U bent hier

Prof. dr. Bart Neyns, afdelingshoofd Medische Oncologie in het UZ Brussel. Foto: Thierry Geenen

Tot voor kort bleven belangrijke vragen over de optimale duur van immunotherapie voor melanoom nog onbeantwoord. Onderzoek dat in het UZ Brussel door de dienst medische oncologie werd opgestart en samen uitgevoerd met toonaangevende melanoomcentra uit Nederland, Spanje, de Scandinavische landen, Zwitserland en Australië, brengt daar verandering in. Daarbij werd de uitkomst van immunotherapie bij meer dan 850 melanoompatiënten nagegaan. Uit deze studie blijkt dat de therapie in de dagelijkse praktijk sneller kan worden stopgezet na een succesvolle behandeling in vergelijking met de behandelingsduur in de prospectieve studies van de farmaceutische industrie. Dit is goed nieuws voor patiënten omdat ze sneller genezen kunnen worden verklaard en hun normale leven kunnen hervatten. De kortere therapieduur betekent ook een kostenbesparing voor de maatschappij. De resultaten van dit onderzoek staan in Annals of Oncology.

 

Meer duidelijkheid over optimale behandelingsduur

Voor patiënten met een uitgezaaid melanoom betekent immunotherapie een belangrijke doorbraak. Dankzij de behandeling met antilichaamtherapie, waarbij de PD-1 receptor op afweercellen wordt geblokkeerd, verbeteren de overlevingskansen significant. Bij ongeveer 1 op 4 patiënten is de ziekte na 5 jaar nog steeds onder controle. De noodzakelijke behandelingsduur, wanneer het medicijn aanslaat, was echter nog niet gekend. Dit is belangrijk gezien deze behandeling duur is en ook nevenwerkingen kan hebben.

 

“Van zodra immunotherapie voor melanoom in ons land in 2015 beschikbaar kwam, buiten prospectieve studies opgezet door de farmaceutische industrie, zijn we gestart met een prospectief onderzoek om de resultaten bij patiënten met die behandeling te kunnen meten. Dit is van belang omdat de patiënten in de dagelijkse praktijk verschillen van die in de klinische studies van de farmaceutische industrie”, licht prof. Bart Neyns, diensthoofd medische oncologie van het UZ Brussel, toe. “We wilden vooral nagaan wanneer patiënten die gunstig reageren in alle veiligheid hun behandeling kunnen stopzetten zonder hun genezingskans te verkleinen. Uit de resultaten van de 185 melanoompatiënten die werden opgevolgd na stopzetting van de therapie onder deze omstandigheden blijkt dat hun uitkomst uitstekend is en vergelijkbaar met deze van patiënten die langer werden behandeld in prospectieve studies van de farmaceutische industrie.

 

Op basis van onze studieresultaten besluit ik dat bij deze groep van melanoompatiënten met een uitstekende respons op de immunotherapie een duur van 1 jaar therapie mogelijk een goede consensus is” aldus prof. Bart Neyns.

 

Patiënt sneller genezen verklaard

“Onze observaties werpen een nieuw licht over het optimaal gebruik van deze klasse van immunotherapie. Wij zijn erg blij met deze bevindingen. Daaruit blijkt immers dat de blijvende gunstige evolutie na het stoppen van de behandeling na 1 jaar niet beduidend verschillend was dan bij patiënten die langer werden behandeld. Ze zijn enerzijds van belang voor de dagelijkse praktijk, want het laat ons toe patiënten niet langer te behandelen dan nodig voor dezelfde uitkomst. Anderzijds kunnen patiënten hun ziekteproces op die manier ook sneller afsluiten, omdat ze na een kortere behandeling hun normale leven kunnen hervatten”, aldus dr. Yanina Jansen, chirurge in opleiding in het UZ Brussel en eerste auteur van de studie die begin april online in Annals of Oncology werd gepubliceerd en die in de gedrukte versie van het meinummer zal verschijnen.

 

Vroegtijdig stoppen voorspellen

“We willen in ons lopende onderzoek echter nog een stap verder gaan om beter te begrijpen welke kenmerken ons bij de start van immunotherapie en tijdens de behandeling kunnen helpen inschatten welke patiënten de beste uitkomst, en dus kans op genezing, hebben. Dit zal ons hopelijk toelaten om met nog meer zekerheid de behandeling vroegtijdig te stoppen. Daarnaast moeten we blijven inzetten op onderzoek om nog betere behandelingen te vinden voor de grote groep van patiënten waarbij deze behandelingen nog niet de gewenste uitkomst bieden. Daarbij wordt vooral onderzocht hoe we de keuze van de therapie optimaal kunnen personaliseren op basis van verschillende parameters zoals klinisch onderzoek, bloedanalyse en PET/CT onderzoeken”, besluit prof. Neyns.

 

De eerste onderzoeksresultaten daarvan werden recent voorgesteld op wetenschappelijke congressen (Jansen et al. 2016; Awada et al 2018). 

 

Wie het onderzoek van prof. dr. Bart Neyns wil steunen kan dit via het VUB-UZB Paul De Knop Fonds.