U bent hier

Nee, het Manneken Pis dat al jaren de hoek van de Stoofstraat met de Eikstraat in Brussel staat te besprenkelen, is niet het oorspronkelijke beeldje. Daarover zijn alle historici het eens. Maar of het echte beeldje in het Broodhuis op de Grote Markt te bezichtigen is, daar is minder eensgezindheid over. Laat het aan de VUB-onderzoeksgroep SURF over om de kwestie te beslechten.

Will the real Manneken Pis stand up please?

Manneken Pis, the famous Brussels statue, was missing for years before being discovered broken in two pieces in a Brussels canal in 1966. It has since been housed and exposed in the city museum, meaning that Manneken Pis seen by tourists urinating into a city fountain is actually a copy. Yet, there is doubt too whether the museum’s version is the real thing. A VUB researchgroup is determined to bring clarity to the issue and will be subjecting the ‘peeing boy’ to a barrage of tests.

Tumultueus verleden

Brussels bekendste ketje draagt een tumultueus en bijwijlen duister verleden met zich mee. In de context van de Oostenrijkse Successieoorlog werd het in 1745 door jaloerse Engelse soldaten ontvoerd. In 1817 zou hij in een gelijkaardig parket sukkelen, deze keer aan de hand van de snelle handen van een lokale dwangarbeider. Ter troost werd de Brusselaars toen het volgende rijmpje gepresenteerd:

Ey lieve meisjes! Staakt geschrei! Al koomt gy door dees dievery een zoeten troost te missen, hij zal met nerstig onderzoek nog wel eens koomen uit den hoek om zonder schroom te pissen.

En inderdaad: kort nadien werd het teruggevonden. Om in 1965 opnieuw te verdwijnen. En in 1966 opnieuw te worden teruggevonden, deze keer in het kanaal Brussel-Charleroi. In twee stukken.

Veel zekerheden maar geen uitsluitsel

Het origineel gemeentelijk-administratief sanctioneerbare jongetje werd, zoveel is zeker, in 1619 in opdracht van het stadsbestuur door Hiëronymus Duquesnoy de Oudere afgewerkt. Eveneens zeker, is dat het Brusselse stadsmuseum, in het Broodhuis op de Grote Markt, sinds 1966 het in het kanaal teruggevonden Manneken huisvest. En dat dit exemplaar in 2003 werd gerenoveerd en sindsdien wordt tentoongesteld. Maar of dit ook werkelijk het origineel is, is al jaren voer voor kunsthistorische discussies.

Discussies die ULB-doctoraatsstudente Géraldine Patigny, in het kader van haar thesis over het Brusselse atelier van de Duquesnoy-kunstenaarsfamilie, nu voor eens en voor altijd tracht te beslechten. Maar helaas: het bestaan van verschillende kopieën, het Mannekens gejaagde jeugd en zijn folkloristische functie, maken dit makkelijker gezegd dan gedaan. Diepgaande kunstwetenschappelijke en archiefstudies geven geen uitsluitsel.

SURF  to the rescue

Biedt wel soelaas: VUB-onderzoeksgroep SURF, samengesteld uit experten in electcrochemical and surface engineering. Zij zullen, onder leiding van PostDoc-onderzoekster Amandine Crabbé, de bronssamenstelling van de verschillende delen van het standbeeldje bestuderen.

De drie analytische componenten van Manneken Pis

Analyse in fases

De analyse zal gebeuren in twee fases. Eerst zal het beeldje in beeld worden gebracht door een X-straalfluorescentiespectroscoop. Dit is een dankbare, want niet-beschadigende technologie. Zonder het beeldje ook maar aan te raken, kunnen de X-stralen een hele hoop aan het licht brengen. Het team zal onder andere de chemische compositie en relatieve chemische concentraties van het onderste en bovenste deel van Manneken Pis kunnen vergelijken.

Maar het blijft een oppervlaktemeting. Roest kan roet in het eten gooien. En maakt het hoe dan ook onmogelijk doorslaggevende uitspraken te doen over de bronssamenstelling van de verschillende delen. Hierom staat er ook een tweede testfase op het programma. Afhankelijk van de resultaten van de eerste reeks experimenten, zullen er drie kleine stalen worden genomen, één van elk onderdeel van het beeldje. Aan de hand van deze staaltjes kan de samenstelling van zowel de corrosielaag als het onderliggende brons grondig worden geanalyseerd. En bekomen we, hopelijk, ook eindelijk een antwoord op de vraag die al eeuwen in Brusselse harten brandt.