U bent hier

‘Weg wat te veel is, geen stress aan mijn lijf’, zingt Raymond in zijn klassieker ‘Gelukkig zijn’. Het is een diepgeworteld idee dat we als individu gelukkiger worden als we ons ontdoen van ballast. Of collectief, als we zaken die op onze samenleving wegen, kunnen afschudden. De Prullenmand als bijdrage tot het bruto binnenlands geluk. Vandaag ben ik er vooral van overtuigd dat we gelukkiger worden als we van een angst af raken die zowel individu als samenleving steeds meer in haar greep houdt, namelijk pleinvrees. Niet agorafobie als psychische aandoening, wel het soort angst waar mijn goede vriend Jozef Deleu het decennia geleden al over had in zijn beruchte redevoering ‘De pleinvrees der kanunniken’.

 

Dit opiniestuk verscheen eerder op tijd.be (+).

 

Deleu hekelde in de jaren 80 de zelfgenoegzaamheid waarin politici, bedrijfsleiders en culturele bobo’s in het nieuwe, rijke Vlaanderen zich wentelden. Zijn de kanunniken van vandaag minder op zichzelf gericht? En wat met de academische wereld? Uit een recent onderzoek naar de ideolo- gische achtergrond van universiteitsfilosofen, blijkt dat de diversiteit ver zoek is. Wie als filosoof niet (heel) links denkt zoals zijn collega’s, durft daar nog amper voor uit te komen. Geruststellend vind ik zo’n evolutie niet.

Vandaag ben ik er vooral van overtuigd dat we gelukkiger worden als we van een angst af raken die zowel individu als samenleving steeds meer in haar greep houdt.
-
Caroline Pauwels

Pleinvrees slaat op de angst om de Ander tegemoet te treden, met een hoofdletter A zoals bij de Franse filosoof Emmanuel Levinas. De angst om de comfortzone van het eigene te verlaten, omdat we denken dat we daar alleen maar ongelukkig en onzeker van worden. Vroeger was het beter. Terwijl: angst en geluk gaan nooit samen. De zwartste bladzijden van de geschiedenis tonen dat overduidelijk aan. Niets heeft zoveel ongeluk veroorzaakt als het streven naar zuiverheid dat met die angst voor de Ander gepaard gaat. Zuiverheid van ras, van religie, van ideologie. Vandaag is het niet anders, met onder meer de racistische aanslagen in El Paso en Christchurch nog vers in het geheugen, de opkomst van religieus fanatisme aan vele zijden, niet enkel aan één kant, en de ideologische polarisaties zowat overal in de wereld. Een ‘koude’ oorlog. Het woord dekt hier niet de lading, maar zo voelt de wereldscene, ook op het lokale niveau, wel steeds meer aan.

 

Soms willen we, en sommigen willen dat continu of structureel, een pleintje voor onszelf. Steeds vaker is dat een virtueel plein. We weten allemaal dat Facebook geen gigantisch open en verbonden forum is, maar een verzameling van afgescheiden pleinen. Allemaal bubbels waarin we ons allereigenste gelijk bevestigd zien. Een bubbel zonder tegenspraak, een plein zonder vrees, daar zorgt het algoritme van Fakebook wel voor.

Laten we ophouden mensen die anders zijn, uit de weg te gaan.
-
Caroline Pauwels

Laten we ophouden mensen die anders zijn, uit de weg te gaan. Als we het plein niet oversteken, viert clan- of stamdenken hoogtij. Zoals Midden-Oostenexpert Koert Debeuf in zijn jongste boek ‘Tribalization’ betoogt, vormt dat stamdenken een regelrechte bedreiging voor onze welvaart, voor onze manier van leven en voor de wereldvrede. Debeuf haalt een frappant cijfer aan. In 1989, toen de Berlijnse Muur viel, waren er in de hele wereld zo’n 15 muren en hekken om grenzen te beschermen. Vandaag zijn dat er al 70, of vijf keer zoveel. Muren en hekken zijn het tegenovergestelde van een open plein en van een respectvolle uitwisseling van ideeën, levensvisies, meningen en opvattingen.

En nee, dit is bepaald geen verheerlijking van de multiculturele maatschappij. Wie in Brussel woont, zoals ik, weet dat sommige pleinen ghetto’s zijn. En anderen een prettige meltkroes. Maar wie in een aula met meer dan 50 nationalitieten mag lesgeven, zoals ik, weet dat spreken met de Andere, in plaats van spreken over de Andere, meer nuance, begrip, inzicht en verheldering brengt. Over wat ons onderscheidt, maar evenzeer, zo niet meer, over wat ons bindt.

 

Van pleinvrees komt smetvrees. En die leidt dan weer tot identitaire zelfgenoegzaamheid en steriliteit, tot religieus fanatisme of wit suprematiedenken. Willen we dat? Echt? Opnieuw?

 

Onze pleinvrees overwinnen vraagt veel moed, langs beide kanten, vanuit alle hoeken. En evenveel, zo niet meer oefening en geduld. Moeilijk, maar zeker de moeite waard.