U bent hier

De kritieke situatie van het talenonderwijs en de afnemende talenkennis in Vlaanderen moeten een halt worden toegeroepen. Taal- en letterkundigen van de Vrije Universiteit Brussel roepen beleidsmakers en minister van Onderwijs Hilde Crevits op om een marshallplan op te stellen voor de herwaardering van het taalonderwijs.

Auteur: Rik Vosters, Elisabeth Bekers, Alex Housen, Stefanie Keulen, Katja Lochtman, Marie-Eve Michot, Esli Struys, Claire Swyzen en An Vande Casteele — Vrije Universiteit Brussel (Verschenen Knack Online maandag 1 oktober 2018)

 
 
 
 

Afgelopen weekend vierde het Europese parlement de Dag van de Meertaligheid, maar de voorbije weken stonden de media bol van de crisis in het Vlaamse taalonderwijs. Uit internationaal vergelijkend onderzoek blijkt dat Vlaamse leerlingen sterk achteruitgaan op het gebied van begrijpend lezen, en veel kinderen in het basisonderwijs bereiken de eindtermen voor Frans niet. Het katholieke net wil in deze context het aantal uren Nederlands in het secundair reduceren, en ook de inschrijvingen voor de universitaire talenopleidingen lopen terug, ondanks de enorme nood aan goed opgeleide taalleerkrachten in het onderwijs. Dit alles maakt dat het (zelf-)beeld van de Vlaming als polyglot steeds meer tot het verleden behoort. Ook de Europese doelstelling dat iedere burger naast de moedertaal nog twee vreemde talen functioneel beheerst, blijkt voor veel jongeren onhaalbaar te zijn geworden.

Toch is iedereen het eens over het belang van meertaligheid en een goede taalbeheersing. Heel wat recent onderzoek wijst op de cognitieve voordelen die het leren en gebruiken van vreemde talen biedt. Zo zorgt het kunnen schakelen tussen verschillende talen voor een grotere mentale flexibiliteit en een beter abstract redeneervermogen, en zouden meertaligen mogelijk zelfs minder vatbaar zijn voor neurodegeneratieve aandoeningen zoals Alzheimer en Parkinson. Deze positieve effecten zijn het sterkst aanwezig bij mensen die vanaf een jonge leeftijd met verschillende talen in contact komen. Maar het goede nieuws is dat ze zich ook manifesteren bij wie op latere leeftijd nog vreemde talen leert. Bovendien moet je niet elke vreemde taal vlot en op een hoog niveau kunnen spreken om een positief effect te ervaren.

Los van deze cognitieve bonus brengt een gedegen kennis van vreemde talen natuurlijk ook heel wat maatschappelijke en economische voordelen met zich mee. In Zwitserland berekende een studie dat meertaligheid in het land gemiddeld ongeveer tien procent bijdraagt aan de waardecreatie van bedrijven, terwijl een recent Brits onderzoek dan weer aantoonde dat Groot-Brittannië jaarlijks het equivalent van 3,5 procent van zijn bbp verliest door een gebrekkige vreemdetalenkennis. Ook voor Vlaanderen geldt: kennis van enkel het Engels is niet genoeg, en grote Europese talen zoals het Frans maar zeker ook het Duits zijn op de arbeidsmarkt van groot belang. Hans Maertens (VOKA) stelt dan ook onomwonden: ‘De interesse van jongeren voor talen daalt zienderogen. We hebben nu terecht veel aandacht voor STEM-opleidingen. Maar ik denk dat er in de toekomst meer aandacht moet gaan naar talen, willen we onze welvaart behouden.’

Het probleem is intussen dus wijd en zijd bekend. Nu is het hoog tijd voor oplossingen. Wij stellen concreet vijf actiepunten voor, die moeten leiden tot een herwaardering van taal en meertaligheid op alle niveaus van het Vlaamse onderwijs.

1. Vlaanderen moet vroeger starten met het vreemdetalenonderwijs, bijvoorbeeld door Frans aan te bieden vanaf het eerste leerjaar en Engels te introduceren in het basisonderwijs. Taalsensibilisering is een stap in de goede richting, maar is niet genoeg.

2. In het basisonderwijs moeten we volop inzetten op functionele taalvaardigheid. Dit doen we door consequent les te geven in de doeltaal, maar ook door de leerkrachten voor de klas te zetten die speciaal zijn opgeleid om als meertalige professional de lessen Frans of Engels te verzorgen.

 

3. Vlaamse scholen moeten vroeger kunnen starten met meertalig onderwijs of Content and Language Integrated Learning (CLIL). Sinds enkele jaren is dit in Vlaanderen beperkt mogelijk in het secundair onderwijs, maar in onze buurlanden en in de Franstalige gemeenschap kan het intensiever en al vanaf de kleuterklas. Onderzoek toont aan dat meertalig onderwijs het best rendeert als je er op jonge leeftijd mee start, zoals onder andere blijkt uit de vele succesverhalen in onze buurlanden.

4. In het secundaire onderwijs pleiten we voor een herwaardering van het literatuuronderwijs, ook in vreemde talen. Dit komt niet enkel het begrijpend lezen van leerlingen ten goede. Een brede kijk op de eigen en andere culturen ondersteunt ook de nieuwe eindtermen rond burgerschap, waarbij empathie en begrip van de ander binnen een multiculturele samenleving centraal staan. Literatuur leren lezen is leren omgaan met meerduidigheid, zonder die te problematiseren.

5. Ook het onderwijs van het Nederlands moet worden versterkt, terwijl dit nu net wordt afgebouwd. Een goede taalbeheersing dient als basis voor (zelf)ontplooiing en betere slaagkansen in het hoger onderwijs, en dus mogen we gerust ambitieuze doelstellingen formuleren. Tegelijkertijd willen we de stijgende taaldiversiteit van leerlingen inzetten als troef voor een excellente kennis van het Nederlands. De kennis van verschillende talen biedt immers extra mogelijkheden om diepgaand na te denken over taalstructuur, taalbewustzijn en cultuur.

De tijd dringt. Enkel door ambitieus in te zetten op een versterking van het talenonderwijs kunnen we de afnemende taalbeheersing en tanende interesse keren, en enkel dan kunnen ook universitaire talenstudies weer aan belang winnen. We roepen daarom alle betrokkenen op om hieraan mee te werken, en presenteren onze voorstellen als eerste aanzet voor een breed relanceplan: een marshallplan voor de talen dat ervoor moet zorgen dat Vlaanderen opnieuw zijn internationale koploperspositie kan innemen op het gebied van talenkennis.