was echter weinig geweten over de klinische omstandigheden waarin artsen overgaan tot een gesprek met naasten om hen in te lichten over het mogelijk levensverkortende effect van zulke beslissingen”, aldus Maarten Vermorgen van de VUB.

 

Het toonaangevende internationaal wetenschappelijk tijdschrift Patient Education and Counseling publiceert een artikel over dit VUB-UGent onderzoek.

 

Meer info

Maarten Vermorgen, Maarten.Vermorgen@vub.be, 0476-01 44 31