U bent hier

De Vrije Universiteit Brussel is de voorbije jaren sterk gegroeid. Zo sterk, dat de vraag rijst of de universiteit hierdoor wezenlijk is veranderd. Typisch VUB vragen we dit natuurlijk aan onze gemeenschap: 17 weken lang geven we telkens één groep weer, en stellen hen een vraag over de VUB. Vandaag is de dienst WOPS (Work & Organizational Psychology) aan de beurt. 

 

 

Arbeids- en Organisatiepsychologie bestudeert het gedrag van mensen in functie van de uitvoering van een job, in diverse organisatievormen. Werken is zeker meer dan enkel geld verdienen. De onderzoekers van WOPS benaderen hun domein niet alleen vanuit een individuele invalshoek, maar hanteren in belangrijke mate ook sociaalpsychologische inzichten.

Teamwerk, omgaan met conflicten, organisatiecultuur en -verandering, leiderschap en politiek gedrag in organisaties zijn slechts enkele van de vele onderwerpen die aan bod komen. Maar ook hoe men de meest geschikte werknemers uitkiest, hen vormt, opleidt, motiveert en beloont wordt bestudeerd, naast actuele maatschappelijke thema’s zoals pesten op het werk, emotioneel belastend werk, werken in non-profitorganisaties, evoluties van loopbanen, en nog veel meer.

1) Achnak Safâa; 2) Yannick Griep; 3) Veerle Hermans; 4) Tim Vantilborgh; 5) Jennifer Pickett; 6) Andromachi Spanouli; 7) Joeri Hofmans; 8) Matthieu Peiffer; 9) Daan Sorgeloos; 10) Joanna Sosnowska; 11) Roland Pepermans; 12) Edina Dóci; 13) Sara De Gieter; 14) Jemima Bidee; 15) Lynn Germeys

De vraag: “(Hoe) verschilt de manier van werken aan de VUB van die van andere organisaties?”

 

De antwoorden:

 

2 Yannick GRIEP:

Ik vind dat heel moeilijk om op te antwoorden eerlijk gezegd. Ik denk dat het grootste verschil tussen hier werken en op andere plaatsen de mate waarin we samenwerken is. Dat er eigenlijk een enorm goeie sfeer heerst en dat mensen ook alles doen om mekaar te helpen. Dat is één van de redenen waarom ik hier heel graag werk, die enorme collegialiteit.

 

3 Veerle HERMANS:

Ja en ik denk dat ik dat echt wel kan zeggen omdat ik ervaringsdeskundige ben op dat vlak (lacht). Ik heb een verleden aan een andere universiteit en ik ben ook een jaartje docent geweest in Nederland. En wat mij vooral hier enorm aantrekt is de interactie met studenten. Studenten durven precies ook gemakkelijke naar je toestappen en een vraag stellen, wat mogelijk bij grotere universiteiten een barrière kan zijn. Ik geef wel les aan de studenten die al in hun masterjaar zitten, die hebben al wat meer ervaring en de groepen zijn ook kleiner. Maar dat vind ik dus een enorm pluspunt en een verrijking aan de colleges.

 

4 Tim VANTILBORGH:

Ja ik denk dat de VUB wel haar aparte stijl en eigenheid heeft. De cultuur aan de VUB is een beetje anders dan bij andere organisaties. Je hebt hier zeker een zeer hechte sfeer is en collegialiteit. Ook het feit dat we hier een mix hebben van mensen vanuit alle regio’s en landen zorgt voor een heel specifieke sfeer. Ja, wel een uniek bedrijf.

 

5 Jennifer PICKETT:

Yessss (lacht). Yes, it seems that work environment here is very team oriented and it seems like there is a pretty good working relationship among team members that is also cultivated at the VUB. For example we do retreat days, teambuilding, seminars and also have regular meetings and there are a few other things that seem to point towards a cohesive research team.

 

7 Joeri HOFMANS:

Ik heb een tijdje zelf aan de KULeuven gewerkt, wat een groot verschil is is de laagdrempeligheid aan de VUB;  de opendeurenpolitiek waar je bij iedereen langs kunt gaan voor vragen, waarbij dat zelfs uitnodigend is. Dat is toch helemaal anders bij andere organisaties, toch in academische settings. Daarin verschilt de VUB heel sterk. Ook voor studenten trouwens. We proberen dat ook uit te dragen dat we een lagedrempelorganisatie zijn en mijns inziens is dat ook zo.

 

8 Matthieu PEIFFER:

Ik denk niet dat het de organisatie is die determinant is. Ik denk dat het meer de job is voor mij. En dan is de job wel verschillend van jobs bij andere organisaties denk ik. Bij een andere organisatie onderzoek doen betekent economisch onderzoek doen. Bij ons is het meer het theoretische kader opbouwen dan de praktische dingen uitbouwen.

 

9 Daan SORGELOOS:

’t Is hier warmer! Ja, de mensen zijn warmer!

 

10 Joanna SOSNOWSKA:

Yes, certainly. The atmosphere, especially in our research group, is absolutely fantastic. There is a lot of support coming from professors but also from other PhD students; there is no competition. It’s a very positive atmosphere where everyone supports each other.

 

11 Roland PEPERMANS:

Ik heb nog nooit op een andere universiteit gewerkt. Ik heb wel bij andere organisaties gewerkt, voor mij is het grote verschil dan de autonomie die je hebt op de VUB. Toen ik bij privébedrijven werkte had ik niet het gevoel dat ik daar eigenlijk harder moest werken dan hier. Dat is waarschijnlijk hetzelfde en op sommige momenten op de VUB zelfs meer dan bij privébedrijven. Maar het feit dat je zelf meer sturing kan geven aan wat je doet, maakt de druk wel wat dragelijker. En dat maakt dat een job aan de unief in mijn ogen toch nog altijd ook meer creativiteit mogelijk maakt.

 

12 Edina DOCI:

Yes I am certain there is a difference. I have worked in the public and the private sector before and I find it more humanistic here. More democratic too and also more inspiring. I mean, that is also a part of the job that I’m doing but there is much more freedom for creativity and for bringing your personality to the job. I would also mention that there are really humane and safe relations between the people I am working with, I really appreciate that.

 

13 Sara DE GIETER:

Ik heb als lid van de VUB zo’n beetje een groepsgevoel. Ik heb het gevoel dat we eigenlijk deel uitmaken van een familie, de VUB-familie, en dat is voor mij wel uniek. Ik denk niet dat dat in elke organisatie even sterk aanwezig is.

 

14 Jemima BIDEE:

Ik denk het wel, maar dat is puur intuïtief, want ik heb nooit bij een andere organisatie gewerkt. Ik denk dat de opendeurcultuur, de gemoedelijke sfeer en de internationale sfeer niet alledaags zijn bij andere organisaties.

 

15 Lynn GERMEYS:

Daar kan ik eigenlijk nog geen uitgebreid antwoord op geven aangezien mijn werkervaring beperkt is, maar ik vind wel dat er hier een heel leuke sfeer hangt, een heel collegiale sfeer, waar veel flexibiliteit en autonomie ook toegelaten is. Ruimte om jezelf te ontwikkelen door zelfstandig te werken en ook om in groep te werken. Ja, een leuke sfeer, ik denk dat dit het belangrijkste is.

 

Jonas DEBUSSCHER:

Ja. Ik ben wel onmiddellijk na mijn studies hier begonnen, dus buiten mijn stage en ervaring met andere mensen kan ik niet vergelijken. Maar wat ik ervaar als zijnde een verschil, is vooral de autonomie die je hier krijgt ook vanaf wanneer je hier binnenkomt. Dus zeer snel veel autonomie. Ook het feit dat we een hechte groep vormen, dus dat het niet een competitief gegeven is, is aangenaam. We werken echt samen aan dingen creëren, in de mate van het mogelijke.