U bent hier

Studenten politieke en sociale wetenschappen aan de UGent hebben vanaf dit academiejaar al examens in november (DS 17 september). En inderdaad, goed begonnen is half gewonnen. Het eerste jaar in een academische bacheloropleiding vormt een belangrijke fase in de studieloopbaan van studenten. De studenten die instromen in het hoger onderwijs, vormen een heterogene groep, met verschillen in voorkennis, vaardigheden en attitudes die ze meebrengen uit het secundair onderwijs.

 

Dit opiniestuk verscheen eerder op standaard.be (+).

 

Bovendien kunnen leerlingen uit om het even welke richting van het secundair onderwijs zich inschrijven voor om het even welke richting in het hoger onderwijs. Alleen voor geneeskunde en tandheelkunde zijn er toelatingsproeven, maar zulke ‘examens’ kunnen we niet los zien van het studierendement en de doorlooptijd.

Risico’s detecteren

Sinds de flexibilisering van het hoger onderwijs hoeven studenten niet meer te slagen voor het volledige pakket in het eerste jaar. Toch blijkt uit onderzoek dat de studieresultaten in het eerste jaar van groot belang zijn. Studenten met een laag studierendement in het eerste jaar lopen dikwijls aanzienlijke vertraging op, of nog erger, ze behalen nooit een bachelordiploma.

 

De VUB heeft altijd al ingezet op een doorgedreven studiebegeleiding. Al sinds de invoering van het semestersysteem vinden er in de eerste bachelor tussentijdse evaluaties plaats in november. De voorbije jaren zijn er dat steeds meer geworden. We doen dat voor een diverse groep van knelvakken, zoals wiskunde, chemie, fysica, maar ook voor sociologie en politieke geschiedenis van België. Voor vakken in verschillende opleidingen en faculteiten dus. Daarnaast evalueren we vaardigheden.

Het eerste jaar in een academische bacheloropleiding vormt een belangrijke fase in de studieloopbaan van studenten.

De VUB heeft altijd al ingezet op een doorgedreven studiebegeleiding. Al sinds de invoering van het semestersysteem vinden er in de eerste bachelor tussentijdse evaluaties plaats in november. De voorbije jaren zijn er dat steeds meer geworden. We doen dat voor een diverse groep van knelvakken, zoals wiskunde, chemie, fysica, maar ook voor sociologie en politieke geschiedenis van België. Voor vakken in verschillende opleidingen en faculteiten dus. Daarnaast evalueren we vaardigheden.

 

Tussentijdse evaluaties in november zijn één element in een begeleidingstraject. Het doel van zo’n traject is om risico’s bij studenten tijdig te detecteren en ondersteuning te bieden bij studieproblemen die in het eerste jaar kunnen opduiken. De opleidingen zijn wel vrij om te bepalen of de resultaten van de tussentijdse evaluaties meetellen voor het eindresultaat in januari, en op welke wijze. Vanuit het centrale onderwijsbeleid pleiten we ervoor dat de studenten niet gepenaliseerd worden, maar dat ze een minder goed resultaat in november kunnen ophalen in januari. Een begeleidingstraject moet dus coherent zijn én op maat van de opleiding. Het begint meestal al voor de start van het academiejaar met pretoetsen om de voorkennis van de student die nodig is voor die bepaalde opleiding te testen.

 

Valkuilen

Het is erg belangrijk dat de tussentijdse evaluatie gaat over de stof van de universiteit, en die moet op dezelfde wijze ondervraagd worden als tijdens de examens in januari. Tussentijdse evaluaties aan de VUB zijn zelden gestandaardiseerde meerkeuzetoetsen.

 

De evaluaties hebben enkele belangrijke voordelen. Ze zetten de eerstejaarsstudenten aan om op tijd te studeren. Te laat beginnen studeren is een van de meest voorkomende valkuilen. De evaluaties laten nieuwe studenten kennismaken met hoe een universiteit examineert en stimuleren hen om hun studiemethode aan te passen. Een universiteit is nu eenmaal andere koek dan de secundaire school.

Een begeleidingstraject moet coherent zijn én op maat van de opleiding.

Belangrijk is dat de studenten feedback en advies krijgen. Wie minder goed scoort, nodigen we uit voor een gesprek met een studiebegeleider. Die kan de eventuele tekorten kaderen: soms zijn die te wijten aan een verkeerde studiemethode, bij anderen ligt het aan een gebrek aan voorkennis. Bij nog andere studenten komt de manier waarop een universiteit examens afneemt als een totale verrassing.

 

In een aantal gevallen kan een feedbackgesprek leiden tot een heroriëntering naar een andere opleiding aan de universiteit of aan een hogeschool. Ook zo’n snelle heroriëntering heeft op termijn voordelen, niet alleen voor de student (tijdverlies vermijden in een opleiding die hem niet ligt), maar ook voor het hoger onderwijs als geheel.

 

IJkingstoetsen die vóór de start van een hogere studie plaatsvinden, zijn een weinig efficiënte (en te dure) methode. Die ijkingstoetsen verlopen volgens een weinig flexibele en gestandaardiseerde methode die het onderliggende probleem niet aanpakt, die sociale en genderongelijkheden versterkt en het systeemfalen in de overgang van het secundair naar het hoger onderwijs reduceert tot een falen van het individu.

 

Net daarom breken we hier een lans voor een begeleidingstraject in de eerste bachelor, op maat van elke opleiding. Tussentijdse evaluaties in november zijn daar een essentieel onderdeel van.

 

Jan Danckaert en Gert Sonck.

Studievoortgang aan de VUB

De studiebegeleiding aan de VUB waakt over de studievoortgang.