U bent hier

Dankzij haar internationale karakter is Brussel een smeltkroes van culturen en talen. Door deze internationalisering en de aanhoudende suburbanisatie groeit ook de diversiteit in de 19 gemeentes van de Vlaamse Rand en worden er steeds meer andere talen gesproken. Dat gaat vaak ten koste van het Nederlands en het Frans, al blijven dat wel de meest gekende en gebruikte talen in de randgemeentes. Engels is aan een opmars bezig. Dat blijkt uit de tweede Taalbarometer van prof. Rudi Janssens van de VUB en Brussels onderzoekscentrum BRIO die vandaag werd bekend gemaakt. Een taalbeleid op maat van de verschillende gemeentes dringt zich daarom op.

 

Voor deze barometer peilde Janssens, die gespecialiseerd is in de taalsituatie in Brussel, bij een representatief staal van bewoners uit Asse, Beerse, Dilbeek, Drogenbos, Grimbergen,Hoeilaart, Kraainem, Linkebeek, Machelen, Meise, Merchtem, Overijse, Sint-Genesius-Rode, Sint-Pieters-Leeuw, Tervuren, Vilvoorde, Wemmel, Wezembeek-Oppem en Zaventem naar hun taalgebruik, -kennis en -attitudes.  Dat onderzoek wijst nu uit dat in de meeste huiskamers Nederlands wordt gesproken, al verliest ze wel terrein. Vooral het aantal eentalig Nederlandstalige inwoners daalde in vergelijking met de eerste Taalbarometer die dateert uit 2014 (50% naar 45%). Het aantal eentalig Franstaligen bleef stabiel. De opvallendste stijgers zijn de anderstalige inwoners: van 14% in 2014 tot 17% vandaag. Dat de Brusselse Rand alsmaar diverser wordt, blijkt ook uit de vaststelling dat er vandaag liefst 87 verschillende talen worden gesproken thuis, tegenover 75 bij de vorige meting.

 

Landelijkere gemeentes zoals Asse, Meise, Grimbergen, Beerse, Sint-Pieters-Leeuw en Dilbeek kennen de grootste populatie Nederlandstaligen, terwijl de eentalige Franstaligen vooral in de faciliteitengemeentes wonen. In quasi alle gemeentes, op de faciliteitengemeentes na, steeg ook het aantal anderstalige gezinnen.

 

Onderwijs boost talenkennis
Hoewel Nederlands het meest gesproken wordt, is Frans verrassend genoeg de meest gekende taal onder de inwoners van de Vlaamse Rand. Nederlands staat op plaats 2 en Engels, dat aan een opmerkelijke opmars bezig is, sluit de top 3 af. Hoewel de kennis van het Frans en Nederlands in het algemeen stabiel bleef, ging de kennis van het Nederlands onder niet-EU burgers er wel op vooruit.

 

De betere kennis van het Frans is volgens het onderzoek ten eerste te wijten aan dat meer Nederlandstaligen Frans leren op school dan omgekeerd (42% vs. 15%), terwijl Nederlands vooral thuis wordt aangeleerd (80%). Ten tweede kent ook de grote meerderheid (70%) van de anderstalige inwoners Frans, terwijl maar 22% van deze groep Nederlands machtig is. Ook Engels wordt in 9 op de 10 gevallen verworven op de schoolbanken.

 

Internationalere stadsvlucht
De toenemende taalvariatie in de Brusselse randgemeentes kan verklaard worden door het hoge aantal Brusselaars die de voorbije jaren naar deze gemeentes verhuisden. Vaak gaat het dan om eentalig Franstaligen (32%). De tweede grootste groep onder deze verhuizers zijn de anderstaligen, zo’n 21%. Dat zijn er evenveel als het aantal eentalig Nederlandstaligen dat vanuit Brussel naar de randgemeentes trokken. Onder de inwoners die geboren en getogen zijn in deze gemeentes, blijft Nederlands wel de populairste taal (75%).

 

Deze toenemende diversiteit stelt de 19 randgemeentes voor een aantal belangrijke sociale en organisatorische uitdagingen:

“De stadsvlucht staat al sinds het begin gelijk aan verfransing en die trend houdt duidelijk aan, aangezien een grote groep van de mensen die naar de Brusselse Rand trekken Franstalig zijn. Daarnaast zien we ook een tweede trend: er is ook een verhuisgolf van mensen die een andere taal spreken thuis. De Brusselse randgemeentes worden dus net als de stad steeds meer een lappendeken. En dat heeft zo zijn gevolgen.We stellen vast dat steeds meer niet-Nederlandstaligen kiezen voor het Nederlandstalig onderwijs in de brede Vlaamse rand, met een diverse schoolpopulatie tot gevolg. Een verplicht inburgeringsbeleid bereikt slechts een beperkt deel van de huidige niet-Belgische inwoners van de Rand, taalbeleid moet dus veel ruimer gezien worden dan de verplichte taalcursussen. Tenslotte wordt de Rand zelf ook diverser, en de problematiek van taalgebruik en sociale cohesie stelt zich in verschillende gemeenten op een andere manier. Dit vraagt om een divers Randbeleid afhankelijk van het profiel van de gemeente, geen uniforme aanpak zoals dat vandaag wel het geval is”, aldus prof. Rudi Janssens.

 

Lees ook in de media: