U bent hier

Hoe herkennen en ondersteunen we hulpbehoevende ouderen? In deze tijden van vergrijzing en de groeiende behoefte om langer zelfstandig te wonen, een vraag van groot maatschappelijk belang. Het onderzoeksproject D-SCOPE heeft het vier jaar bestudeerd en presenteert nu haar resultaten. Ze concludeert dat er meer moet worden ingezet op preventie, betere huisbezoeken, op de sterktes van ouderen, betere samenwerkingen tussen zorgorganisaties, op meer contact met ouderen en op het grote belang van het “kleine helpen”.

 

D-SCOPE is een grootschalig, innovatief, multidisciplinair Strategisch Basisonderzoek project naar kwetsbaarheid bij thuiswonende ouderen. Het wetenschappelijk consortium bestaat uit 7 Phd-onderzoekers, en 15 coördinatoren/promotoren van de Vrije Universiteit Brussel, Katholieke Universiteit Leuven, Universiteit Antwerpen, Hogeschool Gent en Maastricht University. Het project draagt bij aan het ontwikkelen van een nieuwe visie op de preventie van kwetsbaarheid van ouderen in de toekomst, zodat zij zo lang mogelijk, kwaliteitsvol, thuis kunnen blijven wonen. De essentie van het project is het ontwikkelen van gepaste methodieken voor het tijdig detecteren van kwetsbare ouderen in onze samenleving. Het project werd mogelijk gemaakt door het vroeger Agentschap Innoveren & Ondernemen (voormalige IWT) en opgestart in 2015. Gedurende 4 jaar werden doorheen de verschillende fasen van het onderzoek meer dan 1000 ouderen en 40 organisaties betrokken.

 

Op 30 november zullen onderstaande hoofdconclusies van 4 jaar onderzoek gepresenteerd worden op een slotconferentie (zie bijlage voor uitnodiging).

 

  • 1. Nood aan een ‘mind-shift’ in de zorg: van interventie naar preventie

Zowel de overheid als ouderen zelf hebben de voorkeur dat zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Om dit mogelijk te maken zal de zorg-en hulpverlening zich meer moeten focussen op preventief in plaats van voornamelijk reactief handelen. Hiervoor is vroegdetectie van kwetsbare ouderen noodzakelijk. Zo krijgen we zicht op ouderen die het moeilijk hebben en die kwetsbaar dreigen te worden (of het al zijn) in hun thuissituatie. Dankzij een tijdige detectie en het opzetten van vroegtijdige interventies (groot en klein) kan men heel wat problemen reeds voorkomen.

 

  • 2. Methodiek ontwikkeld voor efficiëntere preventieve huisbezoeken

Verschillende gemeenten en organisaties richten hiervoor preventieve huisbezoeken in om te kijken welke noden ouderen hebben. Dit is vaak echter personeels- en tijdsintensief. Om deze huisbezoeken efficiënter en effectiever te laten verlopen, heeft D-SCOPE een methodiek ontwikkeld die vertrekt vanuit specifieke risicoprofielen (een combinatie van gender, leeftijd, burgerlijke staat en verhuisd zijn) die gepaard gaan met een hogere kans op kwetsbaarheid. Uit het onderzoek is gebleken dat deze risicoprofielen 41% meer fysiek kwetsbare ouderen en 34% meer psychisch kwetsbare ouderen detecteert. Bijgevolg kunnen deze huisbezoeken veel gerichter gebeuren.

 

  • 3. Van kwetsbaarheid naar kwetsbaarheidsbalans: meer inzetten op het vergroten van het welbevinden van kwetsbare ouderen

Kwetsbaarheid wordt veelal vanuit een negatieve visie bekeken, met een focus op wat mensen niet meer kunnen en het risico op negatieve uitkomsten zoals hospitalisatie. Daarom werken veel projecten aan het verminderen van kwetsbaarheid, aan het wegwerken van ‘deficits’. D-SCOPE verlegt deze dominante, negatieve focus naar een positieve benadering gericht op sterktes en competenties van ouderen en hun nabije omgeving, ondanks hun kwetsbaarheid.

Onderzoek toont aan dat het belangrijker is om in te zetten op het vergroten van het welbevinden van kwetsbare ouderen. Zo ervaart 23,1% ouderen die op minstens één domein ernstig kwetsbaar is nog altijd een erg goede kwaliteit van leven ervaren. Om in te kunnen spelen op het vergroten van het welbevinden, ondanks kwetsbaarheid, is het van belang om per individu te bekijken welke sterktes, capaciteiten en/of hulpbronnen bij (kunnen) dragen tot dit welbevinden, ondanks kwetsbaarheid. Deze “balancerende factoren” (sterktes, capaciteiten en hulpbronnen) vormen de ingangspoort voor interventies.

 

  • 4. Nood aan een brede kijk op zorg- en dienstverlening, over het organisatieaanbod heen

Uit het D-SCOPE project blijkt dat zorg en ondersteuning verder moet gaan dan het eigen aanbod van de organisatie. Hierbij wordt vertrokken vanuit de individuele wensen en noden van de hulpvrager. Samenwerking tussen verschillende zorg- en dienstactoren, over de organisaties heen, zal bijdragen aan het welzijn van ouderen. 

 

  • 5. Meer aandacht nodig voor het “kleine helpen”

Uit het D-SCOPE onderzoek blijkt dat het “kleine helpen” een wereld van verschil kan maken voor de oudere. Dit blijkt ook uit volgende quote:

 

We hebben daar een alarmtoestel laten installeren, omdat het iemand was die ongehuwd en alleenstaande was, geen mantelzorg had en hij woonde in een huis met heel veel trappen. Hij had  geen draagbare telefoon en de telefoon stond beneden en hij zat meestal in de veranda, waardoor hij dus telkens trappen moest nemen voor de telefoon op te nemen. Hij heeft ondertussen ook maaltijden aan huis, want hij maakte af en toe nog maaltijden klaar, maar dat was dan ook veelal maar soep. En door die maaltijdbedeling komt er nu ook regelmatig iemand aan huis, die ook een stukje mee een oogje in het zeil houdt. Maar waar we voor die man heel wat konden betekenen: die had nog heel wat video’s van reizen die hij vroeger gemaakt had, maar hij vond zelf geen videospeler niet meer, omdat het iets is wat ge nu niet meer zo kunt vinden, nu zijn het overal dvd-spelers. En we zijn daar echt naar op zoek gegaan, we hebben die gevonden en eigenlijk hebben we voor die man heel veel betekend, letterlijk. Maar we voelden ook dat we daardoor veel meer vertrouwen kregen van die man, dus door dat klein iets eigenlijk, hebben we heel wat kunnen betekenen naar vertrouwen. Ik denk wel als die man iets voorheeft, dat die ons ook gaat contacteren nu.” (professional)

 

  • 6. Het belang van regelmatig contact en laagdrempelige follow-up

Het D-SCOPE project toont het belang van follow-up telefonische gesprekken na een preventief huisbezoek, omwille van 2 redenen. Ten eerste kan het moment van preventief huisbezoek het vertrouwen in de dienst nog te laag zijn, zijn er nog geen noden, of zijn mensen zich niet bewust van mogelijkheden. Door het follow-up gesprek wordt een vertrouwen opgebouwd, waardoor na 1, 2, of 3 gesprekken alsnog zorg werd opgestart. Ten tweede, is de kans op drop-out na opstart van de zorg reël. Een follow-up gesprek ondervangt dit.

 

De studiedag gaat door op vrijdag 30 november in de Koninklijke Bibliotheek van Brussel (vlak naast het Centraal station van Brussel). Tijdens de studiedag zullen naast de resultaten van het algemene D-SCOPE onderzoek de thema’s ‘kwetsbaarheid, preventie, pro-actieve detectie’ ook belicht worden vanuit verschillende praktijk- en beleidshoeken. Daarnaast worden ook de resultaten van 7 doctoraatsonderzoeken getoond. Wie interesse heeft in deze studiedag (zie bijlage) of meer informatie wenst over het project kan terecht op onze website.