U bent hier

Wereldburger, oud-studente Geschiedenis, directeur van Oxfam-Solidariteit en sinds kort ook VUB-Fellow. Eva Smets is een naam om in de gaten te houden. Ze neemt de nobele taak op zich om Oxfam klaar te stomen voor de toekomst door te digitaliseren en te evolueren naar een moderne organisatiestructuur, maar voor haar is dat niet wat er écht toe doet. “Oxfam is het werktuig voor maatschappelijke verandering. Onze ambities voor het klimaat en de samenleving, dat is waar het in de kern om gaat.” Tijdens ons gesprek gaat ze dieper in op de positie van Oxfam binnen het maatschappelijk weefsel, het gebrek aan politieke moed en haar nieuwe rol als VUB-Fellow.

Hallo Eva,  alvast bedankt om je lunchpauze te laten vallen voor dit interview. We zullen er dan ook niet teveel woorden aan vuil maken en - meteen invliegen! In april 2018 nam je officieel de fakkel over van Stefaan De Clercq als algemeen directeur van Oxfam-Solidariteit. Bevalt de nieuwe uitdaging?

 

Uitdaging suggereert al dat het een zware job is (lacht). Ik ben bovenal vereerd dat ik deze taak op mij mag nemen. Als prille twintiger werkte ik al voor de Britse tak van de Oxfam-familie, waar ik mijn schouders zette onder humanitair lobbywerk in DR Congo. Mijn tijd daar heb ik altijd als de vormende ervaring in mijn loopbaan beschouwd, dus het voelt een beetje als thuiskomen. Daar komt nog eens bovenop dat ik al 15 jaar in het buitenland zat en ook écht stond te popelen om terug te keren naar België. Mijn kandidatuur indienen voor deze functie was een no-brainer. De selectieprocedure was erg intensief, maar het was het dubbel en dik waard. Ik ben dankbaar dat ik de kans krijg om met Oxfam-Solidariteit een stempel te drukken op onze samenleving in deze turbulente tijden. Is dat altijd eenvoudig? Natuurlijk niet. Dat brengt ons dan bij die zogenaamde uitdagingen.

 

Vertel…

 

Wel, om even te illustreren. In april ben ik formeel in mijn nieuw functie gestapt, maar ik had wel al een inloopperiode achter de rug in februari. Op het einde van mijn eerste werkweek raakte bekend dat enkele Oxfam-medewerkers hun positie misbruikt hadden ten aanzien van Haïtiaanse vrouwen. Dit is op korte tijd uitgegroeid tot een zware crisis. Minder in België, omdat Oxfam hier sterk ingebed is in het maatschappelijk weefsel en men begreep dat we sinds 2011 - het jaar waarin de incidenten plaatvonden - al heel wat belangrijke veranderingen hadden doorgevoerd. Het afgelopen jaar maakten we ook werk van een vergaand, internationaal actieplan tegen seksueel wangedrag, waar zowel de bevolking als de minister van ontwikkelingssamenwerking positief op gereageerd hebben. Men zag dat het ons menens is en daar ben ik dankbaar voor.

 

Had je soms niet het gevoel dat Oxfam harder werd aangepakt dan andere organisaties?

 

Zo zie ik dat niet. Het ging over een terechte vraag: ‘zijn jullie ons vertrouwen nog waard’?  Ik vind het dan ook een goede zaak dat wij zo openlijk op onze tekortkomingen werden gewezen. Grensoverschrijdend gedrag vind je jammer genoeg terug in diverse sectoren. Ook in de politiek, het bedrijfsleven en de academische wereld. Als jonge vrouw in een leiderschapsfunctie juich ik het toe dat dergelijke wantoestanden niet in de schaduw blijven, alleen zo kunnen we het probleem fundamenteel aanpakken en een cultuurverandering in gang zetten.

 

Maar ik neem aan dat dat niet de enige uitdaging is waarmee jullie geconfronteerd worden…

 

Neen, het integriteitsvraagstuk is slechts één uitdaging, al had die wel een grote impact. Met de drie afdelingen - Oxfam-Solidariteit, Oxfam-Wereldwinkels en Oxfam-Magasins du monde - zijn we zijn we een grote NGO in het Belgische middenveld. Het is voor ons dan ook enorm belangrijk om te moderniseren, digitaliseren en ons verhaal aantrekkelijk te maken voor jongeren, maar dat is niet zo vanzelfsprekend gezien de omvang van de organisatie. De afgelopen jaren zien we ook een duidelijke opmars aan losse of minder formeel georganiseerde burgerinitiatieven zoals Youth for Climate, solidariteitsacties voor transmigranten en energiecoöperatieven. Wij kijken naar deze mooie, bottom-up projecten en stellen ons de vraag hoe wij onze structuur lichter en flexibeler kunnen maken, zodat Oxfam op en top klaar is voor de toekomst.

 

Dit zijn voornamelijk interne vraagstukken, maar Oxfam zoekt natuurlijk ook actief mee naar oplossingen voor externe problematieken. Waar liggen de prioriteiten?

 

Het klimaat, de groeiende ongelijkheid en de relatie tussen beide, zijn onze ‘core-business’. De dag van vandaag berust ons economisch- en consumptiesysteem op het uitputten van de planeet en de onderste lagen van de samenleving. De happy few zien hun rijkdommen en aanzien groeien en mens en klimaat moeten daar de gevolgen van dragen. Kijk naar de gilets jaunes en de klimaatbetogers, zij ijveren eigenlijk voor hetzelfde doel: een systeem van consumptie en productie dat voor iedereen werkt. Ook belangrijk voor ons is dat België in het verleden vaak worstelde met de Noord-Zuidrelatie. Toen stond het beeld centraal dat het rijke Noorden geld inzamelt om bij te dragen tot de ontwikkeling van het Zuiden, maar dat is een gedateerd model. De groeiende ongelijkheid overstijgt de continentsgrenzen. In Europa leeft maar liefst één op vier inwoners onder de armoedegrens. In verhouding doen we het in België dan nog vrij goed, met een stevig systeem van herverdeling, sterke vakbonden en een degelijke sociale zekerheid. Daar mogen we oprecht trots op zijn! Mijn bezorgdheid is dat we meer en meer zien dat deze pijlers afgebouwd worden door de politiek, waardoor de economische gelijkheid in ons land op de helling komt te staan. Kort gezegd: er is nog veel werk aan de winkel…

Het rijke Noorden dat geld inzamelt voor de ontwikkeling van het arme Zuiden is een gedateerd beeld.
-
Eva Smets

Het is interessant dat je zo expliciet verwijst naar de verantwoordelijkheid van het politiek bestel. Is het een bewuste keuze om jullie stem zo klaar en duidelijk te laten horen in de politieke debatten?

 

Absoluut. Mee wegen op het beleid is één van de mandaten die we opnemen als organisatie. Met projecthulp en hulpverlening kan je verlichting bieden, maar de onderliggende oorzaken van armoede, ongelijkheid en klimaatopwarming kan je niet aanpakken zonder terugkoppeling naar het lokaal, nationaal en internationaal beleid. We hebben lobbykantoren in diverse landen, net omdat wij belangrijke pijnpunten naar voor willen schuiven. Wij zijn niet neutraal en maken de uitgesproken keuze om in dialoog te gaan met onze politici. Zo hopen wij hen te overtuigen om juiste, eerlijke beleidskeuzes te maken.

 

En hoe zit het in de privésector? Vind je dat bedrijven voldoende werk maken van maatschappelijk verantwoord ondernemen?

 

Uiteraard niet, en dat is waar het schoentje wringt. Oxfam beschikt ook over een minde gekende tweedehandsafdeling, met 50 winkels en een jaaromzet van 6 à 7 miljoen euro. In totaal werken daar een honderdtal mensen en voorzien we in 50 tot 60 arbeidsplaatsen voor de sociale economie. De meerwaarde is tweeledig: de producten zijn ecologisch verantwoord én we geven een kans aan de allerzwaksten binnen onze economie. Maar hoe je het draait of keert, wij alleen gaan het tij niet keren. De privésector draagt een verpletterende verantwoordelijkheid. Het is ook perfect mogelijk om de winst die men maakt te gebruiken voor een goede verdeling van de lonen en klimaatneutraliteit. Men moet gewoon de stap durven zetten.

 

Hoe kunnen we bedrijven stimuleren om dit pad te bewandelen?

 

Dat is de gedeelde verantwoordelijkheid van een aantal groepen. Natuurlijk is een belangrijke rol weggelegd voor de beleidsmakers. Meer dan eens zie je dat grote captains of the industry meer ondernemend en vooruitstrevend zijn dan politici. Wanneer impactvolle maatregelen genomen worden is dat vaak eerder op vraag van de privésector dan de politiek zelf. Ik denk ook dat de politiek meer moet kijken naar het draagvlak voor bepaalde beleidskeuzes dan naar electorale strategieën. Waar is die bindende klimaatwet, die zoveel mensen wist te mobiliseren? Je mag ook niet vergeten dat de privésector goed en wel beseft dat de manier waarop nu geproduceerd wordt eindig is. Nu al bereidt de industrie zich voor op het post-olietijdperk en begint de textielsector te werken met tweedehandsstoffen. Dat brengt ons meteen bij de laatste verantwoordelijke: de consument. Uiteindelijk bepaalt de consument mee het aanbod. Je ziet nu dat eerlijke producten en biologische voeding steeds meer in de smaak vallen bij de consument, voor producenten kan dat een belangrijke drijfveer zijn om hun producten te herbekijken.

 

Bedrijven en NGO’s hebben veel invloed, maar dat geldt evenzeer voor zij die aan het hoofd staan van die organisaties. Wat voor leider probeer jij te zijn?

 

Dat vind ik  een belangrijke vraag, gezien de tijd waarin we leven. Ik tracht steeds te kiezen voor verbindend leiderschap, wat in de vakterminologie ook wel eens bestempeld wordt als transformative feminist leadership. Concreet houdt dat in dat ik beslissingen tracht te nemen op basis van participatie en dialoog. Onze politici blinken dan weer uit in de tegenpool: toxisch mannelijk leiderschap. Het is soms bedroevend om te zien hoe het eraan toegaat in politieke praatprogramma’s: polariserend taalgebruik, haantjesgedrag, mensen die weigeren te luisteren naar elkaar… Dan moet je niet verbaasd zijn dat ook de mens op straat niet meer met zijn buur in gesprek kan gaan. Zowel aan de links als rechtste kant van het politieke spectrum moet meer naar elkaar geluisterd worden. Ik wil toch ook nog even verduidelijken dat verbindend en motiverend leiderschap niets te maken heeft met man of vrouw zijn. Mannen kunnen evengoed uitblinken in het samenbrengen van diverse mensen en vrouwen kunnen evengoed verdeeldheid uitdragen.

Ik tracht steeds te kiezen voor verbindend leiderschap, wat in de vakterminologie ook wel eens bestempeld wordt als transformative feminist leadership.
-
Eva Smets

Onlangs mocht je de titel van VUB-fellow in ontvangst nemen. Hoe heb je dat moment beleefd?

 

Voor mij zelf was het een heel bijzonder moment. Het is een erkenning van een gerespecteerde instelling voor de bijdrage die je levert aan de samenleving. Dat geeft een warm gevoel. Het fellowship is wat mij betreft ook een cruciaal initiatief, omdat noch de academische wereld, noch de samenleving ermee gediend zijn wanneer universiteiten werken en leven vanuit een ivoren toren. Academici kunnen heel wat bijdragen aan onze samenleving met rigoureus wetenschappelijk onderzoek en feiten, wat in tijden van fake news steeds belangrijker wordt. Het is een goede zaak dat de VUB bruggen bouwt met de wereld buiten de universiteit.

 

Het fellowship is inherent ook een verklaring om nauw samen te werken. Wat hoop jij uit je samenwerking met de VUB te halen?

 

Samen met mijn Proxima Anne Winter heb ik al een strak stappenplan uitgetekend voor de komende jaren. Ik ben heel enthousiast over de zaken die we in petto hebben, maar jullie zullen toch nog even geduld moeten hebben om te ontdekken wat we nu allemaal van plan zijn. Stay tuned, zou ik zo zeggen.

 

Nu we het toch over het universiteitsleven hebben, waarom zou je een twijfelende student aanraden om net als jou geschiedenis te studeren?

 

Hoe leuk het ook is om op de Veiligheidsraad uit te pakken met een wist-je-datje als de ondergang van de Antwerpse haven in 1585, dat is niet waarin de kracht van een geschiedkundige opleiding schuilt. Geschiedenis zorgt voor een brede maatschappelijke vorming en stelt je in staat om de wetenschappelijke methode op een brede waaier aan thema’s toe te passen, waardoor je de wereld stukje bij beetje leert te begrijpen. Voor mijn job is het belangrijk dat ik een brede maatschappelijke analyse kan uitvoeren en die vaardigheid heb ik toch wel opgepikt tijdens mijn tijd aan de VUB.

 

Had je een favoriete prof?

 

Goh, dat is een moeilijke. Al mijn professoren waren inspirerend op de een of andere manier, een selectie maken voelt als een onrecht ten opzichte van de rest. Als ik er dan toch een paar moet opnoemen, dan denk ik aan namen als Hugo Soly en Catharina Lis, Andere belangrijke figuren waren Guy Vantemsche voor eigentijdse geschiedenis en mijn promotor Els Witte.

 

Waar ging je thesisonderzoek over?

 

De geschiedenis van de Nazigenocide in het naoorlogse België van 1944 tot 1951. Zeer boeiend!

 

Interessante keuze! Wat is je mooiste herinnering aan je studententijd?

 

Ik durf zeggen dat dat de beste tijd van mijn leven is. Meer ga ik wel niet uit de doeken doen: what happens at the VUB, stays at the VUB (lacht).

 

Nog een laatste vraagje voor je naar je volgende vergadering gaat: onze studenten genieten nu van een lange vakantie of treffen de nodige voorbereidingen voor een tweede zittijd. Heb jij enkele tips voor hen?

 

Aan de vakantiegangers zou ik vooral zeggen dat ze er ten volle van moeten genieten. Het is de laatste keer in je leven dat je vakanties van drie maanden hebt. Werk een maand en trek dan naar de andere kant van de wereld om te proeven van nieuwe ervaringen. En voor de tweedezitters: zorg ervoor dat dat de volgende keer niet opnieuw gebeurt, hé!

 

Staat genoteerd. Bedankt voor je tijd en nog eens gefeliciteerd met het Fellowship!

Eva Smets tijdens de bekendmaking van de nieuwe VUB-Fellows

Geboeid door Eva’s kijk op maatschappelijk verantwoord ondernemen? Neem dan zeker ook eens een kijkje op www.vub.be/terug-denken. Je kan er luisteren naar een podcast met experten Nikolay Dentchev en Elvira Haezendonck of doorklikken naar VUB-Engage om in debat te gaan met alumni, studenten en professoren.