U bent hier

De kerncentrale van Doel

De Belgische kerncentrales produceren vijftig procent van onze elektriciteit. We pleiten voor een progressieve uitschakeling van kernenergie die gelijk oploopt met de noodzakelijke vervanging door gascentrales en een progressieve toename van hernieuwbare energie. Dit realiseren binnen de zeven jaar is een haast onmogelijke opdracht. Dit betekent hoogstwaarschijnlijk dat we de kerncentrales langer open moeten houden, wat technisch en economisch haalbaar is. In de VS is verlenging van kerncentrales van veertig naar zestig jaar een wijdverspreide praktijk

 

Energiewetenschappers vinden het onverstandig bestaande kerncentrales uit te schakelen alvorens alternatieven effectief elektriciteit produceren.

 

Waarom pleiten we hiervoor? We zouden tegen 2025 kunnen beschikken over 7000 megawatt (MW) geproduceerd door windmolens, 7000 MW door zonnepanelen, 1100 MW uit bio- en afvalenergie, 1900 MW uit pompenergie, 6700 MW van fossiele centrales en 126 MW uit waterkracht; samen ongeveer 24000 MW aan geïnstalleerd vermogen. Dit veronderstelt 1800 MW extra windmolens op zee bovenop de geplande 2200 MW waarvan er vandaag 877 MW in werking is en een verdubbeling van de windmolens op land tot 3000 MW tegen 2025. Voor zonne-energie betekent dit bijkomend 13,3 miljoen panelen op 26,7 km2 dak. Dit uitrollen in zeven jaar tijd zal al een huzarenstuk zijn.

 

Dit is ruim meer dan het vereiste piekvermogen (±13000 MW) en gemiddeld jaarvermogen (±9700 MW), maar volstaat dat? Momenteel hebben we in België een jaargemiddeld verbruik van 13 % hernieuwbare energie en in een realistisch scenario zou dat zowat verdubbelen in 2025 (Europa legt de lat voor België tegen 2030 op 30%). Er blijft dus gemiddeld 75% op klassieke wijze te produceren. Maar er is meer!

 

De stroomvoorziening bij weinig wind en zon m.a.w. bij zogenaamde donkerluwte, is hét kernprobleem bij een volledige overstap naar alternatieve energie. Zo was er tussen 19 en 22 december 2017 een echt verwaarloosbare bijdrage van 1-3% van zonne- en windenergie. Er moet dus altijd een alternatief zijn voor nagenoeg het volledige ogenblikkelijke elektriciteitsverbruik. Volgens recente studies zijn er in Europa in een jaar meerdere periodes van vijf tot tien dagen van “donkerluwte”.

 

Dit tekort wordt aangevuld door klassieke energiecentrales. De gemiddelde energiecijfers voor de maand december 2017 waren als volgt: 55% kernenergie, 28% fossiele energie, vooral gas, 6,2% windenergie, 4,5 % zonne-energie en 6,3% andere.

 

Kunnen we wind- en zonne-energie dan niet opslaan wanneer er teveel is en weer vrijgeven bij een tekort? Huisbatterijen zouden overdag energie kunnen opslaan om die ‘s nachts weer af te geven. Dit geeft maar 60-70% onafhankelijkheid. Denk aan de 11,5 uur zonneschijn in december 2017. 100% onafhankelijkheid vereist seizoenoverbrugging, wat niet realistisch en onrendabel is.

 

Zijn grote batterijen of andere opslagsystemen dan een oplossing? Tesla heeft in Australië een batterijeenheid geplaatst van 129 MWh die een vermogen van 100 MW levert gedurende 1h20. Dan wordt het herladen. Als we één week willen overbruggen dan hebben we alleen voor België een 12480 keer grotere batterij nodig. Niet realistisch.  Grote batterijen kunnen enkel dienen om transiënten op het netwerk te vergemakkelijken (een kwestie van minuten).  Ook de b.v.b. 1 miljoen gemiddeld halfvolle batterijen van zowat 50 kWh per elektrische auto of 25 GWh elektrische autobatterijen vormen samen geen opslagsysteem. Ze kunnen wel bijdragen tot het afvlakken van pieken en dalen in stroomverbruik. Volwaardige seizoenopslag kan enkel door elektriciteit om te zetten in een brandstof: waterstof, methaan, alcohol (Power‑to‑X). Daar zijn we niet klaar voor en de kost is nog onzeker.

 

Een andere optie is een economie waar de vraag zo veel mogelijk op het aanbod wordt afgesteld door een aangepaste prijzenpolitiek. Men zal elektriciteit gebruiken wanneer de prijs voldoende laag is. Dit vereist van de bevolking een aanpassing van leef- en werkgewoontes, zeker van sociaal zwakkeren. Is de samenleving hiertoe bereid?  Technische oplossingen zoals “smart grids” kunnen hierbij helpen, maar zijn nog niet uitgerold.

 

Toename CO2 . Er zal voorlopig steeds voor nagenoeg 100% vermogenopvang door klassieke energieopwekking noodzakelijk zijn. Willen we daarbij de kernuitstap tegen 2025, dan moet er een verdubbeling komen van het vermogen dat de bestaande elektriciteitscentrales momenteel produceren. Gascentrales zijn hiervoor de belangrijkste kandidaat, omdat ze het makkelijkst een fluctuerend vermogen kunnen bijpassen. De keerzijde daarvan is meer CO2 productie. Bovenal is het momenteel erg onzeker of nieuwe gascentrales economisch rendabel zouden zijn omdat ze meer en meer dienen om de gaten te vullen. Gaan we dan nieuwe subsidies invoeren om donkerluwte op te vangen?

 

Dit opiniestuk wordt ondertekend door de professoren: P. Baeten (VUB), J. Blondeau (VUB), J. Deconinck (VUB), P. Hendrick (ULB), J. De Ruyck (VUB), P.-E. Labeau (ULB), P. Lataire (VUB), J.-C. Maun (ULB), M. Runacres (VUB)