U bent hier

Talloze gevluchte studenten, academici en kunstenaars uit alle hoeken van de wereld hebben ook het afgelopen academiejaar hun weg gezocht in het Vlaamse onderwijs- en kunstenlandschap. Sommigen met succes, maar anderen zijn verdwaald in het doolhof van instanties en regels. Vlaanderen doet te weinig om de talenten van vluchtelingen in het hoger onderwijs en de kunstensector te ontwikkelen. Niet dat er geen lovenswaardige initiatieven zijn, maar het beleid is te versnipperd.

 

Dit opiniestuk verscheen eerder in De Morgen  en werd geschreven door leden van de Jonge Academie: Kevin Smets (VUB en UAntwerpen), Magaly Rodríguez García (KU Leuven) en Bram Verschuere (UGent). 

Uit rondvraag blijkt dat het om heel wat hoogopgeleide vluchtelingen gaat, maar dat concrete cijfers moeilijk te verzamelen zijn wegens de versnippering. Het gaat ook om een zeer diverse groep. Vluchtelingen die al studeerden in hun land van herkomst en hier hun studie willen voortzetten. Jonge vluchtelingen die nog een studiekeuze moeten maken. Onderzoekers die hun land ontvluchtten vanwege censuur en politieke conflicten. En ten slotte kunstenaars die zich wensen te ontplooien in Vlaanderen. Allemaal mensen waarvan we het talent kunnen benutten.

 

Ze lopen evenwel tegen heel veel barrières op. Er zijn niet alleen formele obstakels, zoals de erkenning of gelijkschakeling van diploma’s, de erkenning van kwalificaties, en taalvereisten. De instellingen zijn vaak bijzonder weinig transparant en de procedures bureaucratisch.

 

Met hun vele vragen over inschrijving, taal, erkenning van diploma’s en andere moeilijkheden, komen ze in een woud van ‘ontvangende’ organisaties terecht: onderwijs, onderzoeks- en cultuurinstellingen, en ook lokale besturen en instanties voor inburgering en asiel.

De instellingen zijn vaak bijzonder weinig transparant en de procedures bureaucratisch.

Er zijn ook tal van lovenswaardige initiatieven van vzw’s en ngo’s. Internationale organisaties als Scholars at Risk brengen de situatie van gevluchte academici onder de aandacht. Meer lokale initiatieven als Cinemaximiliaan, Globe Aroma en Background Educations brengen studenten, academici en kunstenaars dichter bij het beleid en de relevante instellingen.

 

Maar het moet coherenter. De Vlaamse Onderwijsraad merkte al op dat een geïntegreerde visie nodig is. Het werk moet efficiënter voor de onderwijsinstellingen, en voor de vluchtelingen zelf moeten de procedures transparanter. Ook adviezen en rapporten van de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR) en European Student Union (ESU) wijzen op de versnippering die in Vlaanderen bestaat.

 

Een klein aantal aspecten zijn al wel centraal georganiseerd, zoals het erkennen van buitenlandse diploma’s via NARIC (‘Acht op de tien diploma’s van vluchtelingen erkend, De Morgen 18 juni 2017), maar er is veel meer nodig. Dit is verre van eenvoudig, juist vanwege de vele spelers.

Vlaanderen doet te weinig om de talenten van vluchtelingen in het hoger onderwijs en de kunstensector te ontwikkelen.

Maar binnenkort krijgen we de kans voor een gezamenlijke aanpak. Verschillende beleidsmakers zullen in de komende maanden samen aan tafel zitten, onder andere tijdens initiatieven georganiseerd door deVLIR en de Jonge Academie samen met Scholars at Risk.

 

Morgen organiseert de Jonge Academie samen met Scholars at Risk en de Nederlandse Stichting voor Vluchteling-Studenten (UAF) het event Vluchtelingen in kunsten- en academische wereld. Tegen de versnippering, voor de samenwerking. Laten we die gelegenheid aangrijpen. Als leden van de Jonge Academie geloven we dat een geïntegreerde aanpak inzake vluchtelingen kan bijdragen tot een hechtere band tussen wetenschap, kunsten en de bredere samenleving.

 

Als hoogopgeleide nieuwkomers zich beter en sneller kunnen ontplooien, zal de hele samenleving daarvan de vruchten kunnen plukken. Omwille van het huidige doolhof van instanties en regels bestaat de kans immers dat de dokter die ooit onze levens kan redden nu zijn of haar talent al wachtend zit te verspillen in een opvangcentrum.