U bent hier

"In de materiaalkits zit geen medicatie voor jonge kinderen, terwijl die vaak een derde van de slachtoffers uitmaken", zegt Dr. Gerlant van Berlaer aan MO Magazine. 

Dr. Gerlant van Berlaer is kinder- en spoedarts aan het UZ Brussel en doceert aan de Vrije Universiteit Brussel voor de European Master in de Disaster Medicine. Toen hij als B-FAST vrijwilliger tijdens rampen vaststelde dat samenstelling van de materiaalkits niet afgestemd is op de noden van de plaatselijke slachtoffers, stapte hij naar de WHO. Daar kreeg hij echter te horen dat de WHO zich niet op data kon baseren, gewoonweg omdat niemand die aanleverde. Voor Dr. Gerlant van Berlaer was dit de aanzet om alles te gaan documenteren en maakte er bovendien zijn doctoraat van. 

 

Hulpverleners die documenteren over elke patiënt, hun kwalen en behandeling lijkt voor ons vanzelfsprekend. Maar dat is in dergelijke rampengebieden helemaal niet het geval. Er zijn namelijk verschillende rampenteams ter plekke die niet altijd even gestructureerd te werk gaan. Medische informatie uitwisselen over de patiënten is hierdoor zeer moeilijk, vooral omdat de patiënten ook geen eigen dossier meekrijgen. Het is dus vaak raden welke behandeling en medicijnen de patiënt kreeg, met alle gevolgen van dien: “Door gebrek aan gegevens is het inderdaad niet zeker of de hulpverlening wel een positief effect heeft”, aldus Dr. Gerlant van Berlaer.

 

Lees het volledige verhaal van Dr. Gerlant van Berlaer op MO Magazine.