U bent hier

Het ontstaan en de vroege ontwikkeling van Brussel is slecht gedocumenteerd, er bestaan amper betrouwbare schriftelijke bronnen. Archeologie is een andere bron. Maar ook hier stoot men aan grenzen. Zo is het moeilijk om met traditionele archeologische methoden Zwarte Lagen te bestuderen, dikke, donkergekleurde homogene lagen die grote oppervlakken bedekken. Yannick Devos van de VUB-onderzoeksgroep archeologie (SKAR) paste, in samenwerking met Urban.Brussels, voor zijn doctoraat methoden en principes uit de aardwetenschappen toe. Deze manier van werken, geoarcheologie genaamd, maakt het mogelijk om wel  interessante informatie uit de Zwarte Lagen te halen.

 

The origins and early development of Brussels are poorly documented; there are hardly any reliable written sources. Archaeology is another source of information, but here, too, there are limits to what can be done. For example, it is difficult to use traditional archaeological methods to study dark earth layers, thick, dark-coloured homogeneous layers of soil that cover large areas. Yannick Devos of the VUB Research Group on Archaeology (SKAR), in collaboration with Urban.Brussels, applied methods and principles from earth sciences for his doctorate. This way of working, called geoarchaeology, makes it possible to extract interesting information from the dark earth layers.

Devos: “De Zwarte Lagen zijn een uitzonderlijke bron voor het begrijpen van de pre-urbane fase en de omvang van de landbouwactiviteiten binnen de perimeter van de eerste stadsmuur. Ook voor latere fasen kunnen we dankzij deze methode activiteiten zoals het beheer van afval en tuinieren gaan documenteren. Hierdoor kunnen we de evolutie van de ruimtelijke organisatie van de activiteiten in middeleeuws Brussel in kaart brengen.”

 

Voor zijn onderzoek paste Devos verschillende analysemethodes toe, zoals observaties op de verschillende archeologische sites in de stad, chemische analyses en microscopie. Een van de belangrijkste technieken is het micromorfologisch onderzoek: het onderzoeken van dunne plaatjes bodem en sediment onder de microscoop. Hierbij worden alle componenten in hun originele positie bestudeerd. Dit laat toe om de ontstaansgeschiedenis van elke laag te gaan achterhalen en ook welke menselijke activiteiten voor hun vorming verantwoordelijk zijn. Zo kan men de vorming van  de Grote Markt bestuderen of die van een tuin, een graanveld, een weiland en kan men ook vaststellen welke verschillende opeenvolgende activiteiten op een bepaalde plaats in een bepaalde periode hebben plaatsgevonden.  

 

Devos: “Bij gebrek aan betrouwbare schriftelijke bronnen debatteren historici al meer dan een eeuw over de opkomst en vroege ontwikkeling van Brussel. Aan de hand van de studie van de stedelijke bodem kunnen we vandaag voor het eerst een beeld geven van de ruimtelijke organisatie van Brussel in de 10de-13de eeuw en demonstreren hoe deze zich in de 14de-15de eeuw ontwikkelde. De synthese van de studie van de Zwarte Lagen toont aan dat Brussel nog tot zeker in de 12de eeuw een zeer ruraal karakter vertoont, waarbij akkers en weilanden het landschap domineren. Dit verandert in de 14de-15de eeuw waar we de opkomst van tuinen, artisanale activiteiten, markten kunnen vaststellen, samen met een intensivering van de bouwactiviteiten,” zegt Devos. “Verdere studie moet toelaten om de resultaten verder te verfijnen, want elke nieuwe Zwarte Laag die wordt aangesneden bij bouwwerken vormt een nieuw puzzelstukje om de geschiedenis van de stad te gaan reconstrueren.”

 

Lees ook in de media: