U bent hier

Op dinsdag 9 oktober vieren de doctoral schools van de Vrije Universiteit Brussel hun tienjarige bestaan met een extra feestelijke PhD Day in het iconische Flageygebouw. Speciaal voor die gelegenheid verwelkomen ze ook onderzoekers en supervisoren van de zusteruniversiteit ULB en alle Vlaamse universiteiten. Doctoral schools zijn ontstaan uit de noodzaak om de steeds talrijker wordende doctoraatsonderzoekers bij te staan in de uitdagingen waar ze dagdagelijks mee te maken krijgen. De laatste tijd gaat ook steeds meer aandacht aan de voorbereiding op hun instap op de niet-universitaire arbeidsmarkt.

 

Een korte geschiedenis van sterke groei

De drie doctoral schools van de VUB – voor Human Sciences (NSH), Natural Science & (Bio-Science) Engineer (NSE) en Life Sciences & Medicine (LSM) - kunnen terugkijken op een geslaagd parcours. In de tien jaar van hun bestaan leverden ze nagenoeg elk jaar meer PhD-diploma’s af dan het jaar daarvoor: van 129 in het academiejaar 2007/2008 tot 213 in het voorbije academiejaar. De volledige populatie van doctoraatsstudenten aan de VUB telt op dit moment 1.718 leden van 102 nationaliteiten. 53 % daarvan zijn mannen, en 47 % vrouwen.

 

In het voorbije academische jaar organiseerden de Doctoral Schools van de VUB maar liefst 125 workshops, waar meer dan 3000 doctoraatstudenten aan deelnamen. Daaronder zaten ook workshops in zogenaamde ‘transferable skills’ – het geven van presentaties, mediatrainingen, het aanleren van meeting en leadership skills, enzovoort – alsook workshops rond loopbaanuitbouw en coaching.

 

Goed en minder goed nieuws
Dat laatste wordt trouwens steeds belangrijker. In een studie uit 2015 van de Vlaamse Raad voor Wetenschap en Innovatie (VRWI) bleek immers dat minder dan 20% van de jonge universitaire onderzoekers in Vlaanderen een goede kans maken een vaste academische positie. Vier op de vijf daarvan zal dus noodgedwongen moeten doorstromen naar de externe arbeidsmarkt. Niettemin denkt nog steeds meer dan de helft van de doctoraatsonderzoekers kans te maken op een vaste academische positie. 

 

Een blikvanger tijdens het feestelijke event op 9 oktober is dan ook niet voor niets het debat rond de uitdagingen van morgen voor jonge universitaire onderzoekers.

 

Heel veel zorgen hoeven die zich echter niet te maken – zeker niet als ze open staan voor een loopbaan buiten de academische wereld. Uit dezelfde studie van het VRWI blijkt immers dat doctoraathouders tussen hun 25ste en 64ste genieten van een werkzaamheidsgraad van maar liefst 92,6 %. Ook mogen ze rekenen op een loon dat gemiddeld 300 euro per maand hoger ligt dan iemand met een masterdiploma – in zoverre het om een mannelijke doctoraatshouder gaat. Vrouwelijke doctoraathouders blijken gemiddeld dan weer slechts 50 euro per maand meer te verdienen dan hun collega’s met een masterdiploma. Ook hier ligt dus nog werk in het verschiet.