U bent hier

Kaarslicht, bier en daverende stemmen. De sfeer tijdens een cantus op de Vrije Universiteit Brussel is uniek. 

Kaarslicht, gerstenat en daverende stemmen. De sfeer tijdens een cantus op de Vrije Universiteit Brussel is uniek. Voor iedereen die dit deel van de Brusselse cultuur het komende academiejaar eens wil opsnuiven volgt hier een beknopte gids.

 

De codex

De “Codex Studiosorum Bruxellensis” is de zangbundel met alle liedjes en regels van de cantus in. De liedjes zijn hoofdzakelijk in het Nederlands, Frans, Duits en Engels. De Polytechnische Kring zorgt voor het redactiewerk en het uitgeven van de codex. Elke 3 jaar komt er een lijvigere, geüpdatete versie uit die te verkrijgen is aan de studentikoze prijs van 10 euro bij het Brussels Studentengenootschap. De huidige codex bestaat uit een slordige 500 pagina’s. Een must have voor iedere cantusganger! De codex valt ook online te raadplegen.

 

De kringen

De studentenkringen zijn de reden dat er gecantust wordt. Ze zorgen voor het organiseren van het volledige evenement, net zoals voor de meeste feestjes aan de universiteit. De aanwezigen op een cantus bestaan ook grotendeels uit studentenkringen, maar iedereen is welkom, gedoopt of niet.

Studentenkring Mesacosa tijdens een cantus in de kelders van de Nieuwelaan-koten.

Het cantuslatijn

Alles behalve het zingen (en zelfs dat soms) gebeurt in het Latijn op een cantus. Het verzoeken aan mensen om recht te staan, te gaan zitten, stil te zijn en te zingen alsook het verzoeken door mensen aan de voorzitter om de blaas te gaan ledigen. Als dit niet in het Latijn gebeurt is het antwoord gegarandeerd “non habes”, m.a.w.: geen toestemming. Geen nood om je zorgen te maken: al deze zinnetjes staan mooi uitgelegd in de codex, en anders zal je buurman je wel even bijstaan.

 

De indeling        

De cantus bestaat uit een bestuurstafel (pistus) die dwars staat en enkele rijen tafels (corona’s) hiervoor geplaatst. Aan de pistus zitten meestal de praeses (voorzitter), vice-praeses en cantor van de organiserende kring. Zij zitten de cantus voor: ze kiezen liedjes, duiden personen aan om te zingen en delen “vingers” bier uit. Het aantal corona’s hangt af van het aantal personen. Meestal is er een linker-, rechter- en middencorona. De aanwezigen zitten vaak samen met hun studentenkring aan een tafel.

 

Het gezang

Het belangrijkste onderdeel van de cantus: liedjes zingen. De pistus kiest een liedje en iemand om het “aan te heffen”, dit wil zeggen dat die persoon de eerste 2 regels van het lied moet zingen, zo juist mogelijk. Wat is juist? Dat wordt niet alleen bepaald door het collectieve geheugen van de aanwezigen, maar vooral door de cantor. Die zorgt ervoor dat de liederen juist gezongen worden. De inhoud van de liedjes varieert van serieus naar zeer ludiek. Naar mate de cantus vordert wordt het hele gebeuren zelfs ludiek.

De klak, symbool voor vrijzinnigheid, schermt de drager af van het zicht van God.

De klak

De facultair gedoopten dragen op cantus allemaal een klak (het woord “pet” horen ze niet graag). Op die klak staat heel wat informatie af te lezen, zoals het aantal studiejaren, of je single bent en de faculteit waarbij je studeert. De klak staat vooral symbool voor vrijzinnigheid en heeft een lange klep. Deze klep is bedoeld om de drager af te schermen voor God, die hem van ergens boven met een niet-zo-liefdevolle blik bekijkt. Tijdens het zingen van bepaalde symbolische liedjes en tijdens het aanheffen van alle liedjes wordt de klak afgezet, alsook wanneer men een ad fundum drink.

 

Ad fundum

Niet alleen een film van Erik Van Looy, maar ook een vaak gebruikte term op een cantus. Letterlijk betekent het “tot op de bodem”, wat zich vertaalt naar het in één keer leegdrinken van een volle pint. Dit wordt uitgedeeld door de praeses of cantor. Voor sommigen een geschenk, voor anderen niet zozeer. 

 

De tempus

Na ongeveer anderhalf tot twee uur weergalmen de worden “cantus ex, tempus in” door de zaal. Hiermee wordt een pauze van een 20-tal minuten ingelast, waarna de cantus gewoon weer wordt verdergezet.

 

De straffen

Waar er regels zijn, zijn er ongehoorzaamheden, en waar er ongehoorzaamheden zijn, zijn er straffen. Nu, straf is veel gezegd: het gaat om bier drinken. Wanneer wordt er gestraft? Een eerste mogelijkheid is een lied fout aanheffen. Dit wordt bestraft met enkele slokken bier, of zelfs een ad fundum, naargelang het humeur van de praeses. Vervolgens kun je nog bier “moeten” drinken als je de cantus verstoort door bijvoorbeeld volhardend te veel lawaai te maken. In extremis wordt die persoon dan zelfs naar de pistus geroepen voor meer dan enkele slokken gerstenat. Een vaak voorkomende “straf” is het “terugdrinken” van de codex. Bij het verlaten van de tafel tijdens bijvoorbeeld de tempus, zet men normaalgezien een pint op de codex. Als dit niet gebeurd is, zijn derden gemachtigd om zich de codex op te eisen en deze te laten “terugdrinken” door de onfortuinlijke eigenaar.

 

Het bier

Gerstenat speelt natuurlijk ook een grote rol op een cantus, het is zelfs de enige drank beschikbaar (naast tapwater). Dus voor de vrouwen onder ons die “geen bier lusten”: zelf drank meenemen is de boodschap! Het bodemloze vat bier wordt geserveerd in bekers en wordt volgens traditie rondgedragen door de schachten (eerstejaars). Na elk lied wordt door de praeses een hoeveelheid bier “opgelegd”, dit gebeurt in aantal vingers. Met één vinger wordt bedoeld dat men zoveel moet drinken als een vinger horizontaal plaats in neemt in de beker. Het is wel slechts een suggestie, niemand wordt écht verplicht tot drinken.